Oude wolven bijten niet

Dieren kunnen heel oud worden. Gieren, papegaaien en schildpadden gaan zó honderd jaar mee. Een paar jaar terug is er zelfs een walvis gevonden met een harpoen in zijn bast die walvisvaarders in de negentiende eeuw gebruikten – probeer maar eens uit te rekenen hoe oud dié walvis nu minstens is.

Maar dieren worden meestal niet zó oud, dat je ze ook bejáárd kunt noemen: dat ze slecht ter been zijn, telkens dezelfde moppen vertellen, of chagrijnig in zichzelf zitten te hinniken, blaten of grommen.

Dat komt doordat de Natuur nogal, met een lastig woord, hardvochtig is: bij het minste gebrek worden oude dieren door een roofdier ingehaald en opgegeten, of ze vallen ten prooi aan akelige ziektes.

Althans, dat dáchten de biologen altijd. Maar Amerikaanse onderzoekers hebben nu ontdekt dat dieren toch ‘bejaard’ kunnen worden, en trager van begrip en zo. Dat hebben ze zelfs gemeten.

Ze keken of een roedel oude wolven beter prooien kon opsporen, achtervolgen en dood bijten dan een roedel jongere wolven. Dat ze de leeftijd van al die wolven kenden, klinkt gek, maar dat is het niet. De wolven waren namelijk oude bekenden van de biologen. Ze hadden deze roofdieren al bestudeerd vanaf het moment dat ze waren geboren.

Tot hun eigen verbazing was er inderdaad een groot verschil tussen oude en jonge roedels. Hoe meer oude wolven er in een roedel zitten, hoe langer ze moeten jagen om een hert te pakken te krijgen.

Dat is best gek. Want je zou zeggen dat oude dieren meer ervaring hebben bij de jacht. Maar dat weegt blijkbaar niet op tegen een krakkemikkiger gestel en een kleiner uithoudingsvermogen. Oude wolven hebben dus best reden om chagrijnig te zijn. Menno Steketee