Oost-Aziaten worden niet somber van westers depressie-gen

In landen met een collectivistische cultuur (Oost-Azië) bezitten heel veel mensen een bepaalde genvariant die hier in het Westen met depressie en angststoornissen geassocieerd wordt – maar in collectivistische landen komen zulke stoornissen veel minder vaak voor. Dat komt, blijkt uit statistische analyses door psychologen van Northwestern University, doordat collectivistische waarden een buffer vormen tegen het ontstaan van angst- en stemmingsstoornissen (Proceedings of the Royal Society B, 28 oktober online).

Het gen waar het om gaat, regelt onder meer het transport van de neurotransmitter serotonine in de hersenen. Het bestaat in twee varianten: een korte en een lange. Mensen met de korte variant hebben hogere concentraties serotonine in de zogeheten synaptische spleten, de ruimtes tussen de zenuwcellen, dan mensen met de lange variant. Uit eerder onderzoek was al bekend dat mensen met de korte variant die aan chronische stress blootstaan, een grotere kans hebben op depressie en angststoornissen. In een gemiddeld Europees (dus individualistisch) land komt die korte variant bij 40 tot 45 procent van de mensen voor; in een gemiddeld Oost-Aziatisch (dus collectivistisch) land maar liefst bij 70 tot 80 procent. Dat lijkt erop te duiden dat de korte variant in een collectivistische cultuur juist gunstig is.

Om dit te onderzoeken, gebruikten de psychologen gegevens over de frequentie van de twee genvarianten uit onderzoek dat in 124 artikelen was gepubliceerd onder in totaal 50.135 mensen uit 29 verschillende landen, de scores van die landen op de individualisme-collectivismeschaal van Hofstede, en gegevens over het vóórkomen van psychische problemen, in 2008 geïnventariseerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (die waren voor twaalf landen beschikbaar).

De onderzoekers ontdekten inderdaad een direct verband tussen genen en cultuur: naarmate een land collectivistischer was, bezaten meer mensen de korte versie van het gen. Verder bleek dat collectivistische waarden een buffer vormen tegen psychische problemen: hoe meer mensen met het korte gen, hoe minder angst en depressie, dankzij de stressverminderende werking van de wij-cultuur. Ook was al bekend dat mensen in een collectivistische cultuur weinig waarde hechten aan persoonlijk geluk.

Maar waarom zou de korte genvariant in collectivistische landen gunstiger zijn? Volgens de psychologen letten mensen met die versie van het gen meer op negatieve informatie, en in een collectivistische cultuur is het handig als je snel ziet of iemand anders boos of bang is. Individualisten moeten juist alert zijn op kansen voor zichzelf.

Ellen de Bruin