Ongelijke verdeling van rijkdom is oeroud en is een gevolg van overerving

Economische ongelijkheid gaat over van de ene generatie op de andere, en dat mechanisme is al heel oud. Dat is de belangrijkste conclusie van een vergelijkend onderzoek onder 21 over de wereld verspreide pre-industriële gemeenschappen door een interdisciplinair team onder leiding van de Amerikaanse antropologen Monique Borgerhoff Mulder en Samuel Bowles (Science, 30 oktober).

In kleinschalige, pre-industriële samenlevingen van herders en landbouwers worden materiële rijkdommen die de basis vormen van de economie, zoals vee en grond, overgeërfd. Daardoor wordt ongelijkheid bestendigd. Jagers-verzamelaars en primitieve tuinbouwers moeten het hebben van hun lichaamskracht, vaardigheden en sociale netwerken. Die zijn maar zeer beperkt overdraagbaar op de volgende generatie. Daarom kennen dergelijke samenlevingen veel minder ongelijkheid.

De onderzoekers vergeleken vier samenlevingstypen: jagers-verzamelaars in Zuid-Amerika en Afrika; tuinbouwers in Zuid-Amerika, Afrika en Azië; herders in Oost-Afrika en Centraal-Azië en kleine boeren met eigen grond in India en in delen van Europa en Afrika. Daarbij onderscheidden ze drie soorten rijkdom: lichamelijke en cognitieve eigenschappen (kracht, voortplantingssucces, kennis en vaardigheden); relationele rijkdom (partners met wie men ruilt en voedsel deelt, bondgenoten bij conflicten, netwerken van verwanten) en materiële rijkdom (jachtbuit, onderdak, land, vee en gereedschappen). Materiële rijkdom blijkt een veel grotere rol te spelen bij herders en landbouwers dan bij jagers-verzamelaars en tuinbouwers. In samenlevingen van herders en boeren bestaan de meest uitgewerkte conventies voor overerving van rijkdom en tegelijk de grootste economische ongelijkheden.

Het verband tussen overerving en ongelijke verdeling van rijkdom verklaren de onderzoekers als volgt. Als rijkdom stelselmatig wordt overgedragen van de ene generatie op de andere zullen de gevolgen voor de welstand van een huishouden van schokken als ziekte, ongelukken, een goede oogst en andere natuurlijke mee- en tegenvallers overgaan van de ouders op de kinderen. Daardoor ontstaat een bestendige ongelijkheid waarvan geen sprake is bij jagers-verzamelaars. Die kennen geen door conventies geregelde overdracht, omdat hun bronnen van rijkdom niet of nauwelijks overerfbaar zijn. De ongelijkheid in samenlevingen van jagers-verzamelaars blijkt vergelijkbaar met relatief egalitaire moderne maatschappijen als Denemarken, Noorwegen en Finland. De ongelijkheid bij herders en boeren is aanzienlijk groter dan die in de meest ongelijke van de hedendaagse rijke landen: de Verenigde Staten. Dirk Vlasblom