Nederlandse banken tellen niet meer mee

Nederlandse banken timmerden jarenlang aan de weg in het buitenland. Nu ABN Amro in drie delen is gesplitst en ING zich terugtrekt op Europa, is daar weinig van over.

Het vlaggetjes planten is voorlopig voorbij.

Lange tijd behoorden de Nederlandse banken tot de wereldtop. Maar niet langer. Ze worden nu, al dan niet gedwongen, teruggeworpen op Europa, en vooral op hun thuismarkt.

Ter illustratie: in 2005 had ING een balanstotaal van 1.159 miljard euro, slechts 100 miljard minder dan het Franse BNP Paribas. En ABN Amro was bijna even groot als Deutsche Bank. De twee konden zich meten met de Europese top. Vorig jaar zijn Deutsche Bank en BNP gegroeid tot ruim 2.000 miljard euro, maar ABN Amro viel terug naar 666 miljard. En straks, als ING zichzelf heeft opgebroken, zal het financiële concern nog slechts een schaduw zijn van zichzelf.

ING en ABN Amro zijn gezakt tot het niveau van de jaren negentig, de periode dat beide grootbanken ontstonden uit fusies. Het is een ontwikkeling die de strategie voor de komende jaren zal beïnvloeden en die ook binnen de landsgrenzen gevolgen zal hebben. De concurrentie zal waarschijnlijk nog scherper worden en de afgeslankte instellingen kunnen overnameprooien worden als de recessie voorbij is.

„De omvang van de financiële sector heeft Nederland veel invloed en aanzien gegeven in de wereld, zeker gezien de omvang van het land. We zitten niet voor niets aan bij de G20”, zegt Sjoerd van Keulen, voormalig topman van SNS Reaal en sinds mei voorzitter van het Holland Financial Centre, een samenwerkingsverband van de financiële wereld. „De omvang van de financiële sector is ook nu nog relatief groot, maar ons aanzien heeft wel een tik gekregen.”

Nog maar kort geleden werd nog gesproken over de creatie van een Nederlandse financiële supermacht. Begin 2007 was de fusie van ABN Amro en ING dichtbij. Het had een gigant moeten worden die zich kon meten met de allergrootsten. Maar de fusie mislukte.

Wat volgde, was een demasqué van de sector. Eind 2007 was ABN Amro, hét nationale financiële vlaggeschip, opgekocht en werd het in drie delen gesplitst. De bank die in 53 landen aanwezig was en het Nederlandse bedrijfsleven overal achterna reisde, kwam in buitenlandse handen. Het was de kredietcrisis die er voor zorgde dat het Nederlandse deel van de bank ternauwernood overleefde dankzij nationalisatie door de overheid. ABN Amro, en het deel van Fortis dat erin zal opgaan, is grotendeels een Nederlandse bank. Het heeft nog een aantal buitenlandse kantoren, maar het uithangbord van weleer met kantorennetwerken in Brazilië, de Verenigde Staten en Italië is niet meer.

Toen ABN Amro wegviel, was daar nog altijd ING. De bank-verzekeraar was in haar segment een van de topspelers in de wereld. Deze week veranderde dat. ING kwam in grote problemen door de kredietcrisis en had tot twee keer toe staatssteun nodig om overeind te blijven. Onder druk van de Europese Commissie, die toestemming moest geven voor de overheidssteun die de bank ontving, kondigde ING een ingrijpende reorganisatie aan. Het knipt zichzelf de komende jaren op in twee delen. De verzekeringsactiviteiten worden verkocht of naar de beurs gebracht, wat overblijft is de bank, exclusief de grote internetbank ING Direct in de VS, omdat die ook verkocht moet worden van Brussel. ING zal 45 procent van haar balanstotaal afstoten. Niet langer zal ING een wereldwijd concern zijn, maar een middelgrote Europese bank met het zwaartepunt in de verzadigde markten in de Benelux.

De derde grote Nederlandse bank, Rabobank, kwam tot nu toe relatief ongeschonden uit de crisis. De bank is de grootste in Nederland, maar is, zeker in vergelijking met de ‘oude’ ING en ABN Amro, internationaal relatief een kleine speler.

Het is de vraag of het zo erg is dat de financiële sector, die een kleine 7 procent van het bruto binnenlands product voor haar rekening neemt, internationaal terrein verliest. „Moet je willen dat een Nederlandse bank grote dochters heeft in de VS of Brazilië? Ik denk het niet”, zegt econoom Jaap Koelewijn, hoogleraar finance aan Nyenrode. „Lokale concurrenten zijn vaak veel groter en doen het vaak beter.” Volgens Koelewijn is het wat anders als een Nederlandse bank een buitenlands netwerk heeft om met lokale kantoren het nationale bedrijfsleven in het buitenland te faciliteren. „Maar er zit geen schaalvoordeel in het opzetten van een gewone bank voor particulieren in een ander land.”

De nieuwe realiteit voor de internationale positie heeft ook gevolgen voor de binnenlandse markt. ABN Amro heeft weliswaar nog een redelijk grote afdeling die vermogensbeheer voor rijke particulieren in binnen- en buitenland doet, maar verder is het teruggeworpen op de Nederlandse markt. Ook bij ING zal na het afstoten van de verzekeringsactiviteiten en de Amerikaanse tak van ING Direct het zwaartepunt in de Benelux liggen.

Dat die twee (voormalige) grootmachten afhankelijker worden voor hun winsten van de thuismarkt, zal consequenties hebben voor de andere spelers. De concurrentie, zo wordt verwacht, zal toenemen op een markt waar de rivaliteit in alle marktsegmenten intens is en de marges laag zijn.

Daarbij komt dat er nieuwe buitenlandse spelers verschijnen die er veel aan gelegen zal zijn om een stevige positie te verwerven. Deutsche Bank koopt binnenkort ABN Amro-dochter HBU. De Duitsers krijgen met de overname van de dertien regionale advieskantoren en twee grootstedelijke kantoren (in Amsterdam en Eindhoven) de zo gewenste positie op de markt voor het midden- en kleinbedrijf.

En binnenkort kunnen de Nederlandse banken waarschijnlijk nog een concurrent verwachten. ING gaat een ‘nieuwe’ bank creëren, die bestaat uit de hypotheekbank Westland Utrecht, de hypotheekactiviteiten van Nationale Nederlanden, Interadvies (dat bankzaken levert aan tussenpersonen) en de kredietportefeuille van ING Retail Nederland (vooral consumentenkredieten). Deze nieuwe entiteit krijgt een marktaandeel van 6 procent op de hypotheekmarkt en zo’n 500.000 spaarrekeningen.

De koper zal zeer waarschijnlijk een buitenlandse speler zijn. Van de Nederlandse banken zou alleen Rabobank het nieuwe bedrijf kunnen kopen, maar die bank heeft al een oppermachtige positie in de hypothekenmarkt. Een overname zou waarschijnlijk niet worden goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten. Bovendien heeft Rabobank begin dit jaar gezegd dat ze een marktaandeel van 30 procent op de hypothekenmarkt wel even genoeg vindt.

Andere Nederlandse spelers lijken niet voorhanden. Zij staan onder speciaal toezicht in verband met staatssteun (SNS Reaal) of lijken te klein voor zo’n grote overname (Van Lanschot, Friesland Bank, NIBC). Als Sjoerd van Keulen moet gokken, wordt de koper een Fransman. „BNP heeft van oudsher een grote interesse in de Benelux, evenals Crédit Agricole.”

Dus terwijl het samengaan van Fortis Bank Nederland en ABN Amro en het faillissement van DSB voor minder concurrentie zorgen, komen er ook sterke nieuwkomers bij.

De marges zullen waarschijnlijk alleen maar kleiner worden, wat voor buitenlandse spelers juist een argument kan zijn om weg te blijven van de Nederlandse markt, aldus Van Keulen. Maar als ook het thuisland weinig groei biedt, zullen buitenlandse banken het misschien toch proberen.

„Als de economie weer gaat draaien zie ik de Nederlandse instellingen ook weer groeien”, zegt Van Keulen. „ING is nog sterk in Oost-Europa en Azië en ABN Amro zal ook het netwerk voor het zakelijk bankieren weer opbouwen om het bedrijfsleven te faciliteren.”

Volgens Van Keulen zouden banken in de toekomst niet moeten proberen alles te doen voor iedereen, maar moeten kiezen voor bepaalde niches. Dat is volgens de oud-SNS-topman iets waar banken naar moeten kijken. „Nederland is heel goed in betalingsverkeer. En in financiering van duurzaamheidsprojecten, zoals biomassa en windenergie.”

ABN Amro is overigens inderdaad van plan om de kantoren die ze met de integratie van Fortis krijgt te combineren. Het internationale netwerk dat de bank nog heeft bij de divisie voor rijke particulieren kan ABN samenvoegen met de buitenlandse kantoren van Fortis die het bedrijfsleven ondersteunen. Het gaat om zo’n 30 buitenlandse kantoren, die de basis kunnen vormen van de nieuwe zakenbank van ABN Amro voor het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland.

Dreigt daarmee een terugkeer naar de ongebreidelde expansie van de jaren negentig, als de recessie eenmaal wegebt? „Ik zie geen grote overnames of een terugkeer naar het grootscheeps bankieren op buitenlandse markten voor particulieren”, stelt Van Keulen. Volgens Koelewijn kan het einde van de economische malaise wel zorgen voor de Europese consolidatieslag die experts al jaren aankondigen. Nederlandse banken werden lang gezien als kopers. Maar hun nieuwe kleinere omvang maakt hen eerder prooien.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

ING

In het artikel Nederlandse banken tellen niet meer mee (31 oktober, pagina 15) staat op de bijgevoegde wereldkaart dat ING actief is in vijf Europese landen. Dat zijn er meer. België en Frankrijk ontbraken onder meer.