'Mijn moeder lag vaak op de divan'

Els Heuts (1959) verloor op jonge leeftijd haar vader. ‘Het ging om mijn moeder: zíj had haar man verloren.’

‘Deze foto is van januari 1964. Mijn ouders waren 12,5 jaar getrouwd. Veertien maanden later overleed mijn vader. Hij kwam ten val tijdens een partijtje tennis en brak zijn nek. Later bleek dat hij ook een hartinfarct had gehad. Hij was erfelijk belast met een hoog cholesterol. Waarschijnlijk is hij gevallen omdat zijn hart het begaf.

„Ik herinner me dat de politie bij ons aan de deur kwam, en dat mijn zussen toen heel hard moesten huilen en alle drie in een ander hoekje van de eetkamer gingen zitten. Ik ging toen maar naar de vierde hoek en huilde met ze mee. Ik begreep er niks van. Ik was vijf.

„Van de kinderen is alleen Francis op de begrafenis geweest. Ik werd tijdelijk ondergebracht bij een collega van mijn vader. Bij die mensen moest ik weer op zo’n klein houten stepje rijden, verschrikkelijk. Thuis had ik al een echte grote step. Later ging ik logeren bij de overburen, en daar mocht ik elke avond voor het slapen gaan even door het raam naar mijn moeder zwaaien. Ze zwaaide terug, maar ik kon niet naar haar toe. Dat was wel moeilijk.

„Met de dood van mijn vader was ik niet bezig. Ik herinner me een paar dingen van hem. Hij was een strenge man: ’s ochtends moesten we het huis opruimen voordat we naar school gingen, en op zondag moesten we mee uit wandelen. Of ik hem miste was helemaal niet aan de orde. Het ging om mijn moeder: zíj had haar man verloren. Ik had door dat het niet goed met haar ging. Volgens mij lag ze vaak op de divan. Ze was er niet, niet echt. Mijn oudste zus bracht me meestal naar bed. Op de dag dat ik voor het eerst naar de lagere school ging, was mijn moeder er niet bij.

„Twee jaar na de dood van mijn vader zijn we van Voorburg verhuisd naar de eerste nieuwbouwwijk van Rosmalen. Mijn moeder had genoeg van de Randstad, en in Brabant was het goedkoper wonen. We kregen een huishoudster, Miene, die schoonmaakte en kookte, en mijn moeder vond een baan als secretaresse bij een ziekenhuis in Den Bosch.

„Het werken buitenshuis deed haar goed. Thuis was ze vaak geprikkeld, ze hield niet van tegenspraak. Veel dingen waren simpelweg onbespreekbaar. Wij jongere meisjes hadden medelijden met mijn moeder en probeerden haar te ontzien. Als we gaten in onze sokken hadden, sloegen we die liever dubbel in onze schoenen dan dat we haar ermee lastig vielen. Mijn twee oudste zussen trokken meer hun eigen plan. Als die in het weekend ’s avonds op stap gingen, liet mijn moeder duidelijk merken dat ze dat niet leuk vond. Het woord ‘opoffering’ viel regelmatig. Ik sloeg daarvan dicht.

„Het gekke is dat we op de buitenwereld overkwamen als een vrolijk vrouwengezin, met al die vlotte meiden en een moeder die elke dag in de auto stapte om naar haar werk te gaan. Gaandeweg kreeg mijn moeder ook weer plezier in het leven. Toen ik op mijn achttiende een hbo-opleiding in Wageningen ging doen, hielp ze me met het zoeken van een kamer en kwam ze graag bij me logeren. Ze is op latere leeftijd nog als reisleidster gaan werken. Ze was een lieve, enthousiaste oma. Ze maakte enorm werk van Sinterklaas.

„Er is nooit meer een andere man in haar leven gekomen. Ze had af en toe wel een vriend, en soms hoopte ik dan dat het echt iets zou worden, maar het zat er niet in. Misschien was mijn moeder voor de mannen van haar generatie wel te zelfstandig.”

Haar krachtige stem hapert steeds: ze twijfelt of ze vroeger wel recht doet. Het huis draagt de sporen van een druk gezin, met jassen in de gang en tekeningen op de ijskast. Ze zijn allemaal de deur uit, even.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl