Kramer snelste op 5 km, maar overtuigt niet

Sven Kramer won gisteren de vijf kilometer bij de NK afstanden, maar door een verkoudheid viel zijn tijd tegen. De concurrentie in binnen- en buitenland put moed uit zo’n ‘incident’.

Sven Kramer was gisteravond nog geen minuut klaar met zijn vijf kilometer op de Nederlandse afstandskampioenschappen of de buitenlandse concurrentie meldde zich telefonisch in Thialf: wat is er aan de hand, wilde het kamp rond Håvard Bøkko weten. Natuurlijk, Kramer werd bij de start van het olympische seizoen ‘gewoon’ kampioen op de vijf kilometer, voor de vierde achtereenvolgende keer, maar de tijd die hij ervoor nodig had (6.20,71) was voor zijn doen weinig overtuigend.

Elke beweging die de 23-jarige Fries dit seizoen maakt wordt onder een vergrootglas gelegd en tot in detail geanalyseerd – ook door de Noren, in dit geval gekluisterd aan een computer in een hotel in Berlijn, waar zij zich voorbereiden op de wereldbekerwedstrijden van volgende week.

Elke strohalm waaraan de concurrentie zich kan vastgrijpen is er één. En als Kramer een voorsprong heeft van slechts tweeënhalve seconde op Bob de Jong, en nog geen zes seconden op de 19-jarige Koen Verweij, dan geeft dat de meekijkende oppositie nieuwe energie.

Het onderwerp van alle beschouwingen werd er niet warm of koud van, al erkende Kramer gisteravond dat het „niet echt een superrit” was geweest. Hij was de afgelopen dagen „snotterig en verkouden” geweest, was woensdag tijdens de training hard tegen het ijs gegaan na een botsing met ploeggenoot Carl Verheijen, en had bovendien problemen gehad met zijn schaatsen. Voor Kramer telde in de eindafrekening één ding: „Ik win hier wel gewoon”, zei hij. En met een grijns: „Het is toch mooi dat je een keer wat minder bent en toch wint? Kun je nagaan als ik weer beter ben.”

Hij kent als geen ander zijn seizoensopbouw. Die is afgestemd op het tweede deel van de schaatswinter, de grote evenementen, en niet op de eerste echte krachtmeting van het seizoen, die volgt op een zomer vol zware trainingsarbeid. „Het wordt gaandeweg meestal steeds makkelijker.”

Desondanks was het lang geleden dat een Nederlandse schaatser weer eens het gevoel had gehad dat er wat te halen viel op een vijf kilometer waaraan ook Sven Kramer deelnam. Bob de Jong mocht na de Fries starten, en deed dat naar eigen zeggen met het idee dat hij Kramer de titel kon afpakken.

Die moed putte de bijna 33-jarige stayer uit een recente vijf kilometer in Berlijn, waar hij een tijd van 6.19 op de klok zette. Sinds het ontsteken van het olympisch vuur, vorige week in Olympia, is de titelhouder op de tien kilometer (Turijn 2006) weer helemaal in zijn element. „Een nationale titel zat even in mijn hoofd toen Sven vlak voor mijn race door de finish ging”, zei De Jong na afloop. „Maar na drie kilometer bleek dat niet haalbaar. Toen heb ik mij geconcentreerd op een plek bij de eerste vijf.” De Jong finishte in 6.23,13 als tweede en verzekerde zich van de eerste wereldbekerwedstrijden, het voorportaal naar de Spelen van Vancouver. „Dat was het belangrijkste doel. Dit was een mooie uitslag voor mij. Vorig jaar was het gat met Sven acht seconden, nu 2,5 seconde. Het is een bevestiging dat ik de afgelopen twee zomers goed heb gewerkt.”

De Jong lijdt bepaald niet onder de opbouw van de spanning naar de ‘Vancouver’, in februari volgend jaar, ook al is Kramer huizenhoog favoriet voor de titel op de lange afstanden. „Ik ben titelverdediger, Sven is de grote favoriet. We hebben allebei druk. Ik geniet juist van die spanning.”

Net als Bøkko houdt ook De Jong nauwlettend Kramers verrichtingen in de gaten, maar hij wil zich er niet op blindstaren. „Of ik hem een keer kan verslaan is niet belangrijk. Het gaat het erom dat je die ene keer de beste bent”, zei hij, doelend op ‘Vancouver’.

De Jong was gisteravond de enige schaatser in de topvijf van buiten de TVM-ploeg. Wouter Olde Heuvel, net hersteld van een knieblessure, werd knap derde (6.25,33), voor het aanstormende talent Koen Verweij (6.26,37, persoonlijk record) en Carl Verheijen (6.27,27). Vooral Verweij, die dit jaar aansloot bij TVM, baarde opzien met zijn prestatie, al stortte hij de laatste ronden in. Maar de vechtjas had het aangedurfd hard van start te gaan en werd daarvoor beloond met een ticket voor de wereldbekerwedstrijden. „Ik heb een hele moeilijke start gehad doordat ik heel hard heb getraind, en mij niet altijd aan mijn rust heb gehouden”, zei Verweij. „Het was nog erg wennen. Maar ik ben heel blij dat ik nu al op dit niveau zit. Dit is zeker nog niet alles.”