Ja, hoe saaier, hoe beter 2

De negatieve reactie van natuurwetenschapper Ad Lagendijk op de Hanlo-lezing van letterkundige Marita Mathijsen, die wetenschappers uitdaagt in hun teksten meer van retorische middelen gebruik te maken, vraagt om enig commentaar.Lagendijk stelt vast dat sinds de Tweede Wereldoorlog Engels de lingua franca van de natuurwetenschap is, maar dat voor pakweg slechts één op de vijf wetenschappers die taal hun moedertaal is. Velen behelpen zich met een soort steenkolen Engels of, hoe briljant en geleerd ook, zijn helemaal niet in staat om zich op acceptabele wijze in het Engels uit te drukken. Voor communicatie met vakbroeders zijn wetenschappers, aldus Lagendijk, aangewezen op een sobere clichématige” vaktaal. Als het wat anders was gelopen, had die taal dus even goed Frans of gebarentaal kunnen zijn. Voor de hedendaagse natuurwetenschap is taal blijkbaar van secundair belang. Taal behoort niet tot de kern, maar bevindt zich in de periferie van de natuurwetenschap. Hoe komt dat? Ooit is dat namelijk wel anders geweest.In de moderne natuurwetenschap is alles er op gericht de werkelijkheid van de ons omringende natuur binnen het bereik van ons gezichtsvermogen te brengen. Iets kan pas worden begrepen, als het is gezien. Zien is weten. Wie het onderscheid niet kent tussen wat kan worden gezien en wat met woorden moet worden uitgelegd, heeft één van de basisprincipes van het moderne wetenschappelijk denken niet begrepen, schrijft Evelyn Fox Keller in haar boek Making Sense of Life. Explaining Biological Development with Models, Metaphors and Machines. Kostbare technologie wordt ingezet om de dode en levende natuur tot op het kleinste niveau zichtbaar te maken. En wat natuurwetenschappers in beeld kunnen brengen is niet gewoon, maar grenst aan het ongelooflijke. In haar boek De menselijke conditie stelt Hannah Arendt dat de `waarheden` van de moderne wetenschappelijke wereldbeschouwing niet meer normaal onder woorden zijn te brengen of zelfs maar te denken zijn”. En hiermee plaatst de natuurwetenschap zich volgens Arendt buiten het politieke discours van de samenleving, want het is het spreken dat de mens tot een politiek wezen maakt”. Door taal te verwaarlozen, dreigen wetenschappers zich buiten de samenleving te plaatsen.Voor het behoud van het vertrouwen, de erkenning en de (financiële!) steun die de moderne wetenschap terecht van de samenleving vraagt, zouden aandacht voor taal en voor retorische vaardigheid voor wetenschappers wel eens van toenemend belang kunnen zijn.

Wetenschapsbijlage 17-10-09