Is Nederland een beschaafd land? Ja? Breid dan het vaderschapsverlof eindelijk eens uit

Vaders krijgen na de geboorte van hun kind twee dagen verlof. Dat is natuurlijk veel te weinig om een band tussen vader en kind te vormen. Juist in de eerste maanden vindt de wederzijdse hechting plaats en die wordt niet bereikt als je je kind alleen maar in bed stopt na het werk.

Columnist van nrc.next en De Groene Amsterdammer. Auteur van ‘Sluitingstijd’ (2003), ‘Art. 285b’ (2006) en ‘Via Cappello 23’ (2008). Ontving in 2006 de Anton Wachterprijs en de Max Pam Award en in 2008 Het Gouden Ezelsoor.

Zojuist heb ik mijn zoon weer in bad gedaan, een terugkerend feestelijk ritueel. Het badkuipje-op-standaard verhuist naar de warmere woonkamer, als een klein altaar waaromheen ik zorgvuldig de vereiste parafernalia uitstal: het badolie-, het wasgel- en het babyolieflesje, het washandje, de schone luier, de billendoekjes, het luierzakje, de zalfjes, de thermometer, de warme kruik met schone kleren eromheen gewikkeld, de hydrofielluiers, de sokjes, het aankleedkussen. O ja, en dan ook de baby zelf nog.

Zodra drie emmers water, exact op temperatuur, zijn uitgeschonken in de plastic kuip, gaat de muziek aan (de kleine Weijts hoort nu eenmaal graag suites van Händel tijdens het badderen), en gaan de kleren uit. Het gehuil om het blootstaan aan de buitenlucht duurt maar kort. Zodra ik hem in het water laat zakken, verandert het universum in een diep welbehagen, een walhalla van gekir, gespetter en geluk.

In het badderen komen allerlei praktische en psychologische oudervaardigheden samen: kleden, verschonen, contact maken, spelen. Mijn vriendin en ik hebben hier nu zo’n kleine twee maanden ervaring in en nu pas begin ik het idee te krijgen dat ik het een beetje onder de knie krijg.

Tijd is, in deze eerste maanden, van levensbelang. Vooral voor nieuwe pappa’s, heb ik gemerkt. (Ik leg straks uit waarom). En omdat tijd iets is wat de meeste nieuwe pappa’s in ons land onvoldoende krijgen, is het nodig dat ik er over schrijf.

Er liggen plannen voor modernisering voor het ouderschapsverlof, maar daarin lijkt het kabinet niet de kans te grijpen om vaders langer bij hun baby’s te laten zijn. (Ook dat leg ik straks uit; u gaat werkelijk een aantal leerzame minuten tegemoet).

„En jij?”, vroeg onze kraamhulp aan het eind van haar eerste dag, „moet jij maandag weer naar je werk?”

„Godzijdank niet. Ik werk thuis. Ik ben eh… zelfstandig ondernemer.” Ik blijf het altijd wat raar vinden om te zeggen, maar volgens mijn accountant klopt het.

De kraamhulp informeerde niet naar de aard van mijn onderneming en merkte op: „Nou, dan bof je. En je zoon ook.”

„Want de meeste mannen hebben maar één weekje vaderschapsverlof?”, gokte ik.

„Een wéék? Dat zouden ze willen. Twee dagen!”

Twee dagen. Omdat ik het niet geloofde, zocht ik het uit. En het bleek waar. Vergeleken met de rest van Europa staat Nederland vrijwel achteraan. Alleen in Ierland en Zwitserland kennen ze geen wettelijk geregeld vaderschapsverlof. Wij eindigen net onder Turkije (3 dagen), Hongarije of Roemenië (allebei 5 dagen). In vrijwel alle andere landen krijgen nieuwe papa’s tien tot vijftien dagen doorbetaald vrij. (Bron: VKC, Vaderkenniscentrum).

Twee dagen vaderschapsverlof: daar moet, lijkt mij, helemaal niets aan veranderen. Op voorwaarde dat de overheid consequent is en ook de slavernij opnieuw invoert, Indië herovert en vrouwen het kiesrecht afpakt. Doet ze dat niet, dan beschouwt ze zichzelf blijkbaar als beschaafd en aan de barbarij ontstegen. Daarbij hoort dan ook een fatsoenlijke vaderverlofregeling, in plaats van onze anachronistische twee dagen.

Waarom dat nodig is, ondervond ik aan den lijve. De eerste nachten na de geboorte is er van slaap nauwelijks sprake. Ieder babygeluidje maakt je klaarwakker, en als je niet boven het ledikantje hangt om te horen ‘of-ie het nog wel doet’, lig je te denken aan wat er allemaal gebeurd is en nog gaat gebeuren.

’s Ochtends begint het circus. Er moet verschoond worden, ontbeten, er moeten pakken luiers komen, kraamverband en avondeten. Er moet geruzied worden met de drukkerij van de geboortekaartjes die de boel dreigt te verprutsen. Alle kamers moeten hygiënisch gereinigd worden. In het naar Dettol-zeep ruikende huis draaien wasmachine en droger non-stop. En dan komen er dagelijks nog trosjes mensen langs om beschuit met muisjes te eten. Ook na het vertrek van de kraamhulp draait die kermis genadeloos door, en het lijkt me diepgaand inhumaan om een pas bevallen moeder, die nog maar net weer op haar benen kan staan, hier in haar eentje voor op te laten draaien.

Naast dit praktische argument is er iets nog belangrijkers: de binding tussen vader en kind. Juist in de eerste levensmaanden vindt de hechting aan de ouders plaats, en dat bereik je niet als je je kind alleen maar in bed stopt na het werk. Sterker nog: de vader heeft juist iets in te halen ten opzichte van de moeder, die al negen maanden intiem onderdak aan het kind heeft geboden en vaak ook nog borstvoeding geeft.

Dat dit allemaal niet in achtenveertig uur gepiept is, snapt zelfs iemand die meestal niet getuigt van de meest verlichte kant van het menselijk denken, André Rouvoet (Jeugd en Gezinminister, CU). Rouvoet zag wel wat in de voorstellen van GroenLinks uit 2008 voor tien dagen doorbetaald vaderschapsverlof. Het plan kreeg echter geen Kamermeerderheid, onder meer omdat de kosten te veel bij werkgevers werden neergelegd. Om die reden wilde een partij als de PVV bijvoorbeeld niet naar tien, maar naar vijf dagen.

Hoe dan ook: het balletje was gaan rollen, zozeer dat in beleidsplannen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid er ruimte was voor langer vaderschapsverlof. Nu is die ineens weer verdwenen. Waarom? Ja, ja, u raadt het al: het is crisis, nietwaar?

Op 9 oktober 2009 schreef minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) aan de Tweede Kamer over wat intern heet de ‘modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden’: „De kabinetsplannen houden ondermeer in dat het voor werknemers gemakkelijker zal worden om ouderschapsverlof op te nemen. Vooral voor vaders met pasgeboren kinderen geeft dit meer mogelijkheden om vrij te nemen. In de Beleidsverkenning was nog de mogelijkheid geschetst om hiervoor betaald zorgverlof te kunnen gebruiken. Voor deze mogelijkheid ziet het kabinet, gelet op de financieel-economische omstandigheden, thans geen ruimte.”

Dat is een heel sneaky manier om te vertellen dat het betaalde vaderschapsverlof domweg op twee dagen blijft. Thans geen ruimte. En over zestien jaar mogen we de lijken ruimen van al die comazuipkinderen, messentrekkers en andere ontspoorde zieltjes die opgroeiden met een afwezige vader. Sorry kinderen, er is voor pappa ‘thans geen ruimte’.

Wat gebeurt er wel? Hoe wordt het ‘gemakkelijker’ om ouderschapsverlof op te nemen? In de brief aan de Kamer spreekt Donner over de ‘noodzaak tot flexibilisering’.

Concreet noemt hij deze punten: 1) Niet opgenomen ouderschapsverlof kunnen meenemen naar een volgende werkgever. 2) Meer spreiding in het verlof (rond de geboorte, maar ook later). 3) Werkgevers moeten voortaan binnen vier weken reageren op een verzoek tot ouderschapsverlof.

Wie nu nog durft te beweren dat dit kabinet geen daadkracht toont…! Drie grootscheepse hervormingsplannen! En er komt er nog één achteraan, en dat is het enige dat iets meer is dan marginaal geneuzel: 4) Het kabinet gaat kijken of de huidige regeling gehandhaafd moet blijven.

De regeling luidt: vaders kunnen – boven de twee vrije dagen – langer verlof nemen, maar dan tegen 50 procent loon. In de praktijk maken maar heel weinig werknemers hier gebruik van. Hoe gaat Donner dit veranderen? Bij dit belangrijkste punt in zijn brief lost de minister ineens op in een rookgordijn: „In de uitwerking zal het kabinet daarom bezien op welke wijze deze systematiek aanpassing behoeft.”

Gunstig aan die mededeling is dat de besluitvorming, gepland voor begin 2010, nog beïnvloed kan worden door een breed maatschappelijk debat, waarvoor mijn verhaal hier een opmaat wil zijn.

Zo kunnen we gaan denken aan het Duitse model (twee maanden vaderverlof tegen 67 procent van het loon), het Belgische (drie dagen 100 procent, daarna optioneel nog zeven tegen 82 procent), het Britse (twee weken tegen 90 procent). Of natuurlijk het veelgeroemde Noorse model: 45 weken tegen 80 procent óf 35 weken tegen 100 procent, te delen met de moeder, waarbij de vader sowieso zes weken opneemt.

Vooral die laatste toevoeging is zinnig. Want het bezwaar tegen het vrijwillige vaderschapsverlof-tegen-minder-loon is dat vaderzorg daardoor nog altijd gezien wordt als iets wat optioneel en dus uitzonderlijk is, in plaats van verplicht en standaard. Die standaard blijft immers doodleuk op twee dagen staan. Wat je er verder bij neemt komt (deels) voor eigen rekening.

Niet alleen zorgt dat voor ongelijkheid, rijkere pappa’s kunnen makkelijker wat loon inleveren dan armere, ook gaat er een onjuist signaal vanuit: papa’s zorgen niet. Het is hetzelfde signaal als ik in het boekje tegenkwam dat we van onze verzekeringsmaatschappij (Delta Lloyd) kregen opgestuurd (Voor het eerst mama en papa!): „Tegen de tijd dat mannen thuiskomen, is de jonge moeder (en de baby) vaak helemaal kapot. Je vrouw heeft waarschijnlijk ook het gevoel dat haar limiet bereikt is.”

Zo hebben vaders vaak een wekelijkse ‘papadag’, terwijl het vrouwelijk equivalent, de ‘mamadag’, niet bestaat.

Zelfs ik, auteur van romans die bepaald niet voor emancipatoire en vrouwvriendelijke schoolvoorbeelden doorgaan, erger me aan de vanzelfsprekendheid van zulke archaïsche rolpatronen.

Behalve onjuiste signalen levert het ook tegenstrijdige signalen op. Zo wil de PvdA een minimum aantal vrouwen in de top van het bedrijfsleven. En onlangs stelde KPN een daad door een paar hooggeplaatste bureaustoelen exclusief voor damesbillen te reserveren. Allemaal heel aardig, maar als er niet tegelijkertijd iets fundamenteels verandert in het vaderschapsverlof, komt er niets van terecht.

Het kabinet wil dat we én allemaal meer gaan werken én meer tijd als vader met onze kinderen doorbrengen. Het is zowel ‘Samen leven, samen werken’ áls ‘Wie is toch die man die op zondag altijd het vlees komt snijden?’

Dat zoiets niet kan, snapt zelfs mijn zoon van twee maanden, die ik nu in de kamer hiernaast al hoor huilen, dus ik ga maar eens een kijkje nemen. Ook mooi aan dat zelfstandig ondernemerschap. Na de riante vaderschapsverlofregeling die m’n baas me gaf, mag ik werk en zorg blijven combineren.