Ingevlogen terroristen

Moslimextremist Mohammed B. vermoordde Theo van Gogh,vijf jaar geleden. Het was terreur ‘van eigen bodem’. Inmiddels heeft de terrorismedreiging in Nederland een ander gezicht. Over Pakistaanse studenten en Somaliëgangers.

Het is koud en donker aan de statige Baronielaan in Breda. Rondom een studentenpand verzamelen zich zwaar bewapende mannen. Donkere gestalten gaan de hal binnen, de trap op naar de eerste verdieping. Dan: een knal, glasgerinkel, geschreeuw. Een antiterrorisme-eenheid trekt de 26-jarige Pakistaan Akeel Abbasi van zijn bed en slaat hem in de boeien. Het is vrijdagmorgen, 14 maart 2008.

De Nationale Recherche heeft Abbasi dan al wekenlang gevolgd, dag en nacht. Dat is begonnen op 26 januari, na een waarschuwing van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD): de Pakistaanse student is een zelfmoordterrorist, zo meldde de geheime dienst. Nu nog ondergedoken, maar mogelijk klaar om toe te slaan.

Bij het Landelijk Parket in Rotterdam, belast met terrorismezaken, komen vaker tips van de AIVD binnen. Maar deze, zo realiseert officier van justitie Pollyan Spoon zich, is van een andere orde. Op het hoofdkantoor van de Nationale Recherche in Woerden wordt in allerijl een operatiecentrum ingericht voor onderzoek ‘Malachiet’. Vierhonderd rechercheurs – de helft van de capaciteit van de Nationale Recherche – moeten onmiddellijk hun andere werk neerleggen. Vrijwel alle in Nederland beschikbare observatieteams worden ingezet om Abbasi en mogelijke handlangers in het oog te houden. Arrestatieteams staan klaar om binnen twee minuten in te grijpen. De spanning bij politie, justitie en veiligheidsdiensten is om te snijden. Zeven weken lang houden ze serieus rekening met een grote aanslag op Nederlandse bodem.

De aanhouding van Abbasi wordt in een persbericht gemeld. Maar tot de buitenwereld dringt de ernst van de zaak nauwelijks door. „Dit was de eerste keer dat we in Nederland te maken kregen met een internationale terreurcel”, blikt Tom Driessen, vertrekkend hoofd van de Nationale Recherche, terug: „Het was het grootste terrorismeonderzoek ooit.”

Komende maandag is het precies vijf jaar geleden dat de moslimextremist Mohammed B. filmmaker Theo van Gogh op een gruwelijke manier vermoordde. Vijf jaar later heeft de terroristische dreiging in Nederland een ander gezicht gekregen.

Een beminnelijke Pakistaan

Akeel Abbasi is Nederland in september 2007 binnengekomen met een studentenvisum. Hij staat ingeschreven bij een businessopleiding aan de Avans Hogeschool in Breda, maar college lopen doet hij nauwelijks. Abbasi werkt als huisschilder en zit vaak in een belwinkel achter de computer. Een streng gelovige, beminnelijke Pakistaan in islamitische kleding, herinnert een medestudent zich op een weblog. Bij een housewarming van een studentenhuis raakte hij met Abbasi aan de praat. „Hij was nog zo vriendelijk een ei voor me te bakken de volgende ochtend.”

Maar volgens de AIVD is Abbasi niet in Nederland om te studeren. De geheime dienst heeft in korte tijd zo veel mogelijk informatie over hem vergaard en concludeert: Abbasi maakt deel uit van „een internationaal jihadistisch netwerk” dat voorbereidingen treft voor „aanslagen in West-Europa”.

De cruciale informatie komt uit Spanje. In januari is in Barcelona een vermeende terreurcel van Pakistanen en Indiërs opgerold. De cel zou op het punt hebben gestaan een aanslag te plegen in de plaatselijke metro. De Spaanse autoriteiten baseren zich op uitgebreide verklaringen van een bron die als F1 wordt aangeduid: een in Pakistan getrainde jihadist die naar de geheime dienst zou zijn overgelopen. F1 heeft verteld dat hij en zijn mede-jihadisten naar Europa waren gestuurd door Baitullah Mehsud, de leider van de Talibaan in de Pakistaanse grensregio Zuid-Waziristan.

Zelfmoordterroristen moesten volgens F1 de aanslag op de metro plegen tijdens een rondreis van de toenmalige Pakistaanse president Musharraf door Europa. Daarop zou een gecoördineerde reeks zelfmoordaanslagen moeten volgen in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Portugal. Net zolang totdat Westerse regeringen zouden beloven hun troepen uit Afghanistan terug te trekken.

Abbasi moest in Frankfurt toeslaan, zegt F1. In januari is hij vanuit Nederland naar Barcelona gegaan. In een radicale moskee zou hij voor zijn vertrek naar Duitsland ‘een workshop’ voor zelfmoordterroristen hebben gevolgd en het martelaarsgebed hebben opgezegd. In Duitsland moet hij het nieuws hebben gehoord van de arrestatie van zijn vrienden in Barcelona, en besloten hebben terug te keren naar Breda. De Nationale Recherche trekt vluchtgegevens na: die ondersteunen het verhaal. De onzekerheid is groot. Wat gaat Abbasi nu doen? Heeft hij nog handlangers?

„Abbasi was lid van een slapende cel”, zegt Driessen: „Hij zat hier te wachten op het signaal dat zijn tijd was gekomen naar het hiernamaals te gaan.”

Achter de schermen slaan de Nederlandse autoriteiten groot alarm. Net als Abbasi zijn er de afgelopen jaren vele honderden Pakistaanse studenten met een studentenvisum Nederland binnengekomen. Een groot deel van hen blijkt spoorloos verdwenen. Voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) is de arrestatie van Abbasi de belangrijkste reden het dreigingsniveau in maart te verhogen van ‘beperkt’ naar ‘substantieel’, de op één na hoogste fase. Het risicoprofiel van Nederland is groot, meent de NCTb. Ook Nederland heeft troepen in Afghanistan. Geert Wilders trekt internationaal de aandacht.

Hardhandige kennismaking met terreur

Op de dag van de moord op Theo van Gogh, 2 november 2004, was de dreiging voor een terroristische aanslag ook ‘substantieel’, al werd dat toen nog niet zo genoemd. Maar het terroristische gevaar kwam uit een hele andere hoek dan nu. Nederland maakte hardhandig kennis met terreur van eigen bodem, de moord op Van Gogh was de manifestatie van homegrown terrorism. Mohammed B. maakte deel uit van een groep vrienden die al langer in de gaten werd gehouden door de AIVD. De ‘Hofstadgroep’, zoals de codenaam bij de dienst luidde, bestond uit jonge Nederlandse moslims voor wie zelfs de ultraorthodoxe moskeeën te gematigd waren. Tijdens huiskamerbijeenkomsten lazen ze opruiende jihadistische literatuur en keken ze video’s van westerse gijzelaars die door jihadstrijders werden onthoofd.

Er was een buitenlandse inspirator, de rondreizende Syrische prediker Abu Khaled. Maar ze runden hun ‘cel’ toch voornamelijk zelf. Mohammed B. stelde zich op als ‘schriftgeleerde’, sloot islamitische huwelijken. Zelf zetten ze de stap naar geweld. Een week na de moord op Van Gogh verschanste Jason W. zich met een vriend in een Haagse woning en gooide een granaat naar een arrestatieteam. Aanslagen werden voorbereid, zo oordeelde de rechter: na november 2004 volgden daarvoor nog arrestaties van Samir A. en Nouredine El F. In diens rugzak zat een pis-toolmitrailleur.

De Hofstadgroep was in veel opzichten erg Hollands. De vrienden noemden zich ‘Poldermujahideen’ en ontwierpen logo’s met een Nederlandse leeuw. In de haatlectuur die hij op het internet verspreidde, liet Mohammed B. de zwarte jihadvlag wapperen op het torentje van het Binnenhof. De Hofstadgroep richtte zich op het debat in Nederland, haar doelwitten bestonden in de eerste plaats uit Nederlands politici en opiniemakers: Ayaan Hirsi Ali, Geert Wilders, Ahmed Aboutaleb.

Het autonome en Hollandse karakter was opvallend. Want in eerdere terreurzaken was nog sprake geweest van contacten met internationale terroristische organisaties en van Afghanistanveteranen die in Nederland jonge moslims probeerden te rekruteren voor de jihad. In de tijd van de Hofstadgroep leek de rol van die internationale organisaties echter uitgespeeld. Al-Qaeda en daaraan gelieerde groepen waren in 2004 in het defensief geraakt door de wereldwijde war on terror.

De Hofstadgroep was een ‘lokaal autonoom netwerk’, zoals de AIVD het omschreef, net zoals de groepen die hadden toegeslagen in Madrid en later in Londen. In 2006 identificeerde de AIVD naar eigen zeggen nog 10 tot 15 van dergelijke netwerken in Nederland. Er zou sprake zijn van 100 tot 200 geradicaliseerde moslimjongeren.

Leiders zijn verdwenen

Het gevaar van dergelijke lokale jihadistische netwerken is inmiddels zo goed als verdwenen, zo vertellen de belangrijkste terrorismebestrijders van Nederland. Voormalige leiders zitten gevangen of zijn verdwenen. Nieuwe aanvoerders zijn nog niet opgestaan. De onderlinge verdeeldheid is groot. „De netwerken zijn er nog wel”, zegt een terrorisme-expert van de AIVD, „maar de dreiging is heel anders dan toen. We zien in de huidige groepen geen lui die echt bereid zijn tot geweld. Het gaat eerder om vage plannen deel te nemen aan de jihad in het buitenland.”

De nieuwe Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, Erik Akerboom, gaat nog een stap verder: „Het beeld is sterk veranderd. Netwerken zoals ze bestonden ten tijde van de moord op Van Gogh zijn er niet meer.” Ook het aantal individuele „targets” dat door de veiligheidsdiensten in de gaten wordt gehouden, is volgens Akerboom „afgenomen”.

Volgens Akerboom komt dat door het beleid dat de afgelopen vijf jaren is gevoerd, de zogenoemde ‘brede benadering’. Iedereen in Nederland werd opgeroepen alert te zijn op radicalisering onder jongeren en signalen van terroristische dreiging.

Wetenschappelijke deskundigen (zie kader) vinden dat de terreurbestrijders zichzelf daarmee „te veel credits” geven. Terrorisme verloopt met de tijd, het was ook een hype, zegt Edwin Bakker van Instituut Clingendael. „Er is nu al weer een nieuwe generatie jongeren opgegroeid.” Ook wijzen wetenschappers er op dat terrorismebestrijders wel erg grote conclusies trekken op basis van weinig incidenten.

Advocaat Bart Nooitgedagt, die veel terrorismeverdachten bijstond, vraagt zich af of de terroristische netwerken überhaupt hebben bestaan. „De overheid heeft veel opgeklopt en uit zijn verband gerukt. In al die zaken heb ik nimmer het gevoel gehad dat er sprake was van een reële dreiging op een grote aanslag à la Londen of Madrid.”

Over de wijze van bestrijding van de netwerken bestaat weinig verschil van mening. Cruciaal was volgens terrorismebestrijders en deskundigen de zogenoemde CT-Infobox, waarin diverse instanties samenwerken en informatie over radicalisering en terreurverdenkingen uitwisselen. Strafrechtelijke vervolgingen van terrorismeverdachten strandden nogal eens voor de rechter. Maar dankzij de samenwerking in de CT-Infobox zette de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de afgelopen jaren diverse radicale moslims zonder Nederlandse nationaliteit het land uit. Dat is gebeurd met leden van de Hofstadgroep, met vrijgesproken verdachten in eerdere terrorismezaken, maar ook met haat prekende imams van de Al Fourkaan Moskee in Eindhoven. Volgens de IND gebeurt dat nu nog „een paar keer” per jaar. „Dat heeft de netwerken sterk verzwakt”, zegt Akerboom.

Voor terrorismebestrijders waren de gunstige voortekenen al in 2007 voldoende reden de dreiging voor een terroristische aanslag in Nederland te verlagen van ‘substantieel’ naar ‘beperkt’. Het beeld rond jihadistische netwerken was op dat moment „opnieuw vrij rustig”.

Terabytes aan digitale informatie

De ontdekking van de Pakistaan Abbasi in januari 2008 in Nederland verstoort die rust hardhandig. Er doemt een nieuw gevaar op, nu uit het buitenland.

De recherche trekt vanaf dat moment een gigantische hoeveelheid informatie na. Alle contacten van Abbasi worden gescreend. De rechercheurs luisteren tientallen telefoons af, en analyseren terabytes aan digitale informatie. Om te achterhalen of andere potentiële zelfmoordterroristen in Nederland verblijven, wordt een ‘profiel’ opgesteld. Buitenlandse studenten die daaraan voldoen, worden nagetrokken. Na weken rechercheren komt de politie tot de conclusie dat Abbasi de enige terrorist is.

Bij het onderzoek heeft de Nationale Recherche voortdurend overleg met politiediensten van andere landen. Spaanse collega’s houden de Nederlanders telefonisch op de hoogte van de laatste stand van zaken. Onderzoeksteams uit verschillende landen komen samen op het hoofdkwartier van de Nationale Recherche in Woerden. In werkgroepen met Britse en Amerikaanse politiemensen worden de profielen van zelfmoordterroristen aangescherpt. Israëliërs komen naar Woerden om hun deskundigheid op dat gebied te delen.

Maar tussen Nederlandse en Spaanse aanklagers loopt de samenwerking een stuk stroever. Officier van justitie Pollyan Spoon heeft de Spaanse justitie herhaaldelijk gevraagd om officiële stukken die nodig zijn voor de vervolging van Abbasi. Ze zou graag de verklaring van kroongetuige F1 in handen hebben. Ook een Europees Aanhoudingsbevel zou helpen bij een arrestatie. Het landelijk parket herhaalt die verzoeken begin maart in Madrid nog eens tijdens een spoedbijeenkomst van Eurojust, de samenwerkingsorganisatie van EU-landen op het gebied van terrorisme en zware criminaliteit. De Spaanse justitie laat het echter afweten.

Medio maart besluit officier van justitie Spoon dat er niet langer kan worden gewacht: „Op een gegeven moment moet je je afvragen wat verder onderzoek nog gaat opleveren.” Abbasi wordt aangehouden. Tijdens zijn verhoor geeft hij toe contact te hebben gehad met de leden van de cel in Barcelona. Maar Abbasi ontkent categorisch dat hij iets met terrorisme te maken heeft.

Zonder de Spaanse getuigenverklaringen heeft het Landelijk Parket niet veel bewijs in handen. Na twee weken besluit het OM dat de Pakistaan niet langer in voorarrest kan blijven. Maar Abbasi komt niet vrij. Na overleg met de IND wordt hij tot ongewenst vreemdeling verklaard. Abbasi gaat voor onbepaalde tijd in vreemdelingendetentie in de gevangenis waar hij al zat, de zwaar beveiligde inrichting in Vught. Als Madrid eindelijk een arrestatiebevel uitvaardigt, wordt Akeel Abbasi op 14 augustus 2008 uitgeleverd aan Spanje. Daar zit hij nog steeds vast, samen met de andere vermeende leden van de cel. Hun proces begint op 17 december.

Zomaar op een studentenvisum binnengekomen

Voor de veiligheidsdiensten zorgt de zaak-Abbasi voor een fundamentele omslag in het denken. „Opeens bleek een totaal onbekende persoon zomaar op een studentenvisum binnengekomen”, zegt een analist van de AIVD. „Iemand zonder enige achtergrond. Een clean skin.”

Het was de dienst al eerder opgevallen dat de Talibaan in Zuid-Waziristan meer activiteiten ontplooiden. Betekende dit dat Osama Bin Laden en het leiderschap van Al-Qaeda weer acties richting het Westen zullen ondernemen? Is Nederland ook een potentieel doelwit? Binnen de dienst was de discussie nog gaande, toen de zaak Abbasi aan het licht kwam. „De druppel die de emmer deed overlopen”, aldus de AIVD.

Terrorismecoördinator Erik Akerboom noemt de zaak „het kantelpunt”. In de jaren na de moord op Van Gogh was Nederland vooral gericht geweest op de binnenlandse dreiging. Abbasi maakte duidelijk dat het terroristische gevaar nu in de eerste plaats uit het buitenland kwam, aldus Akerboom: „Het was toch wel schrikken dat hun slagkracht zó groot was, dat dergelijke organisaties echt een cel naar ons toe konden sturen.”

In de weken en maanden die volgen op de arrestatie van Abbasi, neemt de overheid diverse veiligheidsmaatregelen. De Onderwijsinspectie heeft al eerder geconstateerd dat er problemen zijn met Pakistaanse studenten: ze vertonen veel verzuim, staken hun studie en verdwijnen uit zicht. Met de arrestatie van Abbasi staat die zorg ineens in een heel ander daglicht. Een veiligheidslek openbaart zich: de grenzen voor studenten staan wagenwijd open. Al jaren probeert Nederland zichzelf internationaal op de kaart te zetten als ‘kennisland’. Hoogopgeleiden of studenten zijn van harte welkom. Voor hen geen ingewikkelde procedures bij de IND. De screening van studenten gebeurt voornamelijk door universiteiten en hogescholen zelf.

„Ze zoeken steeds de zwakste schakel in de keten uit”, zegt terrorismecoördinator Akerboom. Ook in het buitenland zijn vermeende jihadisten vaak met studentenvisa binnengekomen. Begin 2008 is de Inspectie al enige tijd bezig met onderzoek naar een achttal HBO-instellingen in Nederland met een ‘verhoogd risicoprofiel’, scholen die actief studenten in het buitenland werven, vaak via lokale agenten. Soms gebeurt dat zelfs met leuzen als ‘A Gateway to Europe’.

Er blijken scholen te zijn die niet-studerende Pakistaanse studenten zelf weer terug op het vliegtuig zetten, andere instellingen melden het verdwijnen van studenten „om redenen van privacy” niet eens af bij de IND. Zelfs een strak georganiseerde school als de Hogeschool Zeeland zag vier „zorgvuldig gescreende” Pakistaanse studenten de school „met onbekende bestemming” verlaten. Bij elkaar zou het volgens de Inspectie kunnen gaan om meer dan honderd verdwenen studenten.

AIVD en IND gaan in 2008 op onderzoek uit. De IND spreekt desgevraagd van aanwijzingen van „misbruik” van de „procedures”. Wat er precies uit de naspeuringen van deze diensten komt, is onduidelijk. Wel zegt de AIVD dat er „geen tweede Abbasi” boven water is gekomen. IND verscherpt de afspraken met de scholen, gaat verzuim in de gaten houden. Voor Pakistaanse studenten wordt het bijna onmogelijk gemaakt nog in Nederland te studeren: voor een uitgebreide screening moeten ze eerst naar de Nederlandse ambassade in Dubai. Of het voldoende is? Akerboom: „Er blijven altijd muizengaten in het systeem.”

Terrorismebestrijders denken dat de dreiging uit Zuid-Waziristan inmiddels is afgenomen. „Door de militaire operaties in dat gebied is het vermogen van Al-Qaeda toe te slaan minder geworden”, zegt Akerboom. Het vermeende brein achter Abbasi en de Barcelona-cel is in elk geval uitgeschakeld. Op 5 augustus van dit jaar vuurt een onbemand vliegtuigje van de CIA boven Zuid-Waziristan eenraket af. Talibaanleider Baitullah Mehsud sterft enkele weken later aan zijn verwondingen.

Het leven leiden van een mujahideen

Somalië, ergens in de bush. In beeld verschijnt een gemaskerde man met een Kalasjnikov, die vloeiend Engels spreekt. „We hadden nooit gedacht dat we op een dag een AK-47 zouden dragen om te vechten tegen de koeffaar (ongelovigen) en murtaddeen (afvalligen, red.)”, zegt hij. „Wij zijn gekomen om het leven te leiden van de mujahideen.”

Het videofragment verscheen op 25 april van dit jaar op het forum van de internetcommunity Marokko.nl. „Met beelden van de Al-Shabaab Jongerenbrigade in Somalië”, aldus de toelichting. Nederlands ondertiteld. „Graag rondsturen”, stond er bij.

Jihadfilmpjes als deze zijn regelmatig te vinden op internet. Want binnenlandse dreiging mag dan zijn verminderd, buitenlandse conflicten als in Somalië, blijven Nederlandse jongeren fascineren.

De slepende burgeroorlog in Somalië is radicale moslims in West-Europa lange tijd ontgaan. Maar sinds Al-Qaeda Somalië tot het ‘zuidelijk front van de internationale jihad’ heeft verklaard, wordt het internet overspoeld met propaganda voor de ‘Harakat al-Shabaab al-Mujahideen”, of kortweg Al-Shabaab (‘de jeugd’). Vele tientallen Europese jongeren zouden gehoor hebben gegeven aan de oproep te gaan vechten voor de extremistische beweging.

In Nederland zijn volgens de AIVD slechts enkele jongeren naar het buitenland getrokken om te vechten. Eind juli van dit jaar werden in Kenia, vlak bij de Somalische grens, vier twintigers uit Den Haag aangehouden. Volgens de Keniase politie waren de vier onderweg naar een trainingskamp van Al-Shabaab. De jongens ontkennen dat. Driss D., één van de vier, verklaarde in een interview met deze krant dat hij en zijn vrienden op vakantie waren. Driss wilde dieren zien, en snorkelen in de Indische Oceaan.

Maar in de Somalische Al-Hidjra moskee in Rotterdam-Zuid geloven ze weinig van dat verhaal. De leiding van de moskee maakt zich zorgen over de groeiende aantrekkingskracht van Al-Shabaab. Het front in Irak was nooit echt populair in Nederland en met het militaire offensief tegen de Talibaan in Pakistan is het Afghaanse grensgebied vrijwel onbereikbaar geworden. Daarom is Somalië hot, en niet alleen onder Somaliërs. Een aantal jongeren heeft al gepolst of het is toegestaan af te reizen, vertellen bronnen binnen de moskee. Tot nu toe heeft de Somalische imam ze op andere gedachten kunnen brengen.

Binnen de Al-Hidjra moskee weten ze waar ze over spreken. De afgelopen tien jaar is het gebedshuis voor Somalische migranten uitgegroeid tot een islamitisch centrum voor de vele etnische groepen op Zuid. De moskee is orthodox, maar niet per se salafistisch, zegt bestuurslid Jacob van der Blom. „Wij krijgen hier van alles over de vloer.” Omdat er in het Nederlands wordt gepreekt, is de moskee onder jongeren erg populair. In de Al-Hidjra zitten Marokkaanse straatcriminelen naast jonge vrome moslims.

Vlak na de aanslagen in New York en Washington in 2001 bleken de salafistische moskeeën in Nederland een jachtterrein voor rekruteurs van jihadstrijders. Nu is dat niet meer zo, concludeert diezelfde dienst in een nota die volgende maand verschijnt. „De salafistische centra zijn niet langer een voedingsbodem voor jihadistisch terrorisme”, zeggen AIVD-analisten. De afgelopen jaren echter hebben de salafistische voorgangers openlijk afstand genomen van geweld: soms uit overtuiging, soms ook onder de toenemende druk van de overheid. Hoe dan ook: jihadisten hebben weinig meer te zoeken in de salafistische moskee. „Men let er scherp op”, vertelt de salafistische prediker Remy Soekirman. „Jongeren die blijk geven van een gevaarlijke ideologie worden daarop meteen aangesproken.” Radicalen die het leven niet willen beteren, worden de moskee uitgezet. Dat gebeurde in de Haagse As Soennahmoskee met de vriendengroep rond Driss.

Volgens de AIVD heeft het uitzetten van jihadisten een positief effect. „Er verdwijnt een podium voor ze”, zeggen analisten van de dienst. Maar er is ook een nadeel: radicaliserende jongeren duiken onder in een ondergronds circuit van huiskamerbijeenkomsten en chatrooms op internet.

Binnen de Al-Hidjra moskee kiest men ervoor radicalen juist zo veel mogelijk binnen boord te houden. Bestuurslid Jacob van der Blom: „Jongeren hebben nou eenmaal een bepaalde drang om militant te zijn, zich te verzetten.”

Teruggestuurd naar Europa

Na de moord op Van Gogh leek homegrown terrorism de belangrijkste dreiging voor de toekomst. Anno 2009 lijkt de belangrijkste dreiging die van buitenaf. Als er nog binnenlandse ‘jihadistische netwerken’ zijn, is hun oriëntatie verschoven: potentiële jihadi’s richten zich op de strijd in het buitenland, en veel minder op de Nederlandse politiek. Het echte risico, zo denkt de AIVD nu, ontstaat als Nederlandse jihadgangers in risicogebieden in contact komen met professionele terroristische organisaties, en worden teruggestuurd naar Europa. „Daarom wordt er zo gelet op jongeren die weer terugkeren en hier weer anderen inspireren”, zegt Erik Akerboom.

Daarmee lijkt Nederland weer in de pas te lopen met de rest van Europa. Terrorismebestrijders wijzen op de ‘Sauerlandgroep’ die in 2007 werd aangehouden. Duitse bekeerlingen bleken uit Pakistan teruggekeerd om aanslagen te plegen.

„In 2006 schreven we dat het terrorisme in de toekomst steeds meer Hofstadachtig zou zijn”, zegt de analist van de AIVD. „Misschien moeten we concluderen dat de fase rond Van Gogh een hele atypische periode was. Een anomalie.”