'Ik wil van alles een feest maken'

Modeontwerper Bas Kosters (1977) is een van de vijf genomineerden voor de Dutch Fashion Award, die 6 november wordt uitgereikt.

Hoe zag uw ouderlijk huis eruit?

„Mijn ouderlijk huis herinner ik mij in vele gedaantes. We woonden in Zutphen en verhuisden regelmatig. Bovendien veranderden mijn ouders het interieur graag: soms een andere bank, dan weer een nieuwe kleur op de muur. Wat me goed is bijgebleven: de theetafel met het Acapulco theeservies van Villeroy & Boch, kleurrijk gedecoreerde kopjes. Theedrinken is voor mij nog altijd een belangrijk ritueel.

„Mijn vader was metaalbewerker. Mijn moeder een lieve, creatieve vrouw. Zij probeerde van alles altijd een feest te maken. Dat wil ik ook. Creativiteit is niet in de eerste plaats leuke dingen maken. Creativiteit is een state of mind, de wijze waarop je in het leven staat.”

Wanneer besefte u dat voorwerpen worden ontworpen?

„Als kind tekende en knutselde ik veel. En ik had een tante die schilderde. Als tiener wist ik dat ik kunstenaar wilde worden. De passie en de uniciteit die daarbij hoorden, leken mij bijzonder. Op mijn zestiende ben ik een mbo-opleiding mode gaan doen, zodat ik daarna kon doorstromen naar de kunstacademie. Op de academie moest ik na het eerste jaar kiezen tussen twee richtingen: illustrator of mode. Ik dacht: illustreren lukt ook wel zonder opleiding. Maar zoek er niet te veel achter. Ik ben niet zo’n planner. Ik ben altijd erg van het hier en nu geweest, van: we zien wel.”

Wat is het geheim van een geslaagd ontwerp?

„Het gevoel dat je ermee oproept. Als mensen blij worden van mijn werk vind ik dat geweldig. Een presentatie van een nieuwe collectie is voor mij een Gesamtkunstwerk: niet alleen de kleding, maar ook licht, muziek en een performance. Als zo’n presentatie lukt, geeft dat zo’n euforisch gevoel. Maar ook een schets kan dat gevoel oproepen. Als het lukt om te vertellen wat ik wil vertellen.”

Waarom droeg u uw eerste collectie drie jaar geleden op aan de zwervers van Amsterdam?

„Vanuit mijn vorige atelier, een souterrain aan de Geldersekade in Amsterdam, zag ik iedere dag zwervers. Hun ingenieuze kledinggedrag inspireerde me. Kleding heeft voor daklozen een andere functie, het is hun huis. Voor die collectie heb ik bijvoorbeeld een jas gemaakt met handschoenen eraan vast en een losse deken voor om de nek, zodat je altijd lekker kunt gaan liggen. Het was een knipoog, een metafoor voor het buitenleven.”

Wie is een voorbeeld voor u?

„Ik hou van [couturier] Fong Leng en [schoenontwerper] Jan Jansen, en van kunstenaars als Matthew Barney en Paul McCarthy. Allemaal kleurrijke, expressieve ontwerpers, met soms een afwijkende esthetiek die de grove kanten van het leven niet schuwt.”

Hoe zou u uw eigen ontwerpstijl omschrijven?

„Als enthousiasmerend, alarmerend, tongue in cheek en met een sterke hang naar nostalgie. En alles wat ik naast het modeontwerpen doe, van muziek maken en schilderen tot knuffelpoppen ontwerpen, moet de beleving van het modemerk Bas Kosters Studio versterken. Hoe ik mezelf noem? Artist, een fijn, allesomvattend begrip.”

Van welk ontwerp heeft u spijt?

„Voor mijn afstudeercollectie had ik een fluorescerend groene trui nodig. De trui die me voor ogen stond, hing in een winkel. Die heb ik gekocht, een beetje aangepast, en voor mijn collectie gebruikt. Dat zou ik nu niet meer doen. Maar ach, waarom zouden we daar lang bij stilstaan? Onze neuzen staan vooruit. Die kant gaan we op.”

Wat zou u graag ontwerpen?

„Ik zou graag meer willen samenwerken met grote merken. Zo’n groot merk een ander gezicht geven, dat is kicken. Voor Bugaboo heb ik een limited edition kinderwagen ontwikkeld. En voor de conceptstore van Heineken een kledingcollectie.

„In de modewereld ben ik een vreemde eend in de bijt. Andere couturiers maken jurken die charmant zijn voor vrouwen. Bij mij ligt de focus niet op details, op coupe, op de manier waarop stoffen vallen. Mijn kleding gaat over expressie, het overdragen van gevoelens. Mijn jurken kunnen ook als kunst aan de muur worden opgehangen. Toch zou ik in de toekomst ook eens collecties voor dagelijks gebruik willen ontwerpen. Die behoefte voel ik opkomen. Wat zeg je, een Bas Kosters-collectie voor H&M? Zou ik geweldig leuk vinden.”

Heeft u een gedroomde opdrachtgever?

„Voor Tichelaar Makkum zou ik graag een Delfts blauw theeservies willen ontwerpen. En voor Nina Hagen en Grace Jones, de muziekidolen uit mijn tienerjaren, wil ik kleding maken.”