'Ik heb in elk geval gewonnen van mezelf'

Schaatsster Ireen Wüst (23) kende vorig seizoen grote problemen. Faalangst, ziekte, oververmoeidheid. Toch gelooft ze heilig in succes in Vancouver 2010.

De doffe blik in haar ogen van vorig seizoen heeft plaatsgemaakt voor ouderwets stralende bravoure. „Ik voel me fris”, zegt Ireen Wüst terwijl ze in café Fam in het Duitse Erfurt nipt van een cola light. „Ik heb veel rust en vertrouwen, zit lekker in mijn vel. Dat is de laatste twee jaar wel eens anders geweest.”

Goed gevoel, bemoedigende trainingstijden. In de hoofdstad van Thüringen, waar Wüst op trainingskamp was met haar ploeg TVM, kon ze nauwelijks wachten op de eerste belangrijke wedstrijd van het schaatsseizoen, de NK afstanden dit weekeinde in Heerenveen. Hoe anders dan vorig jaar. „Toen had ik genoeg momenten dat ik er helemaal klaar mee was. Waarom doe ik dit nog, dacht ik dan. Het plezier was volledig weg. Op een gegeven moment ga je jezelf dingen voorhouden. Zo van: volgende week gaat het vast goed. Volgde er wéér een teleurstelling. Dan denk je: het gaat niet meer.”

Wüst (23) schoot in 2006 als een komeet naar de top van het vrouwenschaatsen. In haar eerste olympische race won ze in Turijn goud op de 3.000 meter. „Alles was nieuw, je was underdog, reed naar je beste kunnen en dan haal je ineens goud. Al kwam het in mijn achterhoofd niet helemaal als verrassing. In de training reed ik een week eerder al mijn snelste temporondje ooit.”

Een jaar later volgde in Heerenveen haar eerste wereldtitel allround, met baanrecords die nog altijd staan. „Qua beleving staat dat WK boven mijn olympische titel. Ik ging voor één ding: de wereldtitel. En dan lukt drie dagen lang alles. In de laatste drie, vier rondjes van mijn vijf kilometer begon het publiek te zingen: ‘campione, campione’. Ik was er met mijn volle bewustzijn bij, kreeg gewoon kippenvel door mijn pak heen. Dat jaar ging alles van een leien dakje. Je stapt in een trein, rijden maar en je komt waar je wilt. Zonder dat je beseft hoe je het hebt gedaan.”

Tot Wüst in 2008 bij het WK allround haar titel verloor aan ploeggenote Paulien van Deutekom. Half maart bij de WK afstanden in Nagano crashte de trein hard. „Mentaal was ik daar nog goed, ik had er zin in. Lichamelijk was ik totaal uitgewoond. Ik woog maar 57, 58 kilo. Nu 67. Ongelofelijk.”

Het begin van veel ellende. „Mijn grote fout is geweest dat ik vorige zomer, na Nagano, te snel wilde beginnen. Ik bouwde mijn basis op een niet fris lichaam. Zo ga je moe de winter in. Doordat je lichaam niet goed is, rijd je slecht. Vanaf de eerste race was het vechten. Technisch krijg je het niet voor elkaar en je bent met een vermoeid lichaam vaak ziek. Ik heb wel vijf antibioticakuren gehad. Op belangrijke momenten, of vlak daarvoor, ging het mis. Uiteindelijk ben ik nog op het podium gekomen bij de WK allround en WK afstanden. Maar aan het einde van het seizoen dacht ik: dit moet echt anders. Toen ben ik heel eerlijk tegen mezelf geweest.”

Op het meedogenloze af. „Achteraf is het bizar dat ik nog een heel seizoen heb gefunctioneerd. Je kunt gewoon meer dan je denkt, puur op wilskracht. Maar soms was ik tijdens een race in mijn hoofd al drie slagen verder dan met mijn benen. Ik wilde een bocht op frequentie rijden (snel overstappen, red.). Zag ik het terug, man, het leek wel een slak die over het ijs ging! Traag als weet ik veel wat. Een 500 meter leek bijna een drie kilometer.”

Na elke tegenvaller bleef ze naar buiten toe positief. „Ik wist aan het begin nog niet dat ik mijn basis had gebouwd op een uitgewoond lichaam. Altijd positief blijven, dat is de enige manier om de ellende te doorstaan als je er middenin zit. Jezelf mooiere en betere dingen voorhouden, moed inpraten, volhouden dat je wel een goede zomer hebt gedraaid. Als je dat vaak genoeg tegen jezelf zegt, ga je het op een gegeven moment nog geloven ook. Signalen van je lichaam ga je keihard negeren. Die zijn er niet. Gewoon doorgaan.”

Al knaagde het wel, bekent ze achteraf. „Soms was ik heel erg zenuwachtig. Onbewust weet je toch dat het niet helemaal goed is. Voor wedstrijden ontstaat een bepaalde angst, terughoudendheid. Als ik het maar red, denk je. ”

Rust nemen was geen optie. „Ik had geen enkel privilege omdat ik zo slecht reed aan het begin van het seizoen, moest me keer op keer bewijzen. Met een streep door het NK sprint zou ik meteen de 1.000 meter bij de World Cup, de WK afstanden en het WK sprint missen. Vier strepen door één afzegging. Dus ga je door. Al sloeg het achteraf nergens op dat ik daar ben gestart. ‘Wat doe jij hier’, vroegen ze. Tja, vechten. Niet opgeven. Maar een dag later zat ik ziek thuis op de bank. Als ik naar de wc liep was ik al helemaal bekaf.”

Op twee doordeweekse ochtenden in Thialf, tijdens skate-offs voor haar laatste kans, kregen de fysieke problemen grip op de geest. „Een typisch geval van faalangst. Ik moest en zou me plaatsen voor de WK afstanden, anders ging ik af. Daarmee legde ik zoveel druk op mezelf. Had ik nooit meegemaakt. Aan de start van de drie kilometer blokkeerde ik totaal. Ik reed als een dweil. Na afloop zat ik gedesillusioneerd op het bankje. ‘Trut die je bent!’ Dan gewoon de pers te woord te staan, terwijl ik dacht: ik wil verdwijnen.”

„Mijn vader was die dag, heel lief, speciaal naar Heerenveen gekomen. Hij zat bij me thuis, snapte ook niet wat er aan de hand was. Ik zei: ‘pap, laat me maar, ga maar naar huis.’ Zat ik als een zielig hoopje mens alleen op de bank. Later die dag toch samen met Sven (Kramer) naar Erfurt gereden, voor een World Cup 1.500 meter. Ging nog vrij lekker ook. Maar een paar dagen later, bij de skate-off op de 1.000 meter, gebeurt precies hetzelfde als de week ervoor. Dat was voor mij het grootste drama.”

Een kritische tv-commentator („Wat heb je op een WK te zoeken?”) gaf Wüst extra motivatie om een bronzen medaille te winnen bij de WK allround in Hamar. Al viel ze er letterlijk bij neer na de slotafstand. „Het licht ging even uit.” Bij de wereldbekerfinale in Salt Lake City werd ze opnieuw ziek. „Ik reed zo slecht daar. Vind ik dit nog wel leuk, dacht ik in mijn bed.” Wüst twijfelde ernstig over deelname aan de WK afstanden, een week later in Vancouver. „Heb ik mezelf toch maar weer een schop onder mijn kont gegeven. Niet opgeven nu! En dan pak ik nog zilver op de 1.500 meter.

„Mijn grootste kracht is tevens mijn grootste valkuil. Altijd door kunnen gaan, soms totdat het niet meer gezond is.” Waar dat vandaan komt? „Toen mijn vader in 1997 opgaf in de Elfstedentocht was ik daar letterlijk ziek van. Ik snapte het gewoon niet. Opgeven, dat deed je niet. Toen was ik elf. Het zal een drive zijn van binnen. Als ik iets voor ogen heb, wil ik het bereiken. Koste wat het kost. Daar kan ik heel veel pijn voor lijden.”

Met desastreus gevolg. „Mijn gevoel was weg. Alle grenzen zijn zover verschoven. Heel bizar. Je functioneert wel, maar je weet niet meer hoe je je voelt. Fris is het niet meer, maar dan nog blijft er een verschil tussen heel erg vermoeid en gewoon vermoeid. Maar gewoon vermoeid voelde voor mij als uitgerust. Dan ging ik er weer volop tegenaan. En voelde me al snel weer heel erg vermoeid.”

Na de analyse, samen met coach Gerard Kemkers, volgden conclusies. „Ik heb echt heel veel rust genomen. In de vakantie heb ik niets gedaan, aan het einde mijn amandelen eruit laten halen. Kwam achteraf goed uit. Ik mocht door de operatie niet te veel doen, moest stap voor stap opbouwen. En op ons eerste trainingskamp op Mallorca dacht ik na een fietstraining: wat is dit, ik hoor nu toch moe te zijn? Ik wist gewoon niet meer hoe het voelde om fris te zijn.”

Wüst verwijt niemand iets, ook haar trainer niet. „Je bent als sporter zelf verantwoordelijk.” Ze probeert beter te luisteren naar haar gevoel en houdt nu per week een trainingsverslag bij. „Vroeger was elke training een doel op zich, nu kijk ik meer naar het grote geheel. Als vorig jaar op het schema stond dat ik anderhalf uur moest fietsen, deed ik dat. Ook na een dag zware tempotraining. Eruit halen wat erin zit, dacht ik dan. Nu ga ik de volgende dag gerust maar een half uurtje fietsen als ik moe ben.”

Is de cruciale grens gevonden tussen hard en te hard trainen? „Sommigen kunnen dat van nature, voor anderen is het een hard leerproces. Ik moet blijkbaar door schade en schande wijs worden. Maar het randje is ook zo wankel. Toen ik negentien was, kende ik mijn lichaam zeker niet zo goed als nu. Waar ligt je grens? Dat weet je niet. Ik weet het nog steeds niet, met 23 ben je nog steeds een sporter in de groei. Maar ik herken nu wel eerder signalen, ik ken mijn eigen lichaam beter. Dat is het voordeel van die moeilijke jaren.”

En zo slecht waren de prestaties nu ook weer niet. „Ik zit er nog dicht bij, ook al doordat het niveau van het vrouwenschaatsen niet is gestegen. Misschien ben ik een beetje slachtoffer van mijn eigen succes. Op mijn twintigste had ik olympisch goud en was ik drievoudig wereldkampioen. Dan wordt de lat hoog gelegd.”

Kan ze haar niveau van Thialf 2007 nog halen? „Er is niets kapot in mijn lichaam, ik kan zelfs beter. Ik zou heel graag de eerste vrouw onder de 1.50 zijn op de 1.500 meter.” En Vancouver? „Ik zou tekenen voor dezelfde score als vier jaar geleden. Maar misschien blijkt zilver in Vancouver emotioneel wel meer waard dan goud in Turijn. De afgelopen jaren ben ik mezelf behoorlijk tegengekomen. Dat vormt je als mens, je wordt volwassener. Ik heb in elk geval al gewonnen van mezelf.”