Gedeelde bomherinneringen

Westkapelle herdenkt morgen dat het 65 jaar bevrijd is, met gedigitaliseerde Britse, Zeeuwse en Duitse getuigenissen

„Een sombere dag”, noteert de gezagvoerder G. Bradford in het logboek van zijn viermotorige Lancaster bommenwerper. Wolken versluieren die derde oktober 1944 het zicht op de Walcherse kust. In het bommenruim hangt een bom van twee ton. Een cookie, zegt Bradford, „want dat soort zware bommen brachten altijd wel wat mensen op de grond aan de kook.” Het naderende doel: de zeedijk van Westkapelle.

Korvettenkapitän Hans Köll ziet de Lancasters vanuit zijn commandopost in Vlissingen naderen. „Batterij West beschiet de naderende doelen. Er cirkelen voortdurend jagers boven het eiland”, schrijft hij in het journaal van zijn Marine-Flak-Abteilung 810.

„Bij boer Wisse hadden ze loopgraven gemaakt”, herinnert de toen vijftienjarige Maatje zich. „Daar kropen we met z’n allen in. Na het bombardement gingen we kijken. En ….. ons huisje stond er nog. Maar al gauw hoorden we dat er zo veel doden waren en dat was het ergste.” Een sombere dag, indeed.

De bommen vernielden de zeedijk, Walcheren liep onder. „Royal Air Force sinks island”, lachte de opening van de Londense Herald aan het einde van die dag. Het zou nog vier weken duren voordat Britse mariniers, met kleine groepjes Noren, Belgen en Nederlandse militairen het dorp bevrijden. Dankzij de inundaties konden ze met amfibievoertuigen de kustbatterijen die op de Scheldemonding stonden gericht vanachter naderen. De deur naar Antwerpen konden ze voor de geallieerde konvooien open wrikken. Morgen is dat exact 65 jaar geleden, reden waarom de jaarlijkse herdenking met wat meer pomp and circumstance is opgeluisterd dan gebruikelijk. Zo komt Royal Marines-generaal John Rose kijken hoe het Nederlandse fregat Hr Ms van Amstel op de rede saluutschoten afvuurt.

De ooggetuigenverslagen van de luchtaanvallen op de dijken waarmee de geallieerden de Duitse bezetters uit hun stellingen wilden spoelen, zijn verzameld door het Westkapelse Polderhuis. „Een paar jaar terug zijn we begonnen met het verzamelen daarvan. Die wilden we eens koppelen aan een gedetailleerde tijdlijn. Dat had nog niemand gedaan”, zegt Ada van Hoof van het kleine museum onderaan de intussen weer massieve dijk. „En getuigenissen van álle ooggetuigen welteverstaan: geallieerde militairen, burgers én Duitsers.”

Dit getuigenissenproject, memories to share gedoopt, is gedigitaliseerd ondergebracht in een zuil met een beeldscherm en sinds een paar weken in het Polderhuis in te zien. Raak met een vinger een gewenste datum, plaats en zelfs uur aan en er poppen allerlei ooggetuigenopties op. Dagboeken, geluidsopnames, video’s. Je bent er zó uren mee zoet.

De verhalen van dorpelingen en veteranen, geholpen door de grote opkomst van Britse mariniers bij de jaarlijkse herdenking van de Slag om de Schelde, stroomden bij aanvang van het project binnen. Om nog meer verslagen binnen te halen zocht Van Hoof de hulp van het Britse Imperial War Museum en het Royal Marines Museum . „En wat denk je: wij bleken als klein museum meer verhalen van veteranen te hebben verzameld dan die twee prestigieuze instituten.” In deze twee musea zijn intussen ook versies van memories to share te vinden. Het lospeuteren van Duitse getuigenissen was daarentegen „heel moeilijk”. Dertig jaar geleden hoorde je op het Walcherse strand nog wel eens grijzende heren met armgebaren aan hun familie uitleggen in welke bunker, daar in de duinen, ze damals gelegen hadden. Maar er bestaan voor de hand liggende barrières om dat soort verhalen bij een museum op te rakelen. Het waren dan wel Britse bommen die de meeste burgerslachtoffers maakten – onderin een veilig geachte molen kwamen op 3 oktober 47 Westkapellenaren om. Maar het gros van de Zeeuwen zag in de bombardementen een noodzakelijk kwaad om een groter Kwaad eruit te gooien. Van Hoof: „Wij willen juist dat bezoekende Duitsers zien dat deze expositie géén beschuldigende vinger is.” Ze haalt een afscheidsbrief aan van een Duitse soldaat aan zijn ouders – „Veel kussen, jullie trouwe zoon Willy” – die laat zien dat op zijn minst achter sommig Feldgrau mensen schuilgingen. Willy Paugstadt redt het inderdaad niet. Een deel van de Duitse getuigenissen kwam uit het Bundesarchiv in Koblenz. Maar een oproep op een Duitse toeristische website gewijd aan Walcheren, leverde ook reacties op. „We hebben zelfs twee getuigenissen bemachtigd dankzij een oplettende medewerker van het Polderhuis die uit de conversatie van Duitse bezoekers opving dat ze hier gelegerd waren geweest.” De verhalen zijn dus intussen welkom in Westkapelle, een uitnodiging aan Duitse veteranen om aanwezig te zijn bij de herdenking is in Westkapelle nog een brug te ver. „De Royal Marines hebben gewoon gezegd dat als er Duitsers zijn, zíj niet komen. Maar ik denk eerlijk gezegd wél, dat ze morgen tussen het publiek staan.”