Frankenstein Barbies

Geluk is iets om te bereiken. Dus als vrouwen na decennia emancipatie iets ongelukkiger worden, zijn we in rep en roer.

TO GO WITH AFP STORY BY CLAIRE ROSEMBERG - Faces of mannequins are seen at Patina V in City of Industry, California, on September 29, 2009. As blue-eyed blondes increasingly hog the catwalks, discrimination is also at work in the weird and wonderful world of the fashion mannequin. "Black mannequins don't sell," said Marc Lacroix, a manager at one of the world's leading producers, Paris-based Cofrad which also owns Los Angeles firm Patina-V, a maker of ethnically diverse fashion mannequins. Patina V is a company providing mannequins for store windows established in 1987. Mannequins come in all shapes, colours and sizes but always come apart -- just like jointed artists' models made of a head, body, legs and arms. AFP PHOTO / GABRIEL BOUYS AFP

Amerikanen zijn goed in overbodige ideeën. Dat maakt ze zo leuk. Het bracht ze naar de maan, maar het verklaart evengoed waarom iemand bij Walt Disney besluit dat de wereld behoefte heeft aan levensechte film over een voor de FBI werkende elite-eenheid cavia’s (G-Force).

Het idee dat mensen steeds gelukkiger zouden moeten worden is even overbodig als een divisie met nachtkijkers uitgeruste knaagdieren die de wereld wil redden. Geluk, dacht ik, is iets dat je overkomt, waarbij het kan helpen de lat niet te hoog te leggen. Amerikanen zien dat vanzelfsprekend anders. Voor hen is geluk iets om te bereiken, net als de maan. Je kunt niet hoog genoeg grijpen.

Misschien hebben ze daarom ook zulke grote verwachtingen van wetenschappelijk onderzoek naar geluk. Het geluksgevoel van mensen wordt overal ter wereld gemeten, maar bij tegenvallende resultaten lijkt de teleurstelling nergens zo groot als in Amerika.

Amerikanen doen sinds 1972 jaarlijks bevolkingsonderzoek naar geluk. Ieder jaar mogen 1.500 mannen en vrouwen, variërend in leeftijd, inkomen, opleiding en burgerlijke staat, op een schaal van 1 tot 3 aangeven hoe gelukkig ze zijn. Onderzoekers van The Wharton School aan de universiteit van Pennsylvania concluderen nu dat vrouwen sinds het onderzoek in 1972 begon, in vergelijking met mannen ongelukkiger werden. Dat zie je ook in geluksonderzoeken elders ter wereld, ook in Europa, en die uitkomsten zijn daar vrij kalmpjes onthaald. Maar niet hier. Hier wonden de beste vrouwelijke columnisten zich er stuk voor stuk over op.

Hoe was het mogelijk dat vrouwen na decennia van emancipatie niet naar het geluk toe marcheren, maar er juist vandaan? En hoe kan het dat volgens de Wharton-onderzoekers álle vrouwen minder gelukkig zijn dan mannen: de thuisblijfmoeders én de carrièrevrouwen? Waarom zijn kinderen een belangrijke factor bij het afnemen van geluk?

Is het frustratie, zoals Judith Warner (The New York Times) suggereert? Omdat vrouwen nog steeds minder verdienen dan mannen, hier nog hogere ziektekostenpremies moeten betalen en naast hun fulltime banen nog altijd het meeste werk in huis doen? Komt het doordat vrouwen tegenwoordig zoveel meer te kiezen hebben en zich tegelijk genoodzaakt voelen het overal, op de werkvloer en als opvoeder, heel goed te doen, wat Meghan O’Rourke (DoubleX) vermoedt?

Of heeft het te maken met die andere uitkomst van het Wharton-onderzoek, zoals Maureen Dowd (The New York Times) meent, namelijk dat vrouwen ongelukkiger zijn naarmate zij ouder worden? Je moet het door jeugd en uiterlijk geobsedeerde Amerika als bron van ongeluk niet onderschatten, schrijft Dowd: „Een reeks van dure cosmetische procedures maakt het vrouwen mogelijk hun eigen Frankenstein Barbies te worden.”

Ik was geneigd te kiezen voor die laatste verklaring, omdat de Frankenstein Barbie zo’n adequate naam is voor een type vrouw dat in 1972 minder opviel. Maar toen ontdekte ik op de valreep hoe de schrijfster Barbara Ehrenreich nog even grommend uit de hoek kwam. Toevallig lees ik net haar nieuwe boek Bright-sided. How the Relentless Promotion of Positive Thinking Has Undermined America. En laat dat nu precies gaan over de gevaarlijke kanten van het Amerikaanse streven naar geluk, die eeuwige uitkomst van positief denken. Het eerste hoofdstuk, ‘Lach of sterf’, is meteen een klinkende aanklacht tegen de roze strikjescultuur van de borstkankermaffia, die hier ‘overlevenden’ bijna heilig verklaart en doden verzwijgt.

Ehrenreich is de eerste die in de discussie rond het geluksonderzoek de vraag opwerpt of geluk wel bereikbaar ís. Laat staan dat het is te meten. Ze stelt vast dat vrouwen volgens de onderzoekers „1 procent meer” dan mannen geneigd waren zichzelf niet al te gelukkig te noemen. Wat bij zoiets vaags als geluk natuurlijk bitter weinig is. En ze voert de lezer naar de bron van alle onrust rond het geluksonderzoek: een artikel op het blog The Huffington Post, geschreven door managementconsultant Marcus Buckingham. Die brengt binnenkort een zelfhulpboek op de markt met de titel Find Your Strongest Life. What the Happiest and Most Succesful Women do Differently. Waarmee Ehrenreich aantoont hoe een staaltje zelfpromotie van één positieve denker het zelfvertrouwen van zelfs de meest geëmancipeerde columnisten ondermijnde.

Het lichtfeministische vrouwenblog DoubleX is intussen een interessante nieuwe rubriek begonnen: ‘Gids voor zeurkousen om niet te zaniken’. Twee redacteuren gaan een maand proberen om over niets, helemaal niets, te klagen. Ze zijn heel benieuwd of ze daar gelukkiger van worden.