EU eens over klimaathulp arme landen

De landen van de Europese Unie werden het gisteren eens hoe de rijke landen arme landen moet helpen de verandering van het klimaat te bestrijden.

Er zijn steeds minder mensen die nog geloven dat het in december zal lukken op de top in Kopenhagen een nieuw internationaal klimaatakkoord te sluiten. Maar na een tweedaagse EU-top in Brussel kwamen leiders optimistisch naar buiten. Ze waren het zojuist eens geworden over de Europese inzet voor die onderhandelingen. Makkelijk was dat niet geweest – ministers vergaderden er al maanden over.

De regeringsleiders stelden gisteren dat er vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard euro per jaar nodig is om klimaatverandering in ontwikkelingslanden (en de gevolgen) te bestrijden. De rijke landen moeten daar volgens hen 22 tot 50 miljard euro per jaar aan bijdragen.

„We kunnen de rest van de wereld nu recht in de ogen kijken”, zei voorzitter Barroso van de Europese Commissie. Hij gaat volgende week met de Zweedse premier en EU-voorzitter Reinfeldt naar de VS. „We kunnen Obama zeggen dat wij klaar zijn voor ‘Kopenhagen’.”

Milieuorganisaties reageerden minder enthousiast. Twee jaar geleden prezen ze EU-landen nog, toen die zichzelf als eerste in de wereld bindende doelstellingen oplegden om de uitstoot van het broeikasgas CO2 te verminderen. Europa beloofde in 2020 twintig procent minder CO2 te produceren. Maar de laatste tijd wordt steeds meer getwijfeld aan de leidende rol van Europa op klimaatgebied.

Klimaatverandering kan alleen effectief worden bestreden als ook ontwikkelingslanden zich inspannen. En die willen dat alleen als ze weten hoeveel geld rijke landen, dus ook de EU, hen willen geven. Concrete toezeggingen van Europa werden cruciaal geacht. Maar de EU zegt nu alleen wat alle rijke landen in de wereld moeten doen, niet wat haar aandeel zal zijn.

Enkele lidstaten wilden dat wel: het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België. Nederland wilde nu vast toezeggen dat de EU 20 tot 30 procent van de rekening zou betalen. Maar andere lidstaten, zoals Duitsland, wilden om strategische redenen helemaal geen getallen noemen, zelfs niet voor de bijdrage van alle rijke landen.

„Dit is een slecht signaal”, zegt Rebecca Harms, de Duitse co-voorzitter van de Groenen in het Europees Parlement. „Is dit nu de koploperspositie waar de EU zo prat op gaat?”, zegt haar collega Bas Eickhout van GroenLinks. „Ontwikkelingslanden doen alleen mee aan een nieuw klimaatverdrag als wij onze verantwoordelijkheid nemen. Onze chefs hebben daar blijkbaar het lef niet voor. Lekker makkelijk: wel een totaalbedrag noemen, maar niet aangeven hoeveel je zelf gaat bijdragen.”

Dat Barroso en Reinfeldt gisteren toch zo enthousiast waren heeft er mee te maken dat er in ieder geval getallen in de tekst waren blijven staan. Hoe hoger de bijdrage van alle rijke landen, hoe groter ook het aandeel van de EU zal moeten zijn. En: EU-leiders waren het tenminste ergens over eens. „Ze konden niet naar buiten komen en zeggen dat dit was mislukt”, zegt een bij de onderhandelingen betrokken ambtenaar.

Opgelucht waren EU-leiders ook omdat ze een oplossing vonden voor een ander probleem waarover lidstaten het al maanden niet eens konden worden. Negen nieuwe EU-landen, onder aanvoering van Polen, wilden al voor ‘Kopenhagen’ vastleggen hoe de EU-bijdrage aan ontwikkelingslanden binnen Europa zou worden gesplitst. Daarvoor zijn twee voor de handliggende criteria: het bruto nationaal product (BNP) van lidstaten en de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten. De Polen wilden het BNP nemen: dat zou goedkoper zijn voor hen.

Mondiaal speelt de vraag straks ook hoe rijke landen de rekening onderling zullen verdelen. Sommige EU-lidstaten waren bang dat andere rijke landen straks tegen hen zouden zeggen: laten we hetzelfde criterium gebruiken dat jullie intern al hebben gekozen. Dat zou namelijk ongunstig zijn voor de EU als geheel.

De tegengestelde meningen over het verdelingsvraagstuk veroorzaakten vorige week veel ergernis tijdens een vergadering van ministers van Financiën. EU-voorzitter Zweden stelde de lunch uit om druk te zetten op de onderhandelingen. Om vijf uur zaten ministers nog te wachten op eten, zonder akkoord. Minister Bos van Financiën toonde zich toen somber dat regeringsleiders het alsnog eens zouden worden.

Afgesproken is nu dat een werkgroep zich gaat buigen over de zorgen van de Polen. Conclusies volgen pas na de onderhandelingen in Kopenhagen. Een harde confrontatie tussen oude en nieuwe lidstaten is zo voorlopig uitgebleven.