Een wonderlijke vogel

In zijn column over de neuroloog Jansen Steur stelt Piet Borst terecht vast dat er nogal wat falende toezichthouders zijn in de gezondheidszorg en niet alleen daar. Ik mis hierbij een belangrijke, die ook faalde: de visitatie van de neurologie-opleiding. De kliniek waar Jansen Steur werkte, leidde artsen op tot neuroloog. Als een kliniek opleidingsbevoegdheid heeft verkregen, wordt regelmatig gecontroleerd of alles nog in orde is. Een commissie bestaande uit externe neurologen en een arts in opleiding bezoeken de opleidingskliniek. Hier spreken ze met de opleider en ook met de overige neurologen van de maatschap, want die dragen allen bij aan de opleiding. Tevens worden de artsen in opleiding uitgebreid gehoord, evenals de medische directie en andere specialisten in het ziekenhuis die veel contact hebben met de neurologen. Indien zij hadden verteld wat nu naar buiten komt over Jansen Steur, dan zou het ziekenhuis de opleiding zijn kwijtgeraakt. Aangezien dat niet is gebeurd, denk ik dat ze niets hebben willen zeggen, óf het viel wel mee, óf de visitatiecommissie heeft, en dan bij herhaling, niet goed gefunctioneerd.Borst noemt in één adem ook de maagverkleinende solochirurg en de overleden baby in Hoorn. Of er iets fout is gegaan in Hoorn is nog onvoldoende duidelijk, een uitspraak hierover dient nog te worden afgewacht; wat de chirurg betreft is interessant dat het aantal doden na zijn ingreep niet afwijkt van wat te verwachten is na deze ingreep. Dat laatste brengt mij op de vraag die ik niet beantwoord zag in het rapport-Lemstra over Jansen Steur: wat was zijn percentage foute diagnoses? We weten wel de teller, niet de noemer. Iedere arts stelt wel eens een foute diagnose. Welk percentage valt buiten de landelijke norm? De commissie-Lemstra lijkt dit te weten, gezien haar duidelijke conclusie.

xxWetenschapsbijlage 24-10-09