Een communicatiecrisis? Zou het heus?

P.F. Thomése predikt dat er sprake is van een heuse communicatiecrisis (Opinie & Debat, 24 oktober). Wat is er aan de hand. De schrijver heeft zich met veel moed uit zijn schrijvershuisje geworsteld en aanschouwt de wereld van de bloggers, de sms`ers en de twitteraars. En hij schrikt. Want wat is het allemaal plat wat daar gebeurt, en wat behandelen de mensen elkaar onheus. Ze laten elkaar niet uitpraten, proberen elkaar de mond te snoeren met oneigenlijke argumenten, meestentijds gebaseerd op de onderbuik.

Hij formuleert het op een manier die mij constant doet glimlachen. Maar wat me zo naïef voorkomt is de verbazing en de wereldvreemdheid van de observator. Zou hij werkelijk denken dat er door de grotere beschikbaarheid van communicatiemiddelen een afvlakking van de intelligentie in het debat zou hebben plaatsgevonden? Zou het ook anders kunnen zijn? Omdat iedereen van iedereen kan lezen wat hij denkt en schrijft, ontstaat de indruk dat er sprake zou zijn van een verandering, of zoals Thomése het beschrijft: een communicatiecrisis. Mijn indruk is echter dat hét grote verschil met de periode van voor mobiele telefoon, sms, blog en twitter ergens anders ligt. Pas nu kunnen we ten volle de opvattingen, praatjes, redeneerwijzen, kortom alles waaruit een andere subcultuur bestaat, ongefilterd tot ons nemen. Voordat deze communicatiemiddelen bestonden dachten deze bevolkingsgroepen echt niet anders. Er is geen enkele studie die aantoont dat het denken van bevolkingsgroepen positief of negatief beïnvloed wordt door mobiele telefoon, sms, blog of twitter. Het grote verschil met toen: we wisten niet wat ze dachten, en het kon ons eigenlijk ook helemaal niks schelen.