De lezer schrijft over maancrash en mode

Op de buitenlandpagina (9 oktober) stond het bericht dat de Lunar Orbiter om 13.31 uur Nederlandse tijd was ingeslagen op de maan. In het voorpaginabericht over de Nobelprijs voor Obama staat echter dat de krant om 13.00 uur ter perse ging. Het bericht over de maansonde is in de verleden tijd gesteld, terwijl de gebeurtenis dus nog niet had plaatsgevonden. Nu weet ik als fysicus dat vanaf het moment van succesvolle separatie de inslagen op dat tijdstip een feit zou zijn, maar het bericht stelt ook dat de explosiepluim gefotografeerd is. Dat laatste had men gehoopt, maar dat viel dus tegen.

Saar Muller

Amsterdam

Ik vind dat publicatie van de modereportage in NRC Weekblad (17 oktober) niet door de beugel kan. Er is veel discussie geweest over de uitstraling van fotomodellen en dit heeft geresulteerd in een standpunt waar een groot aantal bedrijven zich aan houdt. Zo bleek bijvoorbeeld dat de Bijenkorf voor volwassen modellen eist dat zij minimaal maat 36 en daarbij een gezonde uitstraling hebben. Uw krant fungeert klakkeloos als doorgeefluik van modebedrijven die misbruik maken van modellen die een toonbeeld zijn van ongezonde eetgewoonten.

M.F.P. van der Poel

Den Haag

De lezer heeft gelijk. Verslaggeving mag geen wishful thinking worden. Wij gebruikten ten onrechte de ‘voorbarig voltooid verleden tijd’ en hadden moeten schrijven: „Vanmiddag om 13.31 uur Nederlandse tijd zou de sonde naar verwachting inslaan op de maan.”

Het is een terugkerende vraag: hoe te schrijven over gebeurtenissen die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen plaatsvinden en al gebeurd zijn als de lezer de krant onder ogen krijgt? Vaak beschikt de redactie over teksten van toespraken of rapporten die kort na de deadline van de krant worden uitgesproken respectievelijk gepubliceerd. Hoe verleidelijk het ook is, we schrijven dan niet: „Dit heeft minister X vanmiddag gezegd”, maar „dat zou minister X vanmiddag zeggen”.

Bij de lezer, die al weet dat de toespraak achter de rug is, kan dat ‘zou’ de indruk wekken dat de minister het weliswaar zou zeggen, maar het juist niet heeft gedaan. Met dat dilemma moeten wij (en de lezer) zien te leven.

Of de modellen die in de modereportage van het Weekblad ongezonde eetgewoonten hebben, weten wij niet. Te dik lijken ze zeker niet, maar ze zijn evenmin van het graatmagere type heroin chic, waarmee fotograaf Jürgen Teller begin jaren negentig school maakte door een uitgemergelde Kate Moss te laten zien. Moss gaf later toe dat ze leefde op champagne en sigaretten.

De door ons gefotografeerde vrouwen op de catwalks van Milaan en Parijs zijn altijd zo slank als de huidige mode voorschrijft. Men mag het met dat vermeende schoonheidsideaal uiteraard oneens zijn, maar we willen aan modeverslaggeving doen en dat betekent dat we de modellen tonen die de kleren aan hebben. Als wij hen expres niet zouden laten zien, zouden wij in onze berichtgeving stelling nemen.

Overigens nemen we het onderwerp dat de lezer aansnijdt – wat zijn de gevaarlijke kanten van een ongezond dun schoonheidsideaal – serieus. We hebben herhaaldelijk geschreven over pro ana-sites: websites die de eetstoornis anorexia nervosa als levensstijl propageren. En onlangs berichtten we dat modehuis Ralph Lauren moest erkennen dat het voor een advertentie de foto van een model in spijkerbroek zozeer had bewerkt dat „een zeer vervormde weergave van het lichaam van een vrouw” was ontstaan.