Dapper of dom?

De Amerikaanse oud-toptennisser Andre Agassi geeft in zijn autobiografie toe dat drugs heeft gebruikt. Vanaf 1997 nam hij regelmatig de drug crystal meth. Is de bekentenis dapper of dom?

Richard Krajicek, voormalig professioneel tennisser, speelde zeven keer tegen Agassi: „Ik snap de bekentenis niet, want niemand is erbij gebaat. Ik heb meerdere keren tegen hem gespeeld. Hij heeft mij vier keer verslagen en ik heb drie keer van hem gewonnen. Toch voel ik me niet bedrogen door deze bekentenis. Als ik ervan uitga dat hij nu wel eerlijk is, gebruikte hij drugs toen het persoonlijk minder met hem ging en zijn spel niet goed was. Hij deed in die tijd mee aan de challengertoernooien, terwijl ik in die tijd uitkwam in de hoofdtoernooien. Volgens mij heb ik dus nooit tegen hem gespeeld toen hij drugs gebruikte. Volgens mij is crystal methamfetamine ook niet echt prestatiebevorderend. Ik denk dat zijn tegenstanders dus meer voordeel aan zijn drugsgebruik hadden dan hijzelf. Ik schrok wel van de bekentenis. Ik ben een beetje naïef, ik geloof nog steeds dat onze sport schoon is. Want hoewel je fysieke gesteldheid belangrijk is, is tennis toch vooral een behendigheidsspelletje. Telkens als er een dopinggeval in het tennis naar voren komt, realiseer ik me dat ik misschien toch wel wat te naïef ben.”

Herman Ram, algemeen directeur van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken en Dopingcontrole Nederland: „Vanuit mijn vak vind ik Agassi een topper. Hij is alleen wel een beetje laat met zijn bekentenis. Voor de dopingautoriteit is het echter wenselijk dat sporters dopinggebruik toegeven, op welk moment dan ook. Maar doordat hij het pas tien jaar na dato vertelt, is de zaak inmiddels verjaard. Hij wordt niet gestraft en ervaart ook geen andere negatieve consequenties door de bekentenis. Ik denk ook niet dat hij hiermee zijn imago schaadt. Het publiek zal hem alleen maar meer waarderen omdat hij eerlijk is. Ik schrok niet van zijn uitlatingen. Ik schrik tegenwoordig eigenlijk nergens meer van op het gebied van dopinggebruik. Het is de laatste tijd wel een soort van trend dat sporters in hun biografie ineens eerlijk uitkomen voor dopinggebruik tijdens hun sportcarrière.”

Jacco Eltingh, voormalig proftennisser en ooit drie jaar lid van de raad van bestuur van de spelersvakbond ATP: „Het antwoord is wat mij betreft heel simpel: de bekentenis van Agassi is dom. Er is helemaal niemand bij gebaat dat hij dit vertelt en het is nu ook niet meer noodzakelijk, hij kan toch niet meer worden gestraft. De enige reden die ik kan bedenken voor de bekentenis, is dat hij met zichzelf in het reine wil komen, hij is immers gelovig. Elke andere reden die ik kan bedenken, zou dom zijn. Voor de verkoop van zijn boek hoeft hij het ook niet te doen. Zijn persoonlijkheid spreekt mensen sowieso al aan en zijn sportprestaties zijn van een dergelijk hoog niveau dat mensen zijn biografie toch wel willen hebben. Ik begrijp dus niet waarom hij dit heeft verteld.”

Tom Okker, professioneel tennisser in de jaren zestig en zeventig: „Na zo’n lange tijd is de bekentenis van Agassi weinig zinvol, dapper vind ik hem dan ook niet. In mijn tennistijd speelde doping geen rol. Ik ken Agassi niet persoonlijk, maar toch had ik dit niet verwacht. Tennis is namelijk niet echt een dopingsport. Ik denk niet dat de bekentenis zijn imago schaadt. Zijn carrière is namelijk een gepasseerd station, wat maakt het nu nog uit? Het dopinggebruik levert wel extra veel publiciteit voor zijn boek op. Het is een nieuwe spectaculaire wetenswaardigheid. Daar wil het publiek alles over weten.”

Evert-Jan Hulshof, algemeen directeur KNLTB: „Tennis is een schone sport, mondiaal en zeker ook in Nederland. De KNLTB draagt daaraan bij door een strikt antidopingbeleid. Dat uit zich in een goede voorlichting aan onze verenigingen en in de professionele begeleiding van onze topspelers en talenten. Wij betreuren het dan ook zeer dat Agassi, voor wie wij altijd veel respect hebben gehad als speler, in zijn actieve carrière doping heeft gebruikt. Naar zijn beweegredenen om dit nu naar buiten te brengen kunnen wij echter alleen maar gissen.”