Bezuinigen: Bratwurst- versus waterstaatmodel

Precies een maand na de verkiezingen voor de Bondsdag is in Duitsland een nieuwe regering geformeerd. Afgelopen weekend bereikten christendemocraten (CDU, CSU) en liberalen (FDP) onderling overeenstemming. Het document waarin hun akkoord is vervat, verschilt in twee opzichten opvallend van het compromis dat CDA, PvdA en CU tweeëneenhalf jaar geleden na maandenlang ploeteren uit de polderklei wurmden. Ten eerste heeft de centrum-rechtse coalitie aan de andere kant van de oostgrens 132 bladzijden nodig om haar voornemens voor de aankomende regeerperiode vast te leggen. De grondslag van het vierde kabinet Balkenende ligt daarentegen verankerd in niet meer dan 42 bladzijden. Dat de oosterburen kennelijk driemaal zoveel tekst nodig hebben, getuigt niet van groot vertrouwen tussen de deelnemende partijen. Een tweede verschil springt nog meer in het oog. In Duitsland maken politici geen cijfers vuil aan de financiële verantwoording van hun afspraken. Geen woord over de centen. Hier tellen beleidsmakers daarentegen hun knopen. Een zevende deel van de tekst van het coalitieakkoord uit februari 2007 is uitgetrokken voor een schets van het financiële kader voor de periode 2008-2011.

Gedetailleerd geven regeringspartijen in Nederland aan hoeveel op welke posten zal worden bezuinigd en welke belastingen zullen worden verzwaard, om zodoende extra ruimte te maken voor nieuw beleid. In de lopende kabinetsperiode gaat bijvoorbeeld veel extra geld naar kinderopvang en onderwijs, terwijl de lasten op arbeid worden verlaagd. Bij de aanvang mikte het kabinet verder op een begrotingsoverschot van 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2011. Daarbij gingen de opstellers van het coalitieakkoord uit van een economische groei van 2 procent per jaar. De crisis maakt deze doelstelling onhaalbaar. Inmiddels staat vrijwel vast dat het bbp in 2011 weer met 3 procent moet groeien, wil Nederland aan het eind van de kabinetsperiode niet armer zijn dan in 2007. Onder invloed van oplopende uitgaven en dalende belastingontvangsten neemt het tekort op de begroting in 2010 toe tot meer dan 6 procent van het bbp. Wanneer Balkenende en de zijnen ongeschonden de eindstreep halen, tekent zich voor 2011 – ook wanneer de economie dan weer groeit – een begrotingstekort af in dezelfde orde van grootte.

De Nederlandse traditie, het uitzetten van een gespecificeerd kader voor uitgaven en ontvangsten van de schatkist, gaat terug op een nationale traditie van waterstaatsdenken. Net zoals ingenieurs van Rijkswaterstaat menen overstromingen en wateroverlast te kunnen minimaliseren door dijken te versterken en het waterpeil tot op de centimeter te beheersen, legt een legioen Haagse ambtenaren al tijdens de kabinetsformatie de collectieve geldstromen tot vier jaar vooruit vast. Een economische stormvloed, zoals we die nu meemaken, spoelt de financiële fundamenten onder de overheidsbegroting weg. Mogelijk mede om deze reden gaan de oosterburen een stuk losser met de overheidsfinanciën om. Het regeerakkoord van CDU, CSU en FDP wemelt van de fraaie voornemens, maar het draagt niet bij aan het op orde brengen van de openbare financiën. Vanaf 2011 zullen burgers en bedrijven profiteren van een jaarlijkse lastenverlichting van 24 miljard euro. Verder gaat extra geld naar onder andere onderwijs en innovatie. Een concrete besomming, hoe dit allemaal zal worden gefinancierd, ontbreekt. Volgend jaar bedraagt het Duitse begrotingstekort naar schatting meer dan 5 procent van het bbp. Bondskanselier Merkel en de haren hopen dat de aangekondigde belastingverlaging consumenten en investeerders zal verleiden hun bestedingen op te voeren. Wanneer gezinnen en bedrijven hun euro’s laten rollen, leidt dit tot extra economische groei en hogere belastingontvangsten. Door deze inverdieneffecten zou de lastenverlichting zichzelf terugbetalen en kunnen forse bezuinigingen worden vermeden.

Deze gok gaat verkeerd uitpakken. De uitgaven voor sociale uitkeringen en gezondheidszorg zullen de komende jaren in het vergrijsde Duitsland sterk stijgen. Om het tekort terug te dringen tot beneden de in de eurozone afgesproken 3 procent zijn concrete bezuinigingen nodig en moeten eigen betalingen van zorggebruikers omhoog. Minister van Financiën Schäuble, die bekend staat als financieel conservatief, kan bij zijn voorstellen voor zulke maatregelen – anders dan collega Bos in Nederland – niet teruggrijpen op al bij de regeringsformatie gemaakte afspraken. In het ‘Bratwurstmodel’ heeft hij slechts één stok achter de deur. Het gesloten akkoord stipuleert ‘alle Massnahmen des Koalitionsvertrages stehen unter Finanzierungsvorbehalt.’ Alle schone voornemens moeten dus budgettair inpasbaar zijn. Na een recente wijziging eist de Duitse grondwet dat het structurele tekort – dit is het tekort gezuiverd voor de vertekenende invloed van de economische conjunctuur – in 2016 is teruggebracht tot 0,35 procent van het bbp. Dit doel is alleen haalbaar als Schäuble direct gaat snoeien, zodra de eerste groene scheuten van een economische opleving zichtbaar zijn. Alle keiharde bezuinigingen die nodig zijn, zullen vervolgens door de Bondsdag maatregel voor maatregel worden beoordeeld. Dat zal Nederlandse Kamerleden aanspreken, die zich beknot voelen door een regeerakkoord dat de overheidsfinanciën vooraf voor vier jaar dichtspijkert. De Duitse variant verlevendigt ontegenzeggelijk het parlementair debat. Ons ‘waterstaatmodel’ biedt anderzijds grotere zekerheid dat noodzakelijke bezuinigingen daadwerkelijk worden getroffen. Bij dit laatste model zijn toekomstige generaties het meest gebaat, omdat het de beste waarborgen biedt dat de budgetdiscipline wordt gehandhaafd.