Bedrijven China zijn verweven met de staat

Particuliere Chinese bedrijven en investeerders in Afrika blijken in de praktijk nauwe banden te onderhouden met Chinese staatsinstellingen.

Het Chinese bedrijf dat met de junta in Guinee onderhandelt over een grondstoffendeal van naar verluidt 7 miljard dollar, staat volgens Peking los van de Chinese staat. „Op papier is dat volkomen correct, want het Chinese Investment Fund (CIF) is geen staatsbedrijf. Maar de werkelijkheid is veel gecompliceerder”, weet Scott Zhou, hoofdredacteur van het Chinese Forbes Magazine en van Chinastakes.com, een van de beste financiële websites in China. „Er zijn tal van financiële en personele relaties tussen CIF en de grote olie- en mijnbedrijven. Uiteindelijk komt het op hetzelfde neer: we sluiten een contract over de levering van grondstoffen.”

Westerse media beschrijven de Chinese activiteiten in Afrika vaak als een door Peking strak geleide onderneming. De praktijk is genuanceerder, zo blijkt uit onderzoek van Zhou, en van de US-China Economic & Security Review Commission (USCC), een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres. De USCC nam dit jaar het CIF onder de loep omdat het Chinese bedrijf voor 710 miljoen dollar onroerend goed had gekocht in New York, waaronder het oude kantoor van The New York Times.

Gebleken is dat verschillende Chinese ministeries en staatsbedrijven actief zijn in Afrika. Zij concurreren met elkaar en met een groeiend aantal particuliere ondernemingen en individuele investeerders. Zhou: „Particuliere bedrijven kunnen discreter contracten sluiten en toegang krijgen tot grondstoffen.”

Door deze bedrijven op de beurzen van Shanghai, Shenzhen en Hongkong te laten noteren kan ook Chinees en internationaal kapitaal aangeboord worden, zegt Zhou. „Het particuliere bedrijfsleven is als het ware een van de instrumenten van de staat. CIF en dit netwerk fungeren als een nexus.” „Van een monolithisch Chinees blok in Afrika kan dus niet gesproken worden. Er is veel onderlinge concurrentie, er zijn overlappingen”, aldus de USCC.

Uit andere onderzoeken blijkt dat CIF onderdeel uitmaakt van een groep van veertig Chinese ondernemingen met allemaal hetzelfde adres: 10/F Two Pacific Place. 88 Queensway, Hongkong. Al deze ondernemingen zijn actief in China zelf en in Afrika, hetzij met de winning van grondstoffen of met het bouwen van wegen, vliegvelden, pijpleidingen en havens. In Angola heeft het ondoorzichtige netwerk waartoe ondernemingen als Dayuan International, China Sonangol en CIF behoren, 15 miljard dollar geïnvesteerd in infrastructuur. Het netwerk regelt ook de contracten met onderaannemers en zorgt dat Afrikaanse orders in China worden geplaatst.

De ‘Queenswaygroep’, zoals de Amerikaanse onderzoekscommissie het netwerk van Chinese bedrijven in Afrika noemt, heeft via joint ventures, leningen en gezamenlijke projecten nauwe banden met Chinese staatsbedrijven, zoals olieconcern Sinopec en drie staatsbanken, de kapitaalverschaffers.

De veertig bedrijven worden uiteindelijk geleid door slechts zes Hongkongers en Chinezen van het vasteland, die allemaal meerdere directeursfuncties bekleden. Deze sleutelfiguren bezetten ook directeursposities in grote Chinese en Afrikaanse staatsbedrijven of zijn verbonden met de Chinese inlichtingendiensten dan wel het leger.

Wu Yang (57) is niet alleen directeur van de onderneming die nu zaken wil doen met Guinee, maar ook bestuurslid van Sinopec en van een van de staatsbanken. Wu woont in Hongkong. Hij heeft ook een Pekings postadres en dat komt overeen met dat van het ministerie van Openbare Veiligheid. „Er zijn aanwijzingen dat Wu in dienst is of is geweest van de Chinese staatsveiligheid”, aldus de USCC.

Zhou: „Er zijn zoveel hoge officieren na hun pensioen naar het bedrijfsleven overgestapt. Iedereen gebruikt guangxi – persoonlijke relaties – om vooruit te komen. Er valt nu eenmaal in Afrika, in grondstoffen veel geld te verdienen. Dat deden jullie in het Westen vroeger toch ook in jullie koloniën?”