Aborteer een meisje

Indiase ouders willen een jongen. Bijna een miljoen meisjes worden jaarlijks geaborteerd. Met dank aan de medische industrie. ‘Geef nu 50 roepie uit en bespaar straks 50.000.’

Devachihatti, Karnatika, India, April 2009: Devachihatti, Government Primary School. 3rd grade; 4 boys, 1 girl, all present. From left to right: Pandurang, Dnyaneshwar, Amit, Vithoba and Shaila. Knoth, Robert

Haar echtgenoot, Laxman, wilde niet dat ze ging. Hij houdt van alle kinderen, óók van meisjes, zegt Bharatahi, een tengere vrouw van 30 in hemelsblauwe sari, haar haren strak in een knot gebonden. Hij zei ook dat ze hoe dan ook maar eens moesten stoppen met kinderen. Maar zij wilde daar niets van weten. Ze wilde nog een kans en als het niet lukte, nog een. Net zolang tot ze een jongen zou krijgen.

Met haar schoonzus ging ze met de bus naar de stad en liet in een kliniek een echo maken van de baby. Het was een meisje. Daarna liet Bharatahi haar zwangerschap afbreken. De vrucht was zestien weken oud.

Ze deed het omdat ze ongelukkig was. De vrouwen in het dorp roddelden over haar: de vrouw die meisje na meisje na meisje kreeg. Ze voelde zich mislukt en schuldig. Het ergste vond ze de spanning als ze zwanger was. Niet te weten wat het was, de bevalling en dan ... weer een meisje. Daarom was ze naar de stad gegaan.

Wat Bharatahi deed, is illegaal in India. Het screenen van de foetus op geslacht is al sinds 1994 verboden, maar toch gebeurt het op grote schaal. Als bij de screening blijkt dat het een meisje is, volgt vaak een abortus. Abortus op grond van sekse is eveneens verboden.

In 1901 waren er 972 vrouwen per 1.000 mannen in India. In 1991 was het aantal meisjes tussen 0 en 6 gedaald naar 945 per 1000. Bij de volkstelling tien jaar later waren er nog 927 meisjes per 1.000 jongens en was het tekort aan vrouwen opgelopen tot 35 miljoen. Recent onderzoek laat zien dat het aantal meisjes blijft afnemen, juist in sommige stedelijke gebieden met een sterke economische groei.

Gekweld door spijt

Bharatahi’s bezoeking is voorbij. Achter de glazen deurtjes van de kast pronkt een foto van twee lachende kinderen, de tweeling die het resultaat was van de zwangerschap die volgde op de abortus. Ook die werd gescreend en gelukkig zat er een jongen bij. Sanil en Sneha zijn alweer 7 jaar en vormen het sluitstuk van het gezin met vier meisjes en een jongen. Daarna liet Bharatahi zich steriliseren. Zou ze opnieuw hetzelfde besluit nemen? Nee, zegt Bharatahi, ze wordt gekweld door spijt over de abortus. Ze huilt als ze zegt hoe moeilijk ze het heeft als ze kinderen ziet die net zo oud zijn als het meisje nu zou zijn geweest. Dan voelt ze zich schuldig omdat ze een leven heeft weggenomen. Zo zegt ze het zelf.

Volgens activist Sabu George, die jarenlang juridische strijd leverde om een verbod op sekseselectie te krijgen van de Indiase regering, is de voorkeur voor jongens niet nieuw. Na zijn studie diëtiek in de Verenigde Staten, een kwart eeuw geleden, zag hij tijdens zijn veldonderzoek in de dorpen van Zuid-India dat meisjes door verwaarlozing om het leven kwamen „en in enkele districten vond infanticide plaats”. Meisjesbaby’s werden opzettelijk om het leven gebracht door vergiftiging, verstikking of het simpelweg onthouden van voedsel.

„Maar tegenwoordig is de tijd in de baarmoeder de meest gevaarlijke fase in het leven van een vrouw”, zegt George. Volgens hem worden jaarlijks 2,7 miljoen illegale handelingen uitgevoerd: bijna twee miljoen screenings, in de helft van de gevallen gevolgd door een abortus. „De medische industrie promoot het elimineren van meisjes. Het is goed georganiseerd en zeer winstgevend, jaarlijks wordt 200 miljoen dollar omgezet”, zegt hij.

Het aborteren van meisjesfoetussen noemt George „genocide”. Hij is geen pro-life zendeling, maar ziet het massaal aborteren als een afstandelijke, steriele vorm van massamoord. „De overheid heeft abortus in India populair gemaakt. Niet als een recht van vrouwen op zelfbeschikking, maar om de bevolkingsgroei terug te dringen.” Diezelfde overheid weigert de wetten tegen seksescreening en -selectie volgens hem nu uit te voeren. „In zeven jaar tijd zijn maar twee of drie veroordelingen voor sekseselectie tegen artsen uitgesproken.”

Gynaecoloog Puneet Bedi weet hoe dat komt. „Bijna iedereen doet het. Het aborteren van een meisjesfoetus is iets wat je rustig kunt bespreken bij een kopje thee.” Als student ging Bedi vijfentwintig jaar geleden voor het eerst een kraamkamer binnen. „Er waren die dag twee normale bevallingen en zeven meisjes die werden geaborteerd.” Hij walgt van zijn beroepsgroep. „Ik had me verheugd op het helpen van leven, maar ik bleek de dood te assisteren.”

Ook zijn collega Sanjit Kulkani was geschokt toen hij midden jaren tachtig co-schappen liep in wat toen nog Bombay heette. „Ik zag advertenties met de tekst: ‘Geef nu 50 roepie uit en bespaar straks 50.000’, zegt hij. „Ze waren overal: in de krant, op treinwagons. Een lokale trein had wel dertig of veertig advertenties.” Hij deed onderzoek onder vijftig gynaecologen in Bombay. „Zesenveertig zeiden zonder enige aarzeling dat ze seksescreening uitvoerden. Allemaal waren ze daarna bereid te aborteren.”

Kulkani ziet een verband met de ‘groene revolutie’ in de landbouwgebieden. „Mechanisatie van de landbouw leidt rechtstreeks naar foeticide van meisjes”, zegt hij. „Vroeger waren zowel mannen als vrouwen betrokken bij alle landbouwactiviteiten, zaaien, oogsten, onkruid wieden. De opkomst van de tractor verdrijft vrouwen. Ze worden dan alleen nog gezien als kostenpost en overbodig.”

In landbouwdeelstaat Punjab waren in 1991 nog 875 meisjes tussen 0 en 6 jaar per duizend jongens. Bij de volkstelling van 2001 was het aantal meisjes gedaald tot 798.

Karnataka is de staat waar Bharatahi woont met haar gezin. De hoofdstad van die deelstaat, Bangalore, kreeg wereldfaam door de explosief gegroeide IT-sector en doordat bedrijven van over de hele wereld er hun call centers naartoe brachten. Het dorp van Bharatahi ligt in het district Belgaum in het westen van Karnataka op vier uur reizen van de populaire toeristenbestemming Goa. De sekseratio in Belgaum was met 921/1000 in 2001 ongeveer gelijk aan het Indiase gemiddelde. Maar de afgelopen jaren daalde het aantal meisjes alarmerend snel.

In Bailur, een ander dorp in de periferie van Belgaum, laat Balappa Ramki de Government Primary High School zien, de enige school in het dorp. Er zijn zeven groepen voor kinderen van 6 tot 13. Ramki doet de administratie van de school. „Ieder jaar zijn er minder meisjes.” Op de dorpsschool van Bailur zijn dit jaar in totaal 314 kinderen: 173 jongens en 141 meisjes. Bijna 20 procent minder meisjes dan jongens.

Maar zegt dat wel iets? Misschien worden meisjes vaker thuis gehouden? „Nee”, zegt Ramki. „Maar zelfs als dat gebeurt, zou het niets uitmaken. Niet alle kinderen gaan iedere dag naar school, maar ze zijn wel allemaal bij ons geregistreerd.” Andere dorpsschooltjes binnen een straal van anderhalf uur rijden van Belgaum laten een soortgelijk scheef patroon zien.

Bruidsschat

Een Indiase gezegde noemt investeren in een meisje „het water geven van een plant in andermans tuin”. Dat water kun je beter voor je zoon bewaren, redeneren velen, want de zoon blijft bij zijn ouders wonen. Meisjes nemen de bruidsschat mee in het huwelijk en zij verhuizen naar de schoonfamilie.

Veel families gaan door met het krijgen van kinderen tot ze eindelijk een zoon hebben. En daardoor zitten de Ramlings in Bailur nu diep in de problemen. Ramling en zijn vrouw Shoba kregen vijf meisjes: Wandana, Ranjana, Sarita, Anapurna en Tanvi voordat er eindelijk een jongen kwam. Gajanan is nu dertien maanden en het lievelingetje van allemaal. Het is heel belangrijk om een zoon te hebben, legt Ramling uit. „Mijn zoon zal mijn naam voortzetten en bij ons blijven. Maar al mijn dochters zullen het huis uit gaan als ze trouwen.”

Zover is het nog lang niet, rekent Ramling voor. „Het is heel duur om te trouwen: 150.000 roepie (2.400 euro, red),” Hij verdient 65 eurocent per dag met het snijden van rietsuiker en het planten van zoete aardappels en chilipeper. Zijn oudste dochter brengt tegenwoordig ook geld binnen met het plukken van cashewnoten. „Ik heb nu genoeg geld om één dochter te laten trouwen, maar het heeft me twintig jaar gekost om dat bij elkaar te sparen.” Voor de andere vier meisjes heeft hij geen oplossing. Om nog maar te zwijgen van zijn oude dag of medische kosten. Zou hij opnieuw al die kinderen hebben genomen om toch maar een jongen te krijgen? „Nee, nee, nooit!”, roept Ramling. „Ik zit in de problemen omdat ik ben vergeten te rekenen, maar de kosten nemen almaar toe. Als ik opnieuw kon beginnen, zou ik stoppen na één meisje. Dan had ik die kunnen laten trouwen en verder kunnen sparen.”

Is de scheve sekseratio nog te begrijpen in arme gebieden, in de stad is de afwijking nog groter en neemt het tekort aan meisjes sneller toe. Uit cijfers van het ministerie van Onderwijs en de Child Census 2008 van het district Belgaum over het jaar 2008-2009 blijkt dat de verhouding meisjes/jongens in Belgaum-stad per jaar daalt van 935/1000 in de hoogste groep van 14-jarigen tot 848/1000 bij kinderen van 6 jaar die acht klassen lager zitten. Voor het gehele district inclusief de armere landelijke gebieden is de daling veel minder sterk: van 916/1.000 in de hoogste groep naar 883/1.000 voor de jongste jaargang.

Schril zijn de contrasten in de sekseverhoudingen tussen de rijke privéscholen en de openbare scholen waar de minder vermogenden hun kinderen naartoe sturen. Voor de kinderen in groep 1 van de huidige jaargang 2008-2009 in de ‘arme’ staatsscholen is de verhouding 995 meisjes per 1.000 jongens, voor de ‘rijke’ privéscholen is dat maar 720/1.000.

Onderwijs stimuleren

De Indiase regering probeert de positie van meisjes en vrouwen te verbeteren. In een aantal staten krijgen meisjes een som geld als een soort verzekeringspolis die kan uitgroeien tot 200.000 roepies als ze hun school afmaken en een huwelijk uitstellen tot na hun achttiende.

Op alle basisscholen krijgen de kinderen een lunch van rijst en groenten met een voedingswaarde van 350 calorieën; vooral de aanwezigheid van meisjes is daardoor flink toegenomen en dus hun toekomstkansen. Om vervolgonderwijs te stimuleren krijgen meisjes in Karnataka na groep 7 een fiets om naar de middelbare school te kunnen rijden. Na het behalen van een diploma voor groep 10 mogen de meisjes de fiets houden. Maar al deze maatregelen zijn vooral op arme families gericht en niet op de rijke middenklasse.

Tandarts Washali Keruskar in Belgaum-stad die twee dochters heeft, zegt dat ze onder enorme druk stond tijdens haar tweede zwangerschap. „Mijn echtgenoot en ik zijn dolgelukkig met onze meisjes. Toch voel ik dat ik een jongen had moeten krijgen. Dan zouden de anderen in huis ook gelukkig zijn geweest en was mijn leven veel prettiger verlopen.” Die ‘anderen’, dat zijn de leden van haar schoonfamilie, die nog steeds willen dat ze voor mannelijk nageslacht zorgt. „Mijn schoonvader zegt dan: ‘als je nog een derde neemt, zorg ik er óók voor als dat toch een meisje is’.”

Het tekort aan vrouwen heeft volgens het ministerie van Gezondheidszorg en Familiewelzijn verstrekkende gevolgen. Het ministerie voorspelt een toename in vrouwenhandel. Een toelichting van het ministerie op de wet die seksescreening van foetussen verbiedt, stelt vast dat „in sommige dorpen van Madhya Pradesh al jarenlang geen bruiloften hebben plaatsgevonden en jongens alleen nog kunnen trouwen door voor armzalige bedragen meisjes te kopen in vergelegen dorpjes in de staat Bihar”. En „in één clan in Rajasthan zijn nog maar twee meisjes naast vierhonderd jongens”.

De toelichting op de wet waarschuwt voor een toename van geweld tegen vrouwen. „Dan zal de atmosfeer van onveiligheid hun bewegingsvrijheid inperken en ertoe leiden dat vrouwen weer binnen de vier muren van hun huis worden opgesloten. Meisjes zullen niet meer mogen studeren en vrouwen zullen geen banen meer kunnen nemen.”

Dat er dringend iets moet gebeuren om het tij te keren is duidelijk: „In het district Dang is al een geval bekend van een vrouw die met acht broers is getrouwd.” En, zo stelt het ministerie van Gezondheidszorg en Familiewelzijn: „Het is niet alleen een kwestie van aantallen. De status van vrouwen en de vooruitgang die in jaren tijd is gemaakt, staan op het spel.”

Veena Halli, hoofd van de Vanita Vidyalay’s English Medium High School in Belgaum-stad, ziet de afname aan meisjes met lede ogen aan. Halli’s school heeft 919 jongens en 608 meisjes en ook zij vreest sociale problemen in de samenleving. „Over een jaar of tien zal dit resulteren in een toename van verkrachting en prostitutie”, zegt ze. Halli ziet geen verbetering op korte termijn. „Weet je wat vrouwen tegen elkaar zeggen?”, vraagt ze en antwoordt dan zelf: „Al krijg ik honderd kinderen, dan nog wil ik dat het allemaal jongens zijn.”