Vogt drukdoenerig in Beethoven

Klassiek Rot. Phil. Orkest o.l.v. L. Slatkin, m.m.v. Lars Vogt, piano. Gehoord: 29/10 Doelen R’dam. Herh: 30, 31/10 en 1/11 aldaar. * * *

Beethovens Pianosonate opus 111 speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de Duitse pianist Lars Vogt (1970). Door dat werk ontdekte Vogt als 17-jarige de voorgoed de mystieke betekenis van muziek: „Het leerde het me iets over het leven, transcendentaliteit en – op een persoonlijk niveau – over God.” Volgens Vogt is Beethoven er als een van de weinigen in geslaagd „de essentie van ons bestaan te doorgronden en voelbaar te maken”.

Lars Vogt brak jong door als solist; toen hij in 1990 de Leeds International Piano Competition won. Zijn festival ‘Spannungen’ in Heimbach, resulteerde in talloze kamermuziekopnames voor EMI. Beethovens Eerste en Tweede pianoconcert nam hij in 1995 al op met Sir Simon Rattle, en deze week soleert Vogt bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Beethovens Derde pianoconcert.

Al in het openingsdeel tekende zich gisteravond in De Doelen een bijna onoverbrugbare kloof af tussen de muzikale ambities van Vogt en de gerijpte muzikale wijsheid van dirigent Leonard Slatkin. Vogt wil scoren, bewijzen en imponeren, terwijl de veel oudere Slatkin de muziek tot zich laat komen en de orkestmusici inspireert tot overgave.

Dat Vogt technisch gesproken een begenadigd pianist is, lijdt geen twijfel. Maar muzikaal neigt zijn spel naar een soort Bart Chabot-achtige drukdoenerij, die slecht combineerde met de klassiek getinte diepgang van Beethovens concert.

Op eigentijdse wijze opteerde Vogt voor enorme contrasten in tempo en dynamiek. In snelle passages denderden Beethovens noten als een lawinestroom de zaal in, op lyrische momenten likte Vogt de noten als een behaagzieke poes. Er klonken ook briljante passages en werkelijk doorleefde intieme fragmenten, maar de coherentie ontbrak toch door Vogts omgang met articulatie, rubato, dynamiek, spanningsopbouw en beweging.

De muzikale kracht van Slatkin, die zich tijdens Beethoven bescheiden en volgzaam opstelde, kwam pas tot zijn recht in de magistrale uitvoering van Rachmaninovs Tweede symfonie, een hartveroverende ode aan de liefde, de melancholie en de onmetelijke weidsheid van de natuur.