Speurhond nodig? Bel Piet van den Broek in Schinnen

In de hele wereld worden honden ingezet om drugs, mensen of bommen te zoeken.

In Nederland worden van oudsher veel honden getraind, en nu ook verkocht.

De explosievenhond die snuffelt aan de auto van Obama, de drugshond die op de grens van Mexico 500 kilo cocaïne onderschept, de camerahond die in Israël via zijn oortje krijgt toegefluisterd waar de verdachte zich bevindt. Of het nu gaat om het vinden van geld, wapens, lichamen of drugs, de kans is groot dat een speurhond, waar ter wereld ook actief, uit Nederland komt.

Nederland is de grootste leverancier van speurhonden ter wereld. Verreweg de meeste politiekorpsen, legers en douanes in de wereld kopen hier hun honden in. Ze worden hier gefokt, opgevoed en maandelijks met tientallen per cargo aan het buitenland verkocht, soms voor 6.000 euro per dier. Wat is het geheim van een goede speurhond, en waarom komen ze juist uit Nederland?

Wie bij Piet van den Broek (54) in het Limburgse Schinnen thuis over de vloer komt, krijgt direct van onder het hekje naar de woonkamer een tennisbal toe gerold. Van Scottie, zijn hond. Vervolgens wacht Scottie, een uur, desnoods twee uur, net zolang totdat de bezoeker het balletje wegwerpt, zodat Scottie hem kan terugbrengen en het spelletje weer opnieuw begint. Van den Broek wijst naar de knobbel bovenop zijn rechterelleboog: „Van het gooien.”

Van den Broek, ex-hoofd van de speurhondendivisie van de NAVO, is hondentrainer. Scottie, een Engelse Springer Spaniel, is zijn eigen hond, een typische speurhond. „Dat zie je aan zijn jachtinstinct, hij wil constant met een balletje spelen.” Speurhonden, zegt hij, zijn een beetje gestoord, „een beetje ADHD”. Van den Broek krijgt er dan ook veel uit het asiel. „Word ik opgebeld: we hebben deze hond al van drie eigenaren teruggekregen, kun jij er wat mee?”

De oerdrift, zegt Van den Broek, dáár gaat het om bij speurhonden. „De wil moet sterk zijn. Een hond ademt vier keer per seconde in en uit. Als ze moeten werken in gevangenissen, waar de lucht droog en warm is, dan worden ze gauw moe. Wil een hond dán nog zoeken, dan heeft-ie het wel.”

Maar ze moeten ook sociaal zijn, zegt Van den Broek. Hij daagt ze uit, vertoont het gekste gedrag. De hond mag niet bijten. „Dat is deels karakter, deels opvoeding.” En: ze moeten geen moeite hebben met een gladde ondergrond. „Veel honden die buiten zijn opgegroeid, zijn bang voor vliegveldvloeren.”

Heeft de hond ook de screening op gezondheid bij de dierenarts doorstaan, dan begint Van den Broek zijn training. Hij laat de hond ruiken aan de geur van hasj, buskruit of explosieven. Die geur stopt hij in een tennisbal die hij verstopt, waarna hij de hond laat zoeken. „De hond zoekt het balletje, niet de drugs. Hij denkt: mijn speeltje ligt hier. Is het balletje gevonden, dan gaat-ie zitten. Een leergierige hond kost je vier maanden. Explosievenhonden duren langer, die moeten voorzichtiger zijn.”

De grootste vangst van Van den Broek zelf was in Düsseldorf, tijdens een huiszoeking bij één van de hoofdverdachten van de RAF. „Al bij de keldertrap vertoonde de hond raar gedrag. Ik snapte het niet en haalde er een tweede hond bij. Ook die sloeg aan. Bleek achter de keldermuur een compleet wapenarsenaal aanwezig, met granaten en kalasjnikovs.”

Toen de Oost-Westverhoudingen eind jaren tachtig versoepelden, kwam Van den Broeks baan bij de NAVO op de tocht te staan. Hij besloot particulier hondentrainer te worden en zette een eigen bedrijf op, K9 Dogcenter. Al snel kwam de export op gang. Griekenland, Mexico, Egypte, Amerika. „Ze wisten niets van honden, en kochten bij Nederlandse handelaren alle rotzooi op. Als er maar een kop en staart aan zit, dachten ze.”

Die naïviteit bij de buitenlander is inmiddels verdwenen, maar de vraag naar Nederlandse honden lijkt juist toegenomen. Gerard Dashorst, directeur van K9 Midden-Nederland (veel hondenfokkers heten K9, het staat voor canine, hond): „Wij hebben wachtlijsten. Veel gaan er momenteel naar het Amerikaanse leger in Irak en Afghanistan. Maar we leveren ook aan Frankrijk, Hongkong, China, Duitsland, Dubai, Egypte, Colombia. Er vertrekken hier zo’n 400 honden per jaar, naar 33 verschillende landen.”

Dashorsts bedrijf is één van de vier grotere exporteurs in Nederland. Om aan de vraag te kunnen voldoen, kopen ze hun puppies veelal in bij tussenhandelaren die ze op hun beurt weer halen uit Oost-Europa – in Nederland zijn de puppies op. Heeft Dashorst zijn honden na enkele weken gesocialiseerd, dan gaan ze met dertig tegelijk naar het buitenland, waar ze de volwaardige training tot drugshond doorlopen.

Sinds enkele jaren hebben de exporteurs concurrentie gekregen van particuliere kennels: hobbyisten die steeds beter het internet weten te vinden om hun zelfgefokte honden aan buitenlandse kopers te slijten. Een kwalijke ontwikkeling, vindt hondentrainer Sandra Blonk van S&R Policedogs, een kleinschaliger hondentrainer. „Vooral voor de hondensport is het vervelend. Vroeger mocht je blij zijn als er voor jouw hond plek was op de deelnemerslijsten voor de verschillende disciplines. Nu is het aantal inschrijvingen veel lager. De hondensport in Nederland bloedt dood: iedereen verkoopt z’n hond. Bovendien kun je bij de kwaliteit van al die honden die naar het buitenland gaan vraagtekens zetten. De beste blijven hier, om mee door te fokken.”

Vanwaar al die buitenlandse interesse in ‘onze’ honden? Van den Broek: „Nederland heeft de hond eeuwen terug al gedomesticeerd. We zijn hondenliefhebbers, in tegenstelling tot veel andere landen, waar honden altijd werden weggestopt.” Nederlanders, vermoedt hij, hebben daardoor een beter gevoel voor honden ontwikkeld. „Het zit ’m in de toon, denk ik. In de VS hoor ik politieagenten heel droog „good boy” tegen hun hond zeggen. Wij leggen naar honden toe meer emotie in onze stem.”

Ook de fokschema’s – wie kruis je met wie – zijn in Nederland beter ontwikkeld, zegt Blonk. „Net als met paarden en vleeskoeien zijn we ook in de hondenfokkerij eerder begonnen dan anderen. Ze werden hier al heel vroeg gebruikt voor het bewaken van het vee.”

Bovendien leveren fokkerijen elders niet altijd de beste honden. Van den Broek: „China heeft sinds kort eigen, grote fokstations. Maar die zijn te grootschalig, de honden krijgen te weinig aandacht. Honden moeten, net als mensen, iets meemaken om te kunnen socialiseren. Naar het terras, of naar de shopping mall. De beste speurhonden komen van particulieren die moeite en tijd in hun opvoeding hebben gestoken.”

En precies daar is Nederland goed in, vooral in Noord-Brabant en Limburg, waar veel mensen met kennels wonen, en waar bijna elk dorp zijn eigen hondenvereniging heeft. Ook heeft het Nederlandse enthousiasme voor de hondensport de vaardigheid naar een hoger plan getild. Blonk: „In Duitsland en België heb je met appèl en wat licht bijtwerk al een diploma. De vaardigheidseisen van de KNPV (Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging, red.) zijn veel zwaarder. Er wordt meer getest op werklast, dreiging en zelfstandigheid.”

Ook in eigen land wint de speurhond aan populariteit, weet Van den Broek, die zijn drugs- en explosievenhonden inzet voor verschillende klussen. „Het aantal aanvragen van bedrijven neemt toe. We moeten kluisjes van uitzendwerkers afzoeken op softdrugs. Veel cruiseschepen ook, en werknemers in de havens.”

Nieuw fenomeen, zegt hij, zijn de asielzoekers die aan boord van een vrachtschip proberen te komen, op zoek naar een betere bestemming. „Als het lukt kunnen de rederijen een fikse boete krijgen, die ze nu met de crisis niet kunnen gebruiken.” Dus wordt zijn bedrijf de laatste maanden door rederijen in de Nederlandse en Belgische havens ingezet. „Met dagelijks succes.”

Ook drugs, zegt Van den Broek, vindt hij vrijwel elke dag. „Nederland zit er vol mee.” Twee jaar geleden stond hij bij de ingang van een housefeest in de Amsterdam Arena. „Vuilniszakken vol, totdat de politie zei, nog voor middernacht: stop maar, dit heeft geen zin, er zijn nóg vier ingangen.”

Ook doet Van den Broek regelmatig bomchecks, bij voetbalwedstrijden en Mojo-concerten. Eén geruststelling: een bom heeft hij in die 25 jaar nog nooit gevonden. Van den Broek: „Eén keer was het spannend. Zat het stadion vol, vlak voor een concert van de Stones, toen de explosievenhond plots aansloeg, in de buurt van het podium. Toen bleek dat een technicus vergeten was het vuurwerk uit één van de flightboxen te halen. We hadden bijna geëvacueerd.”

Speurhonden aan het werk in (van linksboven met de klok mee):

India langs de grens met Bangladesh voor de viering van de Onafhankelijkheidsdag op 15 augustus

In Kabul in Afghanistan

In het Indonesische Padang na de aardbeving van begin deze maand

In Helmand in Zuid-Afghanistan met de Amerikaanse Alpha Company

In het Colombiaanse Cali op zoek naar marihuana

In Beiroet om, nog in training, explosieven te zoeken

In het Japanse Kawasaki tijdens een rampenoefening.