Schimmen

Tussen de mensen die over het trottoir, tegen de stroomrichting van de Liffey in liepen, viel me een vrouw op. Ze had magenta geverfd, asymmetrisch geknipt haar en droeg een rode bril.

Zij zou me helpen, zij zou het Project Arts Centre misschien wel kennen. Er hingen abstracte plastic objecten aan haar oorlellen. Deze intrigeerden me. Ik wist dat er een woord voor was. Ze schommelden op het ritme van haar stevige pas. Toen ik eindelijk het woord ‘trapezium’ had gevonden, was de vrouw nergens meer te bekennen.

Ik was een avond en een nacht in Dublin. Ik had geen plattegrond bij me. Het leek me niet nodig een kaart te kopen van een stad waar ik niet meer dan zestien uur zou doorbrengen.

Ik vroeg de weg naar East Essex Street. Dat wil zeggen, ik zei ‘Excuse me’ tegen een gedrongen man die me tegemoet kwam. Hij had een borstelig hondje aan de riem. Noch de man, noch de hond, reageerde op mijn stem. ‘Hello?’ probeerde ik nog, maar ik keek al op de rug van zijn grijze regenjas.

Aan wie ik ook de weg vroeg, niemand reageerde. ‘Could you help me please!’ riep ik uit. Mijn stem klonk schel. Ik klampte zomaar iemand vast. Het was alsof ik in lucht greep. De arm die ik had willen vastpakken, gleed als lucht door mijn handen. Was ik onzichtbaar? Bestond ik nog?

Ik vreesde dat de mensen die mij hadden genegeerd, er zélf niet echt waren. Dat ik geesten van overledenen had gevraagd mij de weg te wijzen. Dat een groot deel van alle mensen die dagelijks in de stad aan me voorbij trekken, dood is.

Ik herken de doden inmiddels aan een gejaagde blik en de haast om zich te verplaatsen. Ze zoeken een weg uit het schimmenrijk.

In de laatste drie boeken die ik heb gelezen, zijn geesten de gewoonste zaak van de wereld. Zonder bijzondere interesse in spookverhalen, heb ik achtereenvolgens The Little Stranger van Sarah Waters, White is for Witching van Helen Oyemi en Her Fearful Symmetry van Audrey Niffenegger gelezen.

Oude verlaten huizen, kerkhoven en gekwelde, wraakzuchtige geesten domineren deze verhalen. Zou er een opleving van de gothic novel zijn? Of heb ik nu net drie soortgelijke boeken uit de kast van de boekhandel weten te trekken?

Een taxi bracht me uiteindelijk drie straten verderop. Ik was nog net op tijd voor de opening van de tentoonstelling Every version belongs to the myth. Ik moest iets vertellen over mijn werk. Ik verzon terplekke een verhaal, merkte ik tijdens het spreken. Het was niet geheel onwaar wat ik zei, maar het was niet de waarheid.

Het paste bij deze tentoonstelling, die ontstond vanuit de vraag of er zoiets bestaat als de authentieke mythe. ‘Does the truth of a myth lie in its roots and origins, or in the context of its retelling?’

Tegenover mijn werk hing een kaart die ik voortaan bij me zou willen hebben. Deze lijkt in alles op een landkaart, behalve dan dat er geen land op wordt afgebeeld. Het is een werk van de Amerikaan Gareth Moore, Map (from Uncertain Pilgrimage). Het is een kaart voor schimmen, die niet meer thuis zijn in deze wereld.

Het is ook een kaart voor mensen zoals ik, die vaak de weg moeten vragen. Er is geen goede of verkeerde richting.

De straten en gebouwen die ik zoek, kan ik er zelf op uitstippelen.