Rouvoet geeft toe: wachtlijsten blijven

De wachtlijsten in de jeugdzorg zijn aan het eind van dit jaar niet weg. Dat zegt minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) vandaag in een interview met deze krant. Hij erkent dat een aantal provincies en stadsregio’s, waaronder Amsterdam, nog met forse „restwachtlijsten” blijft zitten.

De jeugdzorg kampt al jaren met hardnekkige organisatorische problemen. Er is een gebrek aan samenwerking tussen de vele instellingen, er zijn capaciteitstekorten en er is een almaar groeiende vraag. De jeugdzorg vormt het belangrijkste onderdeel van de portefeuille van Rouvoet.

Na zijn aantreden als minister beloofde Rouvoet de Tweede Kamer dat de wachtlijsten eind 2009 definitief weg zouden zijn. Daarvoor maakte hij afspraken met de provincies en grote steden, die sinds 2005 verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg.

Ondanks de politieke druk die op Rouvoet rust, neemt de minster het de provincies en stadsregio’s niet kwalijk dat zij er niet in slagen alle kinderen tijdig te helpen. Hij heeft ze 115 miljoen euro extra gegeven en eiste dat ze in ruil voor dat bedrag alle kinderen zouden helpen die volgens de ramingen zorg nodig zouden hebben. Die ramingen blijken aan de lage kant te zijn geweest. Rouvoet: „Nu blijkt in sommige provincies en stadsregio’s de vraag naar jeugdzorg hoger dan verwacht. Dan is het niet billijk om te zeggen: u moet zich houden aan het onmogelijke.”

Begin volgende week komt de evaluatie van de wet op de jeugdzorg naar buiten, waarin de langs elkaar heen werkende hulpverlening staat beschreven. Daarin zou staan dat Rouvoet het wettelijk recht op jeugdzorg moet schrappen. De oppositie dringt al enige tijd aan op een parlementair onderzoek naar de jeugdzorg. De coalitiepartijen wilden dat niet omdat ze op de evaluatie van de wet wilden wachten. Maar ook binnen de Kamerfracties van PvdA en CDA groeit het ongeduld over de trage verbeteringen voor kinderen met problemen.

Vraaggesprek: pagina 3