Politieke chaos?

Een parlementaire verslaggever met een beetje pit zal het Balkenende onmiddellijk durven vragen als hij voor het Europese pluche heeft gekozen: „Bevestigt u niet alle vooroordelen over politieke baantjesjagerij door als premier uw land in de steek te laten?”

„Flauwkul”, zal Balkenende wel weer zeggen, „ikinbelangneedlandinropa, toch?” En weg is hij.

En dan?

Slechts drie woorden scheiden ons van een politieke chaos: Balkenende gaat weg. Wie had gedacht dat Balkenende ooit nog eens als onmisbaar zou worden beschouwd voor de politieke stabiliteit van Nederland? De man die de chaos bevorderde, is dezelfde die hem nu kan bezweren door gewoon aan te blijven. Bijna grappig is het – bijna.

Alleen Wilders zal er hardop om lachen, en misschien Agnes Kant, maar die kan niet echt lachen. Voor het overige zullen de politieke partijen ten prooi vallen aan allerlei tegenstrijdige gevoelens, variërend van ontzetting tot euforie. Ik schets enkele scenario’s.

Bij de PvdA vallen Wouter Bos en Mariëtte Hamer elkaar huilend in de armen. Een gezin heeft zijn vader verloren. „Hoe kan Jan Peter ons dát nou aandoen?” snikt Bos, „alsof we het al niet moeilijk genoeg hebben.”

„En het ging met jou net zo goed op Financiën”, zegt Hamer.

„En jij had eindelijk een goeie kapper.”

Zo jammeren ze nog een poosje door, totdat ze bij de kardinale vraag belanden: wel of geen verkiezingen? „Verkiezingen nú is politieke zelfmoord”, zucht Bos, „we hebben ons verdomme net gecommitteerd aan die impopulaire AOW-plannen en we staan al zo laag in de peilingen.”

Hamer schudt het hoofd. „Verkiezingen zijn onvermijdelijk. Anders krijg je meteen Maxime Verhagen boven je! Zie jij het voor je?” De lepe treitergrijns van deze Mastreechter Staar verschijnt voor haar geestesoog en ze rilt.

„Misschien moet Job het toch maar van me overnemen’’, zegt Bos.

„Job ziet ons aankomen met die dertien zetels!’’

We verlaten de ontredderde PvdA-top en zoomen in op de leiding van de VVD. Daar tekent zich na de eerste blijdschap al snel een grote verscheurdheid af.

„Verkiezingen!” juicht Mark Rutte.

„Nu kunnen we eindelijk samen met Wilders”, laat Wiegel in De Telegraaf weten.

„Dat is rijkelijk prematuur”, reageert Rutte venijnig.

Bolkestein doet eerst een dutje en pleit daarna alvast voor Ayaan Hirsi Ali als minister van Integratie. Niemand weet hoe het verder moet.

Bij het CDA is Camiel Eurlings in zijn korte broek uit de coulissen gekropen. Hij richt zich op, lacht zijn jongensachtige misdienaarslach en zegt tegen Verhagen: „Maxime, chaan wij er een Limburchs veesje van maken of niet? Jij premier, Wilders vizepremier, ik op Binnenlandse Zaken, Maria op Buitenlandse Zaken en Moszkowicz op Justitie. Limburch rules de waves! Wa dach je ervan?”

Verhagen knikt. Het lijkt hem wel wat: CDA-PVV-VVD. Het kabinet van de zachte, maar onverzettelijke g. De g van God, maar ook van goddomme, als het moet. Eindelijk van de socialistische kwelgeest verlost, geen linkse hobby’s meer, Bos uit de politiek, Kant met de hete adem van Marijnissen nog steeds in de parmantige nek. Laat ze maar spartelen.

„Bel Cheerd Wilders”, zegt hij.