Pastamachine uit de Oudheid

Opvoedkundig is het misschien niet correct, maar vraagt het kind aan Sinterklaas om een brandweerauto, dan zou je de Bigolaro kunnen geven. Omdat je daar zelf ook wat aan hebt. Dat heb je niet aan een brandweerauto. Ik gaf mijn kinderen gedegen gereedschap, omdat ik het zelf nodig had. En zij blij!

De Bigolaro staat ter recensie in mijn keuken. Buurmeisje komt binnen, heeft geen uitleg nodig, klimt er onmiddellijk op, twee handjes aan het stuur en dromen. Vandaag is ze brandweerman, morgen zit ze te paard. Goed speeltuig. En stuk maken kan niet.

Het is een zwaar gebouwde pastapers. Een koperen cilinder waarin een zuiger (die niet zuigt, wat is dat toch, de Nederlandse taal) naar beneden wordt geschroefd door een primitief fietsstuur op een staaf met schroefdraad rond te draaien. De zuiger zit aan de staaf. Onderaan de cilinder is in een bronzen ring een bronzen plaat met openingen vastgezet. De zuiger duwt pastadeeg door de gaatjes in de plaat. Er komen slierten pasta uit. De eerste slierten ooit uit een Bigolaro, waren, wat we nu zouden noemen, dikke spaghetti. Ze werden bigoli genoemd in Venetië en omgeving. Daar, uit die omgeving, komt de Bigolaro vandaan die naar de bigoli is vernoemd, bijna 135 jaar geleden. Francesco Bottene verwierf patent op de pers. Er staat er een in het pastamuseum in Rome. Antiek. Maar het ontwerp was zo goed dat de pers in een paar verschillende maten nog steeds wordt gemaakt; er is vrijwel niets aan veranderd.

Het heeft lang geduurd voor er buiten Italië belangstelling voor was. Pas honderd jaar nadat de eerste Bigolaro op de markt kwam, begon de familie Bottene aan enige export. Enthousiaste gebruikers te over inmiddels op het internet (zie bijvoorbeeld http://fxcuisine.com/Default.asp?Display=199) .

Uitstekend keukengereedschap. Kan niet in de afwasmachine en dat hoeft ook helemaal niet. Het bankje, waar de pers op is vastgezet, maakt het tot een paard voor buurmeisjes.

De pers is los te koop (bijna 300 euro) en moet dan op een tafel worden vastgezet. In het tafelblad moet een half rondje worden uitgezaagd waarin de cilinder past. Zou hij aan een licht keukentafeltje vastzitten, dan kan het dat niet de zuiger in de cilinder naar beneden wordt gedraaid, maar het tafeltje opzij schuift. Het vraagt veel kracht om het droge pastadeeg (bloem, weinig water of een paar eieren) door de kleine gaatjes te persen.

Na de eerste slag begrijp je het bankje (bijna 50 euro). Je kunt er op zitten tijdens het werk, of je staat er overheen en klemt het tussen je benen of je leunt er met een knie op. Er is een schijf bij met forse gaatjes voor geribbelde holle pasta. Twee maten spaghetti kunnen er uit komen en een droom van een tagliatelle, smalle platte slierten.

Net als de elektrische kneder en pastapers Lillodue van Bottene, vorige week op deze plek in deze krant bejubeld, lijkt de Bigolaro duur. Aldi en Lidl verkopen af en toe Chinese pastapersjes met een slinger voor nog geen 20 euro. Dat zijn walsjes. De gedegen Bigolaro is een zogenoemde extruder. Verschillende techniek die verschillend gestructureerde pasta’s produceert. Maar de Bigolaro is ook nog eens een ding waar je de hele dag naar kunt kijken, zet hem gerust in de salon. Puur techniek, puur machinebankwerk, onverwoestbaar, gaat een eeuw mee en je zou, zag je hem staan in het pastamuseum in Rome, gaan verlangen naar vroeger tijden. Tenminste, als zoiets moois nu niet meer werd gemaakt. Maar dat is het hem. Wel! Nog altijd.

Wouter Klootwijk

De Bigolaro wordt geïmporteerd door Paul van Raalten in Amsterdam (vanraaltenimport.com).