Ook Márai had brood op de plank nodig

Sándor Márai: De meeuw. Vertaling uit het Hongaars: Frans van Nes. Wereldbibliotheek, 192 blz. € 18,90

Alweer een karakteristieke Márai-roman. Na De nacht van de scheiding (1935), De erfenis van Esther (1939), De gravin van Parma (1940) en Gloed (1942), allemaal over ondoorgrondelijke hartstochten in een 1+2-opstelling, is er nu ook De meeuw, geschreven in een wat hoogdravende stijl die Frans van Nes desondanks in het Nederlands laat fonkelen.

Alhoewel, 1+2? Even tellen… Er is één man, een hoge ambtenaar op een ministerie, die bezoek krijgt van een Finse schone die een verblijfsvergunning nodig heeft. 1+1. Hij valt bijna in katzwijm, zo sterk lijkt zij op zijn grote liefde – 1+2? – die zich jaren eerder om een ander – 2+2? – van het leven beroofde.

Márai doet zijn uiterste best om de aloude kitsch ‘we zijn voor elkaar bestemd, maar onze liefde kan niet in vervulling gaan’ een diepere betekenis te geven. De personages zijn aan elkaar gebonden, hun verwantschap is een gegeven, aangezien het Hongaars taalkundig verwant is aan het Fins.

En dat is voor Márai aanleiding om uit te weiden over de ‘grote chaos die de volksverhuizingen moeten zijn geweest, toen rassen, stammen en woordstammen zich op weg begaven, zich vermengden, uiteengingen en een thuis zochten. In een wereld die toen nog niet officieel Europa heette, zijn allerlei verwantschappen ontstaan, ook tussen volken die geen gemeenschappelijke woordstammen hadden, en zijn veel verwantschapsbanden doorgesneden tussen volken die in die woordenarme oertijd elkaars taal verstonden en die elkaars bloed op het slagveld en in het liefdesbed vermengden.’

Die chaos moet dus een parallel vormen met het onheilspellende kader van de eigen tijd, WO II, waarin de kartonnen personages zijn neergezet. Dat deze roman bij zijn verschijning in 1943 praktisch geen weerklank vond, is niet zo vreemd.

Begin februari van dat jaar hebben het Sovjetleger en de Russische kou het Tweede Hongaarse Leger van 200.000 man praktisch in zijn geheel bij de rivier de Don vernietigd. Het was onder Duitse druk naar het Oostfront gestuurd zonder adequate uitrusting, en daar in de steek gelaten door de Duitse legerleiding. Geen familie in Hongarije die door deze ramp niet werd getroffen en die pijn ging de nogal vrijblijvende angstkreten in deze roman ver te boven.

Márai was een veelschrijver. De meeuw is een van zijn mindere werken. Er moest brood op de plank komen. Maar zijn oeuvre omvat nog wel enkele andere werken die voor het Nederlandse publiek toegankelijk moeten worden gemaakt: De vermetele, de nog vóór de oorlog in het Nederlands vertaalde roman, waarin het leven vanuit het oogpunt van een hond wordt beschouwd. En de romancyclus over de gebroeders Garren, waarvan het eerste, later aan de cyclus toegevoegde deel De opstandigen al enkele jaren geleden het licht zag. En dan zijn er nog zijn gedichten, die onbetwistbaar tot de hoogtepunten van de Europese poëzie behoren.