Meer publiek dan Metallica

Drank, drugs, en slechte touromstandigheden: stand-up comedy is de nieuwe rock ‘n roll. Dankzij internet winnen Amerikaanse en Britse komieken in Nederland aan populariteit.

Wij zijn straks de eerste generatie ouderen die zich beklaagt dat de jeugd te braaf is.” De Amerikaanse stand-up comedian Doug Stanhope grijnst de zaal in. ,,De jongeren van tegenwoordig zijn watjes. Ze drinken Red Bull als pep en hebben liever dat je je sigaret buiten oprookt.” Hij neemt nog een slok Jägermeister en begint een tirade over zwangere vrouwen die schadelijk zijn voor het milieu. Je kunt beter dagelijks een vloot Hummers stationair laten draaien dan een kind op de wereld zetten. En is het ons wel eens opgevallen hoe weinig solidair lelijke mensen met elkaar zijn, dat ze je nooit eens begrijpend toeknikken als je ze op straat passeert? Trouwens – hij wijst in de richting van het plantsoen voor comedyclub Toomler, waar een sculptuur ligt van een vrouwenromp met een deur erin – wat doet hij hier eigenlijk nog? „You have dismembered corpses laying ‘round, with children playing in it. You people don’t need me anymore!”

Zo’n anderhalf uur sproeit Stanhope zijn zweetdruppels en tirades de zaal in. Dan sluit hij af met een kort „Dank u wel, u was een fijn publiek” en marcheert door het café naar de uitgang van Toomler. Morgen treedt hij weer op in de Amsterdamse comedyclub, ook dan voor een uitverkochte zaal.

Amerikaanse en Engelse stand-up comedy is populair in Nederland. Stand-up wordt sinds de jaren negentig in Nederland beoefend, in clubs als Toomler, en stand-up comedy-avonden in het hele land. Maar de belangstelling voor stand-up van Angelsaksische komieken overstijgt inmiddels het kleine zaalniveau. Hun optredens worden ‘concerten’ genoemd; als popsterren toeren de comedians langs steeds grotere zalen. Pablo Francisco trad onlangs op in 013 in Tilburg, en de Melkweg, Amsterdam, voor 1000 man per avond. Eddie Izzard staat 15 en 16 november in de Heineken Music Hall, Amsterdam, en volgend jaar zal ook Jeff Dunham, bekend van buikspreekpop Achmed The Dead Terrorist, optreden in de Heineken Music Hall, voor maar liefst 5.000 mensen.

Die grote aantallen zijn opvallend omdat dit weliswaar populaire komieken, maar nog geen gevestigde namen zijn. Dat zegt ook Doug Stanhope, als hij na afloop van zijn optreden aan de bar van Toomler staat. Hij vertelt dat hij onlangs op tournee was in Scandinavië. Hij is populair in Noorwegen en Zweden, maar zijn landgenoot Pablo Francisco is nog populairder. „Pablo is er nooit op tv geweest, en heeft nog nooit een interview aan een krant gegeven”, zegt Stanhope. „Toch staat hij in zalen van 2000 man en herkennen de mensen hem op straat.”

Dat de komieken in Europa bekend zijn, is het gevolg van internationale mond-tot-mondreclame, via internet en andere nieuwe media. Fans zetten zelfgemaakte opnamen op Youtube, sturen elkaar filmpjes door of posten ze op hun Hyves- of Facebook-pagina. Zo vergroten de comedians razendsnel hun bereik. Zelfs een ringtone kan voor bekendheid zorgen. Zo zal de naam Jeff Dunham niet iedereen vertrouwd zijn, maar zeg ‘I Kill You’ en een flink deel van de bevolking weet dat dit een kreet is van Dunhams buikspreekpop, moslimterrorist ‘Achmed’. In dialoog met schepper Dunham, verkondigt Achmed zijn moordzuchtige vuilbekkerij. ‘I kill you’ werd populair als ringtone.

Internationaal distributeur van deze ringtone is comedykenner Leon Happé. Happé werkte tot zes jaar geleden als muziekmanager bij platenmaatschappij PIAS, en begon toen PIAS Comedy, dat dvd’s uitbrengt van onder meer Theo Maassen en Wim Helsen. Toen daar publiek voor bleek te zijn, breidde Happé twee jaar geleden zijn terrein uit naar Amerikaanse en Engelse comedians. Hij werkt nu twee dagen per week vanuit Londen om het Britse aanbod te onderzoeken. Jaarlijks bezoekt hij de comedyfestivals in Montreal, Edinburgh, Las Vegas. Hij heeft in Nederland inmiddels dvd’s uitgebracht van comedians Jeff Dunham, Pablo Francisco en John Pinette. Dunham, met zijn buikspreekpop, is de succesvolste: zijn optredens trokken vorig jaar meer bezoekers dan megaband Metallica, en van zijn dvd Spark Of Insanity, die in 2008 verscheen, zijn internationaal 5 miljoen exemplaren verkocht.

Voor de Engelse en Amerikaanse comedians van wie hij dvd’s uitbrengt, probeert Leon Happé ook tournees door de Benelux te regelen. Het contact loopt niet altijd soepel. „Vooral Amerikanen vinden Europa maar een raar achterland, ze begrijpen niet dat het publiek daar interesse heeft voor Engelstalige comedy”, zegt Happé. „Bovendien treden sommige komieken in Amerika op voor zalen met 20.000 bezoekers. Een optreden in een zaal als de Heineken Music Hall betekent voor hen inkomstenderving.”

Toen stand-up zich in de jaren negentig in Nederland voor het eerst roerde, werd het genre de ‘nieuwe rock-‘n-roll’ genoemd; om de ruigheid en de rebellie van sommige comedians, en om de aantrekkingskracht die het genre op jonge mensen heeft. Inmiddels is stand-up meer rock-‘n-roll dan rock-‘n-roll zelf, aldus Happé. De omstandigheden waaronder de comedians touren zijn erbarmelijk, drugs- en drankgebruik tieren welig, en de concurrentie is hard en groot. „De stap naar een doorbraak is groter dan in popmuziek”, zegt Happé. „De meeste Engelstalige comedians doen hun hele leven niet meer dan korte optredens: een serie grappen van tien minuten of een kwartier tussen een rij anderen.”

Ook Doug Stanhope reist als een eenzame handelsreiziger langs kroegen en kleine zaaltjes. „Dat betekent slapen in goedkope motels en zo lang mogelijk aan de bar hangen in het café waar je optreedt”, zegt hij. „En altijd in je eentje. Want het is wel gezellig om een geluidsman bij je te hebben maar het is te duur.” Nu hij bekender is, reist Stanhope in Europa met zijn Schotse manager, maar in Amerika toert hij nog steeds alleen. „Ik woon in New Mexico. Iedere donderdag vertrek ik naar het Noorden, naar Washington of New York. Daar treed ik vier avonden op in kleine zaaltjes, en na het weekend vlieg ik weer naar huis.”

Hoe populair ook, in Nederland is de waardering voor stand-up comedy niet vanzelfsprekend. Sommige critici beschouwen stand-up als een evolutionaire fase die nodig is om tot een hoogstaandere cabaretvorm te komen. Anders dan een voorstelling in de Nederlandse cabarettraditie, heeft een stand-up show doorgaans geen structuur, decors of liedjes. De comedian springt van de hak op de tak, met een groot aandeel voor grappen over seks, drugs en de kerk, en – bij sommigen – venijnig commentaar op maatschappelijke verschijnselen. Er zijn verschillende stijlen - zoals ‘storytelling’, ‘observational comedy’ en ‘one-liners’ – maar voor ieder genre geldt: er moet snel worden gescoord.

Voor Nederlandse cabaretiers staat de status van stand-up comedy buiten kijf. Op de avond dat Doug Stanhope in Toomler optreedt, zitten Micha Wertheim, Jan Jaap van der Wal en Ronald Goedemondt in de zaal. Allemaal zijn ze hun carrière begonnen met stand-up in dit comedycafé. En allemaal proberen ze hun nieuwe materiaal nog hier uit. „Hier kun je rekenen op direct commentaar uit de zaal. Bovendien komen bij zo’n optreden de bezoekers niet speciaal voor jou”, zegt Goedemondt hierover. „Dat maakt ze kritischer dan wanneer ze naar je voorstelling komen.”

Volgens Micha Wertheim laten de meeste Nederlandse komieken zich minstens zo inspireren door Angelsaksische voorbeelden, als door de Nederlandse cabarettraditie. „We houden bij wat er in Engeland en Amerika gebeurt op ons terrein”, zegt Wertheim. ,,We gaan naar New York, kopen dvd’s van nieuwe talenten en geven elkaar tips over wie iets interessants te melden heeft. Ik ben zelf naar Los Angeles geweest, onder meer om Sarah Silverman te zien.”

Niet alles is goed, vindt Wertheim. „Jeff Dunham of Pablo Francisco verhouden zich tot iemand als Doug Stanhope als kunstschaatsen tot moderne dans. Het is allebei bewegen, maar daar is ook alles mee gezegd. Stanhope behoort tot een select gezelschap van Amerikaanse comedians die eigenzinnig durft te zijn.”

Anders dan Nederlandse cabaretiers, streven de meeste Amerikaanse comedians naar een baan bij televisie, of naar een rol in een speelfilm. Ze worden talkshowgastheer (David Letterman, Jay Leno), acteur (Jim Carrey, Eddie Murphy), of schrijven teksten voor sitcoms en andere tv-programma’s. Zach Galifianakis bijvoorbeeld, werd, juist toen Leon Happé zijn show op dvd wilde uitbrengen, gevraagd voor de komische film The Hangover, nu te zien in de bioscoop. Vanaf dat moment was Galifianakis niet meer voor optredens beschikbaar. Volgens Micha Wertheim heeft die trend te maken met de voorzieningen. ,,In Amerika heb je nu eenmaal niet de theaters die wij tot onze beschikking hebben. Daar sta je óf op Broadway, óf je mag een kwartiertje je best doen in een achterafzaaltje. Een tussenvorm bestaat nauwelijks.”

Doug Stanhope houdt het voorlopig, ook in Amerika, wèl bij optreden. Hij organiseert zelfs zijn eigen shows. „Ik huur ergens een pub af en kondig de data aan op mijn Facebook-pagina en op MySpace. Zo hoef ik niet te wachten tot iemand me vraagt”, zegt hij. „Ik heb voldoende fans: als ik een optreden aankondig, betaalt het publiek via internet en print zelf het ticket. Zo is de hele opbrengst voor mij. En de eigenaar van de pub is blij, want met een volle zaak verkoopt hij veel drankjes.”

Hoe handig internet ook lijkt, er zijn nadelen. „Ik kan ongeveer eens per anderhalf jaar een dvd met nieuw materiaal uitbrengen”, zegt Stanhope. „Maar een groot deel van mijn grappen staat dan al op internet.” Hij houdt een denkbeeldige telefoon omhoog. „Mensen maken opnamen vanuit de zaal, zetten ze op een site en geven zo m’n punchline weg. Of nog erger: ze zetten de grap maar voor de helft op internet, omdat de batterij van de telefoon op was. Of omdat ze naar de wc moesten.”