Majoor Sas

De televisieserie van Ad van Liempt en Rob Trip over de Tweede Wereldoorlog is meeslepend begonnen. De makers zijn erin geslaagd binnen een half uur duidelijk te maken hoe het Duitse revanchisme, ontstaan uit de verloren oorlog van 1914-1918, en verder aangewakkerd door de vrede, het dictaat van Versailles, het verlies van grote gebieden, de enorme herstelbetalingen, de nationale onttakeling, al de grondslag voor de volgende oorlog had gelegd.

Dit revanchisme is door de nazi’s in de jaren dertig buitengewoon kundig geregisseerd en geëxploiteerd. En zo is Europa toen op de volgende catastrofale krachtmeting afgestevend. Beelden uit die periode van het voorspel hebben hun eigen fascinatie, of beklemming. Misschien komt dat ook doordat wij weten wat erop is gevolgd. Hoe dan ook, deze eerste van de negen afleveringen is uitstekend geslaagd.

En weer heb ik me erover verbaasd, hoe het mogelijk was dat de grote meerderheid van onze politici uit die tijd er rotsvast op heeft kunnen vertrouwen dat Nederland door zijn neutraliteit buiten de oorlog zou kunnen blijven. net als in de Eerste Wereldoorlog. Onze regering was zelfs ontoegankelijk voor alle betrouwbare inlichtingen die het tegendeel voorspelden.

Een tragisch bewijs daarvoor wordt geleverd door de avonturen van majoor G.J.Sas, in 1939 en 1940 militair attaché bij de Nederlandse ambassade in Berlijn. Hij had in Duitse kringen een betrouwbaar contact, de kolonel Hans Oster van het Amt Ausland-Abwehr. Oster vertelde hem alles over de onvermijdelijke aanval, en Sas gaf het door aan Den Haag. Eerst zouden de Duitsers op 1 november 1939 komen, maar dat ging niet door, wat afbreuk deed aan de geloofwaardigheid van de attaché. Toen wist Oster het opnieuw zeker: op 10 mei zou het gebeuren. Op 9 mei belde Sas naar Den Haag, kreeg een officier op het ministerie van Defensie aan de telefoon. Hij zei: „Ik ben Sas uit Berlijn. Ik heb nog maar één ding te zeggen. Morgen vroeg, bij het aanbreken van de dag. Houd je taai!” Aan de Haagse kant van de lijn werd weer getwijfeld, Sas werd teruggebeld door een hoger militair. „Weet je het wel zeker?” Toen werd Sas kwaad. „Je weet het nu. Er is niets meer aan te doen. Morgen vroeg, bij het aanbreken van de dag.” Hij heeft de hoorn op de haak gesmeten en is gaan slapen. Zo heeft onze attaché het later tegen de Parlementaire Enquetecommissie verteld.

Overigens was onze regering toen nog in relatief goed gezelschap. Nadat Chamberlain en Daladier op 28 september 1938 in München ter wille van de vrede Sudetenland aan Hitler hadden geofferd heeft hij de gevleugelde woorden „Peace in our time” gesproken. Aan de andere kant: niet iedereen in Nederland was zo naïef. Schrijvers als Jacques de Kadt en Menno ter Braak wisten dat de oorlog onvermijdelijk was en hebben dat ook duidelijk laten weten.

En dan was er wat ik zal noemen het genuanceerd-fatalistische standpunt. Jaren na de oorlog had ik een ontmoeting met mr. E.N.van KLeffens, in de meidagen minister van buitenlandse zaken. Ik heb hem toen gevraagd waarom we niet hebben geprobeerd, een bondgenootschap met de Britten te sluiten. „Het is overwogen,” zei hij, „maar we vonden het Verenigd Koninkrijk te zwak.” Ook een standpunt waarvoor achteraf bezien iets te zeggen valt.