Lubells knarsende machine moet mensen verbroederen

Tentoonstelling The Origins of Innocence - Bernie Lubell. T/m 22/11, di-zo 12–18, V_2, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. Inl. www.v2.nl, 010-206 7272 * * *

De Amerikaanse kunstenaar Bernie Lubell (1947, San Francisco) bouwt grote houten machines die piepen en kraken. Op de expositie in V2 in Rotterdam zijn de apparaten met elkaar verbonden en gaan ze soms door een muur, of een hoek om. Ze worden niet aangestuurd door computers en sensoren, maar de spierkracht van het publiek zet de houten tandwielen, touwen en springveren in beweging. In je eentje lukt dat niet, je moet samenwerken. Het grote punnikapparaat heeft twee fietsers nodig. Er moet ook nog iemand op een bankje een eindje verderop zitten – de bank werkt als een aan/uitknop. Door gelijkmatig te trappen, ratelen metersgrote raderen boven het hoofd van de fietsers: en het punniken begint. Hoog in de lucht breien dikke zwarte touwen een web dat langzaam naar beneden komt.

Lubell, een vriendelijke oude man in spijkerbroek, vertelt in een lezing over zijn expositie over zijn hartproblemen. Hij laat een plaatje zien van een schema uit 1871 van Etienne-Jules Marey. Het is een gravure van een machine die de bloedsomloop nabootst, met raderen en hendels. Lubell gebruikte deze prent als uitgangspunt voor een groot werk dat door drie mensen bediend moet worden. De eerste persoon windt de hartpomp op, de tweede bedient een mechaniek dat de beweging registreert en de derde kan in een aparte ruimte, de ‘binnenkamer’, kijken naar het effect: gorgelende flessen, die zich vullen met vloeistof, een constructie die bonkt en klopt. Marey was geïnteresseerd in het vastleggen van beweging (hij vond de chronografie uit, een techniek die plaatjes van mens of dier in beweging naast elkaar plaatst). Bij Lubell draait het niet alleen om beweging, hij is vooral geïnteresseerd in aanraking. Door het publiek zijn werk te laten raken, hoopt Lubell het genotscentrum in de hersenen te stimuleren.

Enthousiast vertelt Lubell over de beroemde slotscène van City Lights. In de film wordt zwerver Charlie Chaplin verliefd op een blind bloemenmeisje voor wie hij met veel moeite een oogoperatie betaalt. Het bloemenmeisje ziet hem aan voor een miljonair, de vagebond belandt echter in de gevangenis. Als hij vrij komt gaat hij naar de winkel van het bloemenmeisje. Op het moment dat Chaplin haar ziet, laat hij zijn bloemen vallen waarop het inmiddels ziende meisje zijn hand aanraakt en zich realiseert dat hij haar weldoener is. Lubell eindigt zijn verhaal met de opmerking: „Zien is vrij en overspelig, maar aanraking – dat is toch echt iets heel anders.”

Lubell gebruikt het Chaplin-verhaal om aan te geven waarom zijn machines enerzijds fragiel zijn – tijdens de expositie gaat regelmatig iets kapot – en toch door mensen met vereende kracht beroerd moeten worden. Het kost energie aan de raderen te draaien, te schommelen en te fietsen.

Het werk van Lubell roept wel verwondering en verbazing op, maar niet de sterke emotie uit de film van Chaplin. De tentoonstelling is uitstekend geschikt voor het hele gezin. Moet je op kinderen passen, of wat doen met oma op zondagmiddag, dan is Lubells werk een aanrader.