'Lengte van wachtlijsten weet ik nog niet'

Kinderen zouden eind dit jaar niet meer op een wachtlijst komen voor jeugdzorg, had minister Rouvoet beloofd. Dat maakt hij niet waar. Er blijken ‘restwachtlijsten’ te zijn.

Voor minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) en de jeugdzorg breekt een cruciale periode aan. Begin volgende week komt de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg naar buiten, waarin een dramatisch slecht georganiseerde hulpverlening staat beschreven. Met deze wet, uit 2005, gaf het Rijk de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg aan provincies (en stadsregio’s).

Ook brengt de Sociaal Economische Raad (SER) volgende week een kabinetsadvies uit over de explosieve groei van jongeren die hulp vragen wegens een stoornis. Rouvoet presenteert begin volgend jaar zijn visie op de toekomst van de jeugdzorg, opdat de Tweede Kamer voor de zomer van 2010 kan bespreken hoe de hulp aan jongeren moet veranderen.

U heeft tegenslagen op belangrijke dossiers. Zijn de wachtlijsten in de jeugdzorg eind december weg, zoals u heeft beloofd?

„Nee, de wachtlijsten zijn dan niet weg. In een aantal provincies en regio’s is het nog moeilijk om voor kinderen snel plek te vinden in instellingen of pleeggezinnen. Hoewel zij tijdelijk vervangende zorg krijgen, staan zij voorlopig nog op ‘restwachtlijsten’.”

Hoe groot zijn die?

„Dat weten we later pas.”

U slaagt er dus niet in om, zoals beloofd, voorgoed een eind te maken aan de wachtlijsten?

„Wij hebben 115 miljoen euro extra aan provincies gegeven om de wachtlijsten weg te krijgen en met hen afgesproken hoeveel kinderen ze voor dat geld moeten helpen. Nu blijkt in sommige regio’s de vraag naar jeugdzorg hoger dan verwacht. Dan is het niet billijk om te zeggen: u moet zich houden aan het onmogelijke.”

Bent u niet te coulant? U wilde de wachtlijsten weghebben en dat lukt weer niet.

„Het was ook mijn absolute wens dat ze weg zouden zijn. Ik ben niet coulant, want ik hou de provincies aan de afspraken. We hadden afgesproken dat we er rekening mee zouden houden dat er misschien meer kinderen dan geraamd een beroep op jeugdzorg doen.”

Dan waren uw afspraken niet goed, want u bereikt uw doel niet. Sollen de provincies en regio’s niet met u?

„Nee, ik heb ze gevraagd zwart op wit te laten zien of de vraag naar jeugdzorg hoger is en wat jeugdzorginstellingen daaraan doen.”

De Kamer zal zeggen dat ‘restwachtlijsten’ een woordspelletje zijn.

„We moeten geen totem maken van de wachtlijsten. De fixatie op het wegwerken van de wachtlijsten op 31 december 2009 gaat voorbij aan de realiteit. Er staan ook kinderen op die in Suriname wonen en voorlopig niet naar Nederland komen. Of kinderen die per se naar die ene instelling willen en niet naar een andere.”

De wachtlijsten komen mede door inefficiënte en versnipperde jeugdzorg. De slechte samenwerking blijkt ook weer uit de evaluatie. Wat doet u daaraan?

„We gaan spannende tijden tegemoet. Er staat veel op het spel. Het gaat om de toekomst van de jeugdzorg. Die gaat verder gaat dan de wachtlijsten.”

Wat knelt er het meest in de huidige organisatie?

„We bereiken een groep kinderen met diverse problemen niet goed. Tegelijkertijd krijgen andere kinderen dure, gespecialiseerde zorg, hoewel ze eigenlijk met lichtere zorg zouden kunnen volstaan. Dat moet anders.”

Hoe dan?

„We moeten zorgen dat kinderen met meervoudige hulpbehoefte die hulp ook krijgen. Verder moeten we kijken of al die kinderen die een heel traject met allerlei indicatiestellingen krijgen, dat wel nodig hebben. Ze krijgen dat nu omdat ze er recht op hebben, maar misschien moeten we dat anders organiseren. Het kan niet zo zijn dat wij zo veel kinderen in gesloten instellingen houden. Ze moeten daar veel korter blijven en hun aantal moeten we terugdringen. Kinderen moeten meer in hun eigen omgeving hulp krijgen.”

De evaluatiecommissie zou u adviseren het recht op jeugdzorg uit de wet te schrappen.

„Alles wat in een externe evaluatie staat, haalt natuurlijk niet per se het uiteindelijke kabinetsstandpunt. Maar laat er geen enkele twijfel over bestaan: uiteraard zullen jongeren in de toekomst de zorg ontvangen die ze nodig hebben. Een vraag is wel hoe we dat bestuurlijk en financieel gaan organiseren.”

Waarom laten de nodige veranderingen zo lang op zich wachten?

„Je kan zeggen: Rabo en ING doen hetzelfde werk, voeg ze gewoon samen. Of stop NRC en De Telegraaf bij elkaar. Het zijn toch beide kranten? Maar zij hebben een hele andere filosofie en financiering. Zo werkt het ook in de jeugdzorg. Als je de psychische hulp aan jongeren bij jeugdzorg voegt, krijg je een nieuwe knip met de gewone psychiatrie, waar alle expertise zit. Ik wil alleen veranderen als het ook echt beter is voor kinderen.”

Veel kinderen krijgen die dure zware zorg omdat er veel te weinig lichte ondersteuning beschikbaar is.

„We hebben 200 miljoen extra aan opvoedondersteuning uitgegeven, oplopend tot 350 miljoen in 2011. Ik vraag nu geen gedetailleerde verantwoording, maar zal gemeenten daar in 2011 hard op afrekenen. Als zij de opvoedondersteuning dan niet op orde hebben, hou ik al het geld.”

U preludeerde in onze krant op een stelselwijziging omdat de omslag van hulp in instellingen naar hulp thuis in dit stelsel moeilijk zal zijn.

„De institutionele en bestuurlijke belangen zijn ondergeschikt aan de vraag wat goed is voor kinderen. Maar twee doelstellingen zijn niet gehaald: bundeling van financieringstromen en verschillende domeinen (geestelijke gezondheidszorg en zorg voor lichtverstandelijk gehandicapten).”

Maar u bent al bijna drie jaar minister, speciaal hiervoor aangesteld.

„Ik zie ook dat veel dingen beter kunnen maar ben ook gebonden aan wetten. Ik heb binnen het huidige stelsel het nodige veranderd. Met de evaluatie kunnen we echte verbeteringen aanbrengen.”

Het lukt u ook niet alle kinderen zonder veroordeling buiten de jeugdgevangenis op te vangen.

„Omdat er onvoldoende plaats is in de gesloten jeugdzorg, bouwen we twee locaties van justitiële jeugdinrichtingen om tot jeugdzorg plekken.”