Leerwerkplek tegen jeugdwerkloosheid

Het kabinet heeft 500 miljoen uitgetrokken voor onder meer stageplekken en leerwerkbanen. Deze week bracht staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken) een bezoek aan de werkvloer.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken) bezoekt jongeren bij een leerwerkbedrijf in Almere. „Jullie zijn broodnodig.” Foto Bas Czerwinski 26-10-2009, Almere. Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Jetta Klijnsma op werkbezoek in Almere. Foto Bas Czerwinski Jetta Klijnsma leerde lassen Czerwinski, Bas

Een opgetogen Jetta Klijnsma: „Ik heb net van Patrick leren lassen.” De PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken – gestoken in een blauwe overall – zet een grote zwarte helm af. Ze legt de rode beschermende handschoenen op de werkbank. „Je bent een gouden werknemer voor een baas”, knipoogt ze naar Patrick. Hij bloost.

De staatssecretaris toert deze week door Nederland om met eigen ogen te zien hoe het gaat met de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. „Ik kan vanuit Den Haag geen goede politiek bedrijven, als ik niet weet om welke mensen het gaat”, zegt Klijnsma op de werkvloer van Flevodrome. Ze bezoekt er een project waar jongeren met gedragsproblemen geleerd wordt vroeg op te staan, afspraken na te komen, samen te werken en een vak onder de knie te krijgen.

De 18-jarige Patrick is een van de vele jongeren die Klijnsma op haar tocht leert kennen. Op zijn 14de liep het al mis. Hij spijbelde veel, deed „de verkeerde dingen in de groep”, kwam eerst in een jeugdinstelling en daarna bij de heropvoedingsschool naar Amerikaans model Glenn Mills terecht.

Bij Flevodrome vond Patrick zijn draai. Het is een groot leerwerkbedrijf voor metaal- en houtbewerking aan de rand van Almere. Hij heeft „een heel stuk discipline” geleerd en raakte in de ban van het lassen. Vandaag mag hij de ‘hoge’ mevrouw uit Den Haag les geven. „Ik heb fouten gemaakt, maar ik wil er nu iets van maken”, zegt Patrick tegen Klijnsma als ze de lasruimte uitkomen. Binnenkort mag hij naar het ROC, het regionaal opleidingscentrum, om een volledige opleiding te volgen. Nu er weer ritme en structuur in zijn leven zit, kan hij dat aan, zegt zijn leermeester Leo.

In de toekomst van Patrick heeft de staatssecretaris alle vertrouwen. Zodra hij gediplomeerd lasser is, beheerst hij een vak waar volgens Klijnsma ondernemers „om staan te springen”.

Te veel jongeren tussen de 15 en 23 jaar zijn drop-out, gaan van school zonder diploma en hebben geen perspectief op werk. Vergeleken met andere Europese landen is het aantal drop-outs in Nederland hoog. En de groep zorgjongeren neemt jaarlijks met 6 tot 8 procent toe, blijkt uit een nieuw rapport van de Sociaal-Economische Raad. Met projecten zoals Flevodrome hoopt het kabinet het aantal nieuwe uitvallers te halveren tot maximaal 35.000 in 2012.

Beperking van de groep werkloze risicojongeren is een speerpunt in de plannen om de stijgende jeugdwerkloosheid te bestrijden. „Ik vind het heel belangrijk dat deze jongeren met een moeilijke achtergrond een plek op de arbeidsmarkt krijgen. Zeker in tijden van een dikke economische dip moeten we extra inspanningen verrichten”, zegt Klijnsma.

Daarom reist ze deze week door het land. Ze wil weten of de plannen die gemeenten afgelopen zomer hebben ontwikkeld in het kader van het actieplan Jeugdwerkloosheid wortel schieten. Het kabinet heeft 500 miljoen euro uitgetrokken voor stageplekken, onderwijs en leerwerkbanen.

En Klijnsma heeft haast. Deze week maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat het aantal ontslagen afgelopen jaar is verdubbeld tot 85.000 vergeleken met vorig jaar. Het Centraal Planbureau houdt er rekening mee dat de werkloosheid de komende tijd zal oplopen van 5,25 procent van de beroepsbevolking eind dit jaar naar 8 tot 9 procent in 2010. De werkloosheid onder jongeren tot 25 jaar steeg het tweede kwartaal al van 9,3 naar 11,4 procent van de beroepsbevolking. Ruim 100.000 jongeren hebben geen baan.

In de Beatrixhal in Utrecht wacht de staatssecretaris een bonte markt. Gemeentes, mobiliteitscentra en scholen hebben stands ingericht om Klijnsma te laten zien met welke „lumineuze ideeën” ze de jeugdwerkloosheid te lijf gaan. „Werkgevers krijgen van de provincie een premie van 10.000 euro als ze een jongere een opleidingsplaats geven”, zegt Tineke Lantink uit Zwolle. De crisis slaat in Noord-Overijssel hard toe. Het aantal inschrijvingen van werkloze jongeren is na de zomer met 50 procent gestegen, zegt ze.

„Wij wilden niet wéér iets nieuws bedenken, maar besloten het Jongerenloket nieuw leven in te blazen”, zegt Laura van Rossem van de werkgroep ‘Wij Haarlem’ tegen de staatssecretaris. ‘Ik kan’, luidt de tekst op haar blousespeld. Dat wil ze waarmaken in Kennemerland. Het Jongerenloket van het arbeidsbureau was verwaarloosd. Maar „de urgentie die u achter het bestrijden van de jeugdwerkloosheid zet voelen ze”, verzekert ze Klijnsma. Hoe de relatie met de lokale werkgevers is, wil ze weten. „Wij zijn druk bezig met allerlei bedrijven arrangementen af te sluiten over leerwerkplekken”, laat jobcoach Thijs de Laat, actief in de Haarlemmermeer, weten.

Ook werkgevers zijn in Utrecht present. Er zijn nog altijd vacatures. En bedrijven mogen nu in problemen zitten, maar na de crisis zijn vakmensen weer hard nodig.

Aannemers uit Den Bosch en Helmond hebben samen een vakopleiding opgezet voor de bouw. „Metselen, tegelzetten. Alles leren de jongens bij ons”, zegt een van hen. „We hebben al 80 jongeren in opleiding”. Werkgevers in Twente en de Achterhoek laten weten dat zij in de zorg volop handen kunnen gebruiken. Het aantal zorgverleners moet met 20 procent toenemen om aan de behoefte te voldoen, maar er zijn niet genoeg jongeren die een opleiding volgen.

„Werken in de zorg vinden ze niet sexy. Daar moeten we iets op bedenken”, zegt Klijnsma even later. Er komen immers steeds meer ouderen en minder jongeren. ’s Avonds weet de PvdA-politica op een speciale ledenraad van haar partij met een pleidooi voor verhoging van de AOW-leeftijd de handen op elkaar te krijgen. „De stijgende zorgkosten blijven alleen betaalbaar als er langer wordt gewerkt.”

Op haar rondreis wil Klijnsma vooral één boodschap kwijt aan alle jonge mensen die ze ontmoet: „Jullie zijn broodnodig.” Ze hoopt, zegt ze, dat hun ouders en werkgevers dit ook inzien.