Koersval banken is overdreven

De beurskoersen van Europese financiële instellingen lopen in rap tempo terug. Daarvoor doen verschillende verklaringen de ronde: de beleggers uit Qatar die een belang in de Britse bank Barclays bezitten hebben vorige week hun warrants (een soort aandelenopties) uitgeoefend, de Britse recessie blijkt langer te duren dan verwacht en de Nederlandse bank-verzekeraar ING wordt opgesplitst op aandringen van de Europese Commissie.

Dit is waarschijnlijk een overreactie van de markt. Door ING te dwingen tot het afstoten van bedrijfsonderdelen kan de Europese Commissie beleggers hebben laten sidderen van angst wegens haar almacht. Maar die macht wordt overdreven. ING was al van plan zichzelf op te splitsen en de politieke interventie lijkt de gang van zaken louter te hebben bespoedigd.

De consequenties voor de andere grote Europese ontvangers van staatssteun – Lloyds, Royal Bank of Scotland (RBS) en de Ierse banken – hoeven niet zo ernstig te zijn. Beleggers hadden al moeten weten dat Lloyds zijn aandeel van de Britse markt voor betaalrekeningen moet terugbrengen van zo’n 30 procent naar minder dan 25 procent. RBS moet misschien driehonderd filialen verkopen in Engeland en Wales. Dit zijn geen ING-achtige ingrepen.

Echt harde saneringsmaatregelen – zoals de eis dat Lloyds zijn hypotheekdivisie Halifax zou moeten verkopen, of dat de Ierse regering voor 77 miljard euro aan ‘giftige’ bezittingen tegen de marktprijs moet kopen, en niet voor 15 procent méér – zouden op hevige weerstand van de nationale overheden van de betrokken banken stuiten. Als deze zaken op een impasse zouden uitdraaien, zou de juridische strijd jarenlang kunnen duren, terwijl de banken in de tussentijd weer op krachten zouden kunnen komen.

Maar het kan geen kwaad als de aandelenmarkt een kleine correctie ondergaat. De ondergeschikte schulden van Lloyds en RBS werden al geruime tijd verhandeld op de helft van de nominale waarde. Daardoor hebben de bezitters van effecten met een hogere prioriteit – die in geval van een faillissement voorgaan op de gewone aandeelhouders – lang in grote onzekerheid verkeerd over de koers van hun stukken.

En toch leken de aandeelhouders te optimistisch. Begin september werden de aandelen van RBS en Lloyds respectievelijk op 57 pence en 111 pence per stuk verhandeld – op een veel hoger peil dus dan voor 2011 werd voorspeld (40 pence en 80 pence). De koerscorrecties sindsdien, en vooral sinds 26 oktober, hebben louter tot een soberder beeld geleid.

De enige mogelijkheid waarop de aandeelhouders van de banken echt helderheid kunnen verkrijgen over de boekwaarden, zal zich voordoen wanneer de Europese Commissie bekendmaakt wat zij van de banken verwacht. Het nieuws zou wel eens beter kunnen zijn dan gevreesd wordt. Maar de zorg over tegenvallende berichten heeft de aandelen van financiële instellingen op een redelijker niveau teruggebracht.

George Hay