Kind slikt meer pillen

Deze week bespraken 170 kinderartsen in Amsterdam hoe ze medicijnen voor kinderen kunnen testen.

Want dat gebeurt nu amper.

Zijn Nederlandse kinderen de afgelopen tien jaar 60 procent meer laxeermiddelen gaan slikken? Sue Hill schrikt ervan. Zij is geneeskundige van de Wereld Gezondsheid Organisatie (WHO). „Werd in dit land 339.000 keer een laxeermiddel voorgeschreven voor een kind, vorig jaar? Dat is zorgelijk. Er is toevallig op dit congres onderzoek gepresenteerd waaruit blijkt dat laxeermiddelen in het geheel niet effectief zijn voor kwalen bij kinderen.” Het goede nieuws, zegt Hill, is dát er überhaupt onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van laxeermiddelen bij kinderen. Want voor de meeste medicijnen gebeurt dat niet.

Honderdzeventig kinderartsen uit de hele wereld waren maandag tot en met woensdag bijeen in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam om af te spreken hoe ze gezamenlijk geneesmiddelen kunnen testen voor kinderen. Dat gebeurt nu amper terwijl ze wel worden voorgeschreven en ingenomen.

Nederlandse kinderen slikken veel meer medicijnen dan tien jaar geleden. Naast de explosieve groei van het gebruik van Ritalin, voor ADHD, is het aantal recepten voor antipsychotica voor kinderen verdrievoudigd tot 131.000 vorig jaar. Ook het aantal kinderen dat maagzuurremmers, luchtwegverwijders of hormoonhoudende zalf gebruikt, is fors gegroeid, blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.

Kinderarts en neonatoloog Martin Offringa, die het congres in het AMC organiseerde, maakt het dagelijks mee: hij dient bij pasgeboren baby’s medicatie toe die niet klinisch is getest op kinderen. Wel op volwassenen. „Dat is frustrerend, want we weten veel te weinig”, zegt Offringa. Laatst had hij een te licht geboren baby die twee weken aan een infectie leed. „We kregen de infectie er maar niet onder met een antibioticum. Het kind overleed. Achteraf denken we dat we misschien een hogere dosering hadden moeten geven.”

Maar, verzucht Offringa, hoe moeten artsen de dosering precies weten? „Antibiotica zijn niet getest op te vroeg geboren kinderen. Niet op de effectiviteit of de bijwerkingen in zulke kleine lichamen. Welke dosering we moeten geven, weten we ook niet.” Vaak hebben artsen wel kennis, onderstreept Sue Hill, op grond van veelvuldig gebruik, maar dat is iets anders dan degelijk onderzoek – eerst op dieren, dan op gezonde mensen en vervolgens op patiënten, zoals dat voor medicatie voor volwassenen al heel lang verplicht is.

Bijwerkingen zijn er wel degelijk, blijkt uit studies achteraf, van kinderen die een bepaald medicijn namen. Schade aan de nieren, aan de lever. Sommige antibiotica geven een kind gele tanden – zijn leven lang. Van sommige medicijnen tegen kanker bij kinderen, wordt het kind later onvruchtbaar.

Lange tijd werd onderzoek op kinderen onethisch gevonden. In de laatste fase van klinisch onderzoek geeft de onderzoeker één groep zieke patiënten wél het middel en een andere groep níét. Zo meet je effectiviteit. „Dat is lastig omdat kinderen niet toestemming kunnen geven, dat doen de ouders. Bovendien kan de ene groep in het onderzoek baat hebben bij het medicijn, wat de groep die het níét krijgt, mist.” Maar het is niet vol te houden, dat wetenschappelijk onderzoek dan maar niet moet gebeuren, zegt Hill, aangezien medicatie op steeds grotere schaal wordt gegeven aan kinderen. „Kinderartsen beginnen dat in te zien. De farmaceutische bedrijven nog niet.”

Voorschrijven doen artsen tóch wel. Artsen en ouders voelen steeds sterker de behoefte om klachten te verlichten, zo zegt men bij de de Koninklijke Nederlandse Vereniging ter bevordering van de Pharmacie. Sterker, zegt Offringa, als het alle kinderartsen (en kinderpsychiaters) in één klap verboden werd om niet geregistreerde geneesmiddelen toe te dienen, dan zouden ze met de handen in het haar zitten. „We schrijven natuurlijk voor omdat we geloven dat een middel meer goed doet dan kwaad. Maar ik twijfel eigenlijk continu.”