Kamermuzikale klank bij Brahms

klassiek

Brahms, Symfonie nr. 1Budapest Fest. Orch./I.Fischer * * * *

Wat beweegt een dirigent juist nu met een nieuwe Brahms te komen? Nu Gardiner werkt aan een authentieke cyclus, en Rattle ook net een cyclus van Brahms’ symfonieën realiseerde met de Berliner? Vermoedelijk kan het dirigent Iván Fischer weinig schelen, omdat hij – terecht – gelooft in de uniciteit van zijn eigen opvatting. Fischer laat de Eerste symfonie bij zijn op kamermuzikale werkbeginselen geschoeide Budapest Festival Orchestra voorafgaan door een eigen arrangement van Brahms’ Hongaarse dans nr. 14 en de Haydn-variaties. Dáár ligt ook het handelsmerk van hun Brahms-klank. Dat hoor je al aan de warmte van het eerste akkoord van die Hongaarse dans; er bromt zigeunertemperament mee. In de Haydn-variaties openbaart zich juist een klassieke Brahms; Fischer en het BFO benaderen de variaties even warmklankig als de dans, maar totaal helder en met sprankelend uitgelichte tegenstemmen. En daarna is er de Eerste Symfonie, die beide eigenschappen verenigt: melodische breedte, helder contrapunt, kamermuzikale lenigheid en intensiteit.