Joodse staat wil toestroom buitenlanders keren

In Israël leven honderdduizenden (illegale) immigranten. De regering wil er paal en perk aan stellen omdat het joodse karakter van de staat zou worden bedreigd.

Als de duisternis invalt, veranderen de straten rondom het centrale busstation in Tel Aviv in een tippelzone. Hier, in de onguurste wijk van Tel Aviv, wonen in meerderheid Afrikaanse en Aziatische immigranten. Meestal illegaal, vrijwel altijd zonder vast werk. In het Levinsky Park, aan de overkant van het busstation, hangen tientallen Soedanezen, Ethiopiërs en Eritreeërs op bankjes en aan speeltoestellen. Belwinkels en Afrikaanse eettentjes doen goede zaken.

Filemon Gebreselassie (22) is eergisteren aangekomen in Tel Aviv. De Eritreeër besloot te vluchten toen hij het leger in moest. De jongen, in een dikke trui en witte sneakers, riskeerde zijn leven toen hij een paar maanden geleden vertrok. Hij reisde door Ethiopië, Soedan en Egypte, en werd door mensensmokkelaars de onherbergzame Sinaï-grens tussen Egypte en Israël overgezet. Het kostte hem 3.200 dollar.

Dagenlang zat Gebreselassie in de achterbak van een busje, dat hij moest delen met vijftien landgenoten. „Als ik ontdekt zou worden, zouden de Egyptenaren me hebben doodgeschoten. Iedereen weet dat ze dat doen.” Hij wijst om zich heen. „Alle mensen hier hebben dezelfde reis gemaakt. Het was ons de gok waard.”

De enkele honderdduizenden immigranten in Israël zijn het middelpunt geworden van een emotioneel debat. De regering van premier Netanyahu wil het aantal niet-joodse immigranten – vluchtelingen, gastarbeiders en illegalen – met tal van maatregelen drastisch terugdringen. De toestroom uit de Derde Wereld beschadigt, zo zei minister van Binnenlandse Zaken Eli Yishai onlangs, het joodse karakter van Israël.

De leider van de orthodox-religieuze partij Shas zei dat de overwegend christelijke immigranten „een demografische bedreiging” vormen voor de in meerderheid joodse staat. Yaakov Katz, leider van de extreemrechtse Nationale Unie, schrijft vandaag op de website van nieuwszender Arutz Sheva dat 7 procent van de bevolking van de zuidelijke stad Eilat een Soedanese achtergrond heeft. „De Soedanezen hebben al kerken en gebedshuizen gebouwd om in hun behoeften te voorzien.”

Volgens schattingen van de Israëlische regering zijn de afgelopen drie jaar circa 20.000 illegalen de grens met Egypte overgestoken. Volgens het Israëlische leger wachten in de Sinaï nog een miljoen mensen op de oversteek naar Israël. De Verenigde Naties zeggen dat dat overdreven is, maar erkennen dat tienduizenden Afrikanen naar Israël willen komen.

Israël staat met name Aziatische werknemers vrij massaal toe in het land te komen werken – meestal als bouwvakker of als bejaardenverzorger. Maar hun lonen zijn laag en de werkomstandigheden zijn volgens de mensenrechtenorganisatie Kav La’oved dramatisch slecht. Zodra ze kinderen krijgen, moeten ze meestal het land weer verlaten. Maar veel Aziaten blijven, zonder visum, in Israël achter en eindigen bij de Afrikanen rondom het busstation van Tel Aviv.

Deze zomer zijn daar de eerste politieacties geweest door een speciaal hiervoor opgerichte eenheid. Zeker 800 mensen zijn opgepakt en een veelvoud zou van schrik zelf gevlucht zijn. Hoewel de acties van de politie formeel tot 1 november zijn opgeschort, zit in de straten rondom het busstation de angst voor uitzetting er goed in.

„Het kan elk moment afgelopen zijn”, zegt een Indiase migrant zonder verblijfsvergunning. Hij is bijna vijftig en werkt sinds twee jaar als kok in Indiase restaurants. Hij spreekt inmiddels vloeiend Hebreeuws. „Ik ben hierheen gekomen, omdat ik hoop had op een beter leven. Een baan, een leuk leven, kapitalisme. Het valt me vies tegen. Ik ben altijd op de vlucht.”

In Israël is een tegenbeweging opgestaan die het opneemt voor de illegale immigranten en buitenlandse werknemers in Israël. „Het raakt aan een principieel thema voor sommige mensen: wij joden zijn zelf ook ooit op de vlucht geweest”, zegt Noa Kaufman, leider van de actiegroep Israëlische Kinderen.

Met name het plan van de regering om kinderen van migranten uit te zetten die in Israël geboren zijn, maakt Kaufman woedend. De demonstraties die zij wekelijks organiseert, worden door duizenden bezocht. Circa de helft van de bevolking is tegen deportatie, blijkt uit peilingen. Kaufman, student, zegt: „Wij hebben deze mensen hier zelf naartoe gelokt. Na de eerste intifadah waren Palestijnse arbeidskrachten niet meer welkom en stimuleerde de regering de toestroom van Aziaten en Afrikanen. En waarom is hier werk te doen? Omdat de orthodoxe achterban van minister Yishai weigert te werken voor zijn geld.”

Een meerderheid in de Knesset wil de grens tussen Israël en Egypte strenger bewaken. Het gebied is bergachtig en eigenlijk alleen toegankelijk voor Bedoeïnen. Al onder premier Olmert keurde de regering een plan van het leger goed om een hek te bouwen langs de honderden kilometers lange grens. De regering-Netanyahu overweegt dit hek snel te bouwen, tot woede van de linkse partij Meretz, die vindt dat Israël open moet staan voor vluchtelingen.

Filemon Gebreselassie zegt dat hij blij is dat hij het voor die tijd gered heeft. Maar wat hij nu moet doen, weet hij niet. „Al het geld is opgegaan aan de mensensmokkelaars. Voorlopig heb ik alleen mijn matras en deze kleren.”