Ingeburgerd

Ik zit met een Turkse vrouw en een Russische vrouw op een bankje. We kijken naar onze dochters, die aan het turnen zijn. De twee vrouwen spreken allebei redelijk Nederlands en bespreken van alles. Zoals de Mexicaanse griep. „Weet je wie net de Mexicaanse griep heeft gehad?” Nee, zeg ik, wie dan? „De zoon van

Ik zit met een Turkse vrouw en een Russische vrouw op een bankje. We kijken naar onze dochters, die aan het turnen zijn. De twee vrouwen spreken allebei redelijk Nederlands en bespreken van alles. Zoals de Mexicaanse griep.

„Weet je wie net de Mexicaanse griep heeft gehad?” Nee, zeg ik, wie dan?

„De zoon van Natasja Froger”, zegt de Russische.

De Turkse knikt ernstig. Ze vinden het heel erg voor Natasja.

„Ze is bij hem gebleven in het ziekenhuis. Maar hij is gelukkig hersteld”, zegt de Russische.

„Gelukkig wel”, knikt de Turkse.

Frederiek Weeda