ik@nrc.nl

Tijdens een koffiepauze in het kantoor van onze juwelierszaak nemen mijn vrouw en ik met ons personeel de dag door.

Dan komt er een onopvallende man de winkel binnen. Mijn vrouw loopt naar hem toe en vraagt of ze hem van dienst kan zijn.

Hij zegt met zachte stem: „Dit is een overval, geef het geld.”

Mijn vrouw antwoordt hem dat er geen geld in de winkel is omdat het net is gestort bij de bank.

„Nou dat is jammer, dan ga ik maar weer”, zegt de man. Hij verlaat de winkel.

Mijn vrouw keert terug bij de koffiedrinkers en zegt: „Nou, dat was dan een overval.”