Ik ken de wetten van het uitgaan

Joost van Bellen viert dit jaar dat hij 25 jaar dj is.

Dj’en is geen carrière, vindt hij: het is hem gewoon overkomen. Ermee ophouden wil hij nog lang niet.

Er zijn maar weinig dj’s die al zo lang achter de draaitafel staan als Joost van Bellen. En er zijn nog minder dj’s die al die tijd naar vernieuwing zijn blijven streven. Joost van Bellen (47) is eigenlijk de Madonna van de Nederlandse dance scene. Eind jaren tachtig stond hij aan de wieg van de houserevolutie. Toen hij als een van de eersten acid house draaide, werd hij onthaald op boegeroep en bier. Daarna heeft hij zich achtereenvolgens gestort op dromerige ambient, soulvolle deephouse, springerige speedgarage en opruiende rock-’n-rave.

De Amsterdamse dj viert dit jaar zijn 25-jarig jubileum. Omdat dj’s elke gelegenheid aangrijpen om een feestje te geven, toert Van Bellen nu met een heus rock-’n-ravecircus door Nederland en België. Bezoekers worden opgeroepen zich te verkleden ‘als mislukte messenwerper, goocheldoos, het haar van Hans Klok, sterke man (m/v) of ontsnapte vlo’. De muziek gaat van ‘Sympathy for the Devil’ van The Rolling Stones tot houseklassieker ‘French Kiss’ van Lil’ Louis. „Het verleden is een schatkist waar je uit moet graaien”, is Joost van Bellens motto.

25 jaar dj, voelt dat als lang?

„Soms wel. Op maandagen bijvoorbeeld (hij lacht). Het heeft zo zijn voordelen. Ik heb door de jaren heen veel geleerd. Inmiddels ken ik de wetten van het uitgaansleven.”

De wetten van het uitgaansleven?

„Nou bijvoorbeeld, als het vlak voor volle maan is en je hebt rood licht aan in je club, dan wordt het een gespannen sfeertje. Dat zal wetenschappelijk niet onderbouwd zijn, maar het is wel zo. Een andere wet is: zorg dat je de gays binnen hebt, want dan komen de meisjes en dan komen de jongens ook. Zo zijn er veel wetten die ik door de jaren heen heb ontdekt.”

Dat is de positieve kant.

„De negatieve kant is dat ik ouder word en meer op mijn levensstijl moet letten. Regelmatig leven lukt sowieso niet, want ik ben zowel overdag als ’s nachts aan het werk. Gezond eten lukt gelukkig wel. Roken is een constante strijd. Soms stop ik en dan val ik er weer voor. Ik rook wel een stuk minder, omdat je in de clubs niet meer mag roken. Vroeger had ik tijdens het draaien zes sigaretten tegelijk branden. Nu loop ik even snel naar de kleedkamer.”

U beweegt u in een wereld waar mensen de roes opzoeken.

„Dat heb ik leren accepteren als een gegeven. Er lopen mensen rond die apestoned zijn of straallazarus. De eerste groep brengt geen woord meer uit en die laat je links liggen, maar dronken mensen kunnen erg vervelend zijn. Als het vrienden zijn, dan krijgen ze van me op hun flikker.”

Was het een mooie carrière, tot nu toe?

„Ja en nee. Ik vind dat ik een mooi leven heb gehad, waarin veel geweldige dingen zijn gebeurd. Maar ik zie dj’en niet als carrière. Ik heb er vaak helemaal niet over nagedacht, dingen zijn mij gewoon overkomen.”

En nu?

„Pas de laatste jaren ben ik gaan nadenken over wat ik nog wil doen of bereiken. Straks ben ik 65. Sta ik dan nog steeds drie nachten per week ergens te draaien?”

Dan wordt u te oud?

„Voor de tour die ik nu doe ben ik in elk geval nog niet te oud. Ik neem allemaal jonge artiesten mee, dat geeft mij meer bestaansrecht. Ik heb zelf natuurlijk ook bestaansrecht, maar ik vind het belangrijk anderen te steunen en ze een groter podium te bieden dan waar ze normaal staan.”

Zij legitimeren uw leeftijd en u geeft hun een podium?

„Misschien is het helemaal niet nodig, maar zo voel ik het wel. Ik moet oppassen dat ik niet word ingehaald door de jonge generatie. Daarom draai ik ook niet zo vaak oude houseplaten. Straks ben ik die house-dj en dat wil ik absoluut niet.”

Gaat het niet wringen: een verhoudingsgewijs steeds jonger publiek?

„Het had al lang moeten wringen. Ik ben ver over de gemiddelde houdbaarheidsdatum van een dj heen. De meeste dj’s van mijn leeftijd zijn gestopt of blijven steken in een bepaald stijltje dat ze leuk vinden. Ik vind het zelf erg bijzonder dat ik al zo lang mee ga. Toen ik begon was de helft van mijn huidige publiek nog niet eens geboren. Dat is waanzinnig om te bedenken.”

Wordt u nog steeds van uw sokken geblazen door een plaat?

„Absoluut. En ik heb ook weleens het tegenovergestelde. Dat de jongere generatie iets helemaal te gek vindt wat ik walgelijk vind. In ‘Show me Love’ van Robin S. zit bijvoorbeeld een basloopje dat recent is geremixt. Dat is een gigantische hit geworden, maar ik ben er echt allergisch voor en heb hem niet gedraaid. Ik weet nog dat het nummer uitkwam en het toen anderhalf jaar lang de dansvloeren terroriseerde. Dat was in 1993.”

Been there, done that.

„Soms denk ik inderdaad: ik heb het allemaal al gezien. Maar je moet het altijd in een andere context proberen te trekken. Daarom kan ik ook niet alleen oude acid house draaien. Een oude discoset zou een keer leuk zijn, maar ik zou het niet altijd willen doen. Ik wil met nieuwe muziek bezig blijven. En modeshows zijn daar een geweldig platform voor.”

Modeshows?

„Modeshows geven me de vrijheid muziek te gebruiken die ik normaal nooit gebruik. In een club ben ik altijd bezig met dansmuziek, die moet passen in het hokje waar mensen me van kennen. Bij een modeshow is de enige restrictie dat de muziek bij de collectie moet passen, voor de rest is het totale vrijheid. Ik kan me een modeshow voorstellen met alleen maar dixieland – en dat iedereen dan zit te glimlachen omdat het zo absurd is.”

Dat klinkt camp.

„Ik vind humor erg belangrijk. Sommige mensen nemen zichzelf veel te serieus. Je mag jezelf nooit 100 procent serieus nemen, als je dat doet ben je een sukkel.”

Omdat?

„Omdat niets of niemand perfect is. Je mag best af en toe trots zijn op jezelf, maar niet altijd want dan ga je naast je schoenen lopen. Daarom is het beter jezelf af en toe onderuit te halen of tongue in cheek te zijn.”

Is dat niet tegelijk een manier om jezelf te verschuilen?

„Nou, humor maakt ook kwetsbaar hoor. Dat ik laatst ‘I Did It My Way’ zong op het podium, is natuurlijk tongue in cheek. Maar tegelijkertijd meen ik het wel. Ik had verwacht dat ik neergesabeld zou worden. Maar nee.”

Hoelang blijft u nog draaien?

„Zo lang ik het fysiek aankan en ik het leuk blijf vinden. Ik kan ook nog niet stoppen, want dat laat mijn financiële situatie niet toe. Ik ben geen dj die de afgelopen jaren is binnengelopen, zoals Tiësto of Armin van Buuren. Ik doe één optreden per avond en ik lig niet erg hoog in de markt. Maar ik ben ook bang dat ik het zou gaan missen.”

Het draaien?

„De kick. Ik krijg een kick van draaien en dat is verslavend. Ik kan me een nacht herinneren in Club 11. Op die grote videoschermen op de wanden rondom werd de verkrachtingsscène uit A Clockwork Orange getoond. Daaronder het uitzicht over het IJ, terwijl het onweerde. Ik stond keihard te draaien en op dat moment kwam alles samen: muziek, beeld, licht, het klopte allemaal. Dat is de grootste kick. Meer nog dan een dansvloer die helemaal los gaat.”