Historicus met een pijnlijke boodschap voor Zwitserland

De Zwitserse historicus Jean-François Bergier kreeg in 1996 de moeilijke taak om het oorlogsverleden van zijn land te onderzoeken.

Het Zwitserse oorlogsverleden rustte in 1996 op de schouders van historicus Jean-François Bergier, die gisteren is overleden. En met dat oorlogsverleden ook het internationale vertrouwen in een land dat zichzelf graag zag als een lichtend voorbeeld voor de wereld: neutraal, democratisch, betrouwbaar.

Toen Bergier in 1996 voorzitter werd van een internationale historische commissie die het Zwitserse oorlogsverleden moest onderzoeken, had hij geen idee wat hem boven het hoofd hing. „Als ik dat wel had geweten, had ik het niet gedaan”, zei hij achteraf. Bergier was weliswaar economisch historicus, maar zijn belangstelling ging uit naar de Middeleeuwen. Ineens werd hij geconfronteerd met de lobbymethodes van enkele Amerikaans-Joodse organisaties, met de weerstand van bedrijven om hun archieven te openen, met Zwitserse politici die weigerden zich deemoedig te tonen.

Zwitserland lag toen al een jaar onder vuur van de internationale gemeenschap. Het land had, zeiden Joodse organisaties, geheuld met de nazi’s en op een schandelijke wijze geprofiteerd van het vertrouwen van Joden die hun bezittingen in veiligheid probeerden te brengen bij Zwitserse banken. Nabestaanden kregen bezittingen van hun in concentratiekampen overleden familieleden na de oorlog niet of met moeite terug.

Zwitserland was in paniek. De populistische politicus Christoph Blocher vergeleek zijn collega’s met een stel kippen in een kippenhok waar een vos omheen sluipt. Veel Zwitsers waren het met Blocher eens dat het Alpenland onrecht werd aangedaan en zelfonderzoek onnodig was.

In dat klimaat begon Bergier aan zijn opdracht. In 2001 was het werk voltooid, 25 delen en 11.494 bladzijden later. In de tussentijdse rapportages, bedoeld om de druk van de ketel te halen, legde Bergier zijn land regelmatig op de pijnbank. Hij prikte de mythe van de neutraliteit door – „de combinatie van militaire en morele weerbaarheid”, noemde Bergier dat in 2002 in een interview met deze krant. De vluchtelingenpolitiek was halfslachtig geweest en had Joodse levens gekost, de banken hadden vuile zaken gedaan met de nazi’s en het bedrijfsleven had van de oorlog geprofiteerd. Het was mede aan zijn minzame, vaderlijke karakter te danken dat de Zwitsers deze harde boodschap accepteerden en dat Bergier zijn land door een van de meest tumultueuze periodes van zijn bestaan loodste.