Hij is in Istanbul weer een gewone sterveling

Waar is de controle en de discipline bij de spelers?

In Turkije bestaan twijfels over de kwaliteiten van Frank Rijkaard als coach van voetbalclub Galatasaray.

Ze vergeven hem, vooralsnog. De supporters van Galatasaray zul je geen kwaad woord horen zeggen over de kersverse trainer uit Hollanda, Frank Rijkaard. „Hij is een wereldster, de beste die er is”, zeggen ze aan de poort van het Ali Sami Yen stadion in Istanbul, het thuishonk van Turkije’s grootste voetbalclub. „Als we de laatste weken niet meerekenen dan hebben we het goed gehad.”

De wittebroodsweken van Rijkaard in Turkije zijn voorbij. Die dag in juni dat hij op het vliegveld werd onthaald door een menigte van duizenden, in ongeloof over het geluk dat zo’n grootheid een Turkse club ging trainen, die dag is al vergeten. Rijkaard is van onaantastbare teruggeschaald naar gewone sterveling, wiens methode, die deze club weer kampioen moet maken, niet waterdicht blijkt. De 3-1 nederlaag tegen rivaal Fenerbahçe afgelopen zondag, haalde fans uit die droom. De twijfel over Rijkaards strategie dateert van voor de derby. En werd woensdagavond aangewakkerd door een benauwde 2-1 zege op eerstedivisieclub Bucaspor, dat ook nog een penalty miste.

Heeft de Nederlander zijn ploeg wel onder controle? Waar is de discipline? Dat zijn de meest gestelde vragen in de sportcolumns. Voor de tweede keer in drie dagen eindigde Rijkaards club woensdagavond met tien man op het veld. Zondag kreeg de Ivoriaan Abdul Kader Keita rood, toen hij Roberto Carlos op zijn kaken sloeg. Rijkaard haalde Keita voor 8,5 miljoen euro van Lyon en bezwoer na afloop zijn dure aankoop de les te hebben gelezen. Zijn andere investering Elano Blumer (7 miljoen) stopte een aanval van Bucaspor door met zijn handen aan de schoen van zijn tegenstander te gaan hangen.

Geen discipline, slechte voorbereiding en onbegrijpelijke wissels, brommen invloedrijke columnisten nu. Het Europese totaalvoetbal dat Rijkaard invoerde zou te hoog gegrepen zijn voor Turkse spelers.

Hürriyet haalde deze week de roman van de Russische schrijver Igor Gouzenko erbij om Rijkaards carrière te typeren: „De val van een reus.” Die val begon volgens de columnist al vóór het ontslag in Barcelona in 2008. „Rijkaard bleek toen ook Ronaldinho niet onder controle te kunnen houden. Als hij denkt dat zijn voetballers net zo vol zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel zijn als hij zelf, dan wacht hem hetzelfde scenario in Istanbul.” De krant Sabah schreef zelfs: „Rijkaard ga naar huis.”

Die haalt zijn schouders op bij de vraag of hij de moeite neemt de columns te laten vertalen. „Als ik echt iets wil weten uit de kranten, dan lees ik het wel”, zei hij. Volgens zijn fans moet hij de waarschuwingen ter harte nemen. „Turkse voetballers zijn niet te vertrouwen”, zegt Ebrahim Bugdaypinari (50), naar eigen zeggen al 45 jaar supporter. „Het zijn bedriegers. Dat is een feit. Ze lachen vriendelijk in je gezicht, maar bedonderen je zodra je ze de rug toekeert.”

Wie wint heeft gelijk, wie verliest gaat onder het vergrootglas. Heeft Rijkaard het afgelopen weekeinde niet het ongeluk over zich heen gehaald door te breken met een clubtraditie? De avond voor een belangrijke derby houden de Turkse clubs een „kamp”, waar spelers, familie en supporters zich mentaal voorbereiden op de strijd van morgen. Rijkaard vond zo’n kamp niet nodig.

En wat te denken van de taakverdeling tussen Rijkaard en assistent Johan Neeskens? Het valt fans en columnisten op hoe Neeskens tijdens de wedstrijd vanaf de zijlijn de spelers met handgebaren dirigeert. Rijkaard kijkt toe, vanuit de dug-out, armen over elkaar. „Deze werkverdeling leidt tot geruchten”, zegt verslaggever Ozgur Buzbas van tv-kanaal NTV. „Gaat Rijkaard na een jaar toch naar AC Milan en laat hij Neeskens hier achter? Het is veelzeggend dat Neeskens’ zoon nu in het juniorenteam speelt. Dat is een verplichting voor lange termijn.”

Die kritiek maakt Rijkaard niet minder bewonderd, zegt Mehmet Demircan, een Nederlandse Turk die al twintig jaar voor de sportkrant Fanatik schrijft. „We hebben hem lief. Maar we zouden hem wel wat vaker willen zien lachen.” Spelers en coaches kunnen volgens hem op twee manieren overleven in Turkije: winnen of vriendelijk en eerlijk het Turkse publiek tegemoet treden. „Pierre van Hooijdonk is nog steeds geliefd. Hij werd veel gezien in de stad, had direct contact met zijn publiek. Frank is erg gesloten. Dat is jammer, want hij heeft goede plannen met Galatasaray. Ik bedoel: met zo’n salaris, een prachtige stad, en een prachtige club. Wat wil je nog meer?”