Genezende kunst

Een kunstsubsidie voor zorginstellingen leverde een hausse aan kunstwerken op. Moet die kunst dienstbaar zijn aan de zorg, of gaat het om de werken zelf?

Het bronzen mannetje staat hoog op drie opgestapelde ladders, bovenop het dak van de psychiatrische Mentrumkliniek in Amsterdam. Hij strekt zijn armen richting hemel, alsof hij een engel zoekt. Vorige maand ontstond ophef toen het beeld How to meet an angel van het kunstenaarsechtpaar Ilya en Emilia Kabakov werd onthuld – de sculptuur zou aanzetten tot zelfmoord. De zorg bleek ongegrond: de patiënten zagen in het mannetje vooral een superheld. „Je moet altijd blijven dromen en verlangen”, zeggen de Kabakovs erover. „Met dit beeld willen we troost bieden aan de mensen in de kliniek, en alle Amsterdammers die het nodig hebben.”

Kan er een genezende werking uitgaan van kunst? Het is wel het idee achter sommige kunstwerken in zorginstellingen. ‘Healing art’ wordt het in het buitenland genoemd. Vooral in Groot-Brittannië is de aandacht voor de paramedische kant van kunst groot; toonaangevende Britse medische tijdschriften als The Lancet en The British Medical Journal hebben de laatste jaren over kunst gepubliceerd. In Duitsland gaat het project Kunst im Krankenhaus, dat zorgt voor kunst in ziekenhuizen, er al decennia vanuit dat kunst genezend werkt.

In Nederland is SKOR (Stichting Kunst en Openbare Ruimte) verantwoordelijk voor veel kunst in zorginstellingen. In 1984 initieerde het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) een subsidieregeling voor kunst in de gezondheidszorg. De departementen Cultuur en Volksgezondheid, werkten daarbij samen. Omdat nieuwbouw voor ziekenhuizen een prioriteit was van Volksgezondheid, schikte het kunstbeleid zich daarnaar. De nadruk van kunst in zorginstellingen kwam zo vooral bij de architectuur te liggen; met beelden bij de entree en schilderingen in de gangen. SKOR voerde de regeling uit. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zette de regeling voort, tot 2006.

In de jaren negentig verschoof de architectuurgebonden aanpak naar de achtergrond. Kunstenaar Tadashi Kawamata nam met zijn werk voor een verslaafdenkliniek in Alkmaar zelfs bewust ‘afstand’ van het gebouw. Hij vond het pand problematisch: de kliniek is gericht op herintegratie, maar ligt ver buiten de stad. Samen met de verslaafden bouwde hij toen een houten pad richting stad.

De meer geëngageerde benadering zette door rond de eeuwwisseling: kunstenaars willen met hun werk nu iets betekenen voor de patiënten. Ze bedenken bijvoorbeeld een servies met kletspraatzinnetjes om gesprekken op gang te helpen, een installatie met geluidsapparatuur voor een voorleesuurtje of aromatherapeutische kunstbloemen. Het gaat ook wel eens fout. Een elektronisch kunstwerk in een verpleeghuis dat werd geactiveerd door een sensor, zaaide door die techniek totale paniek onder de demente bewoners. Maar zelfs bij zo’n moeilijke groep, voor wie prikkels uit den boze zijn, kunnen kunstenaars hun ei kwijt. Gabriel Lester en Jennifer Tee maakten in Culemborg een postkantoor waar demente bejaarden met stempels (‘groetjes van oma’) toch nog een persoonlijk kaartje kunnen ‘schrijven’.

Een groot succes was de trein van Lino Hellings en Yvonne Dröge Wendel. Zij initieerden eerst een viltworkshop met psychogeriatrische patiënten, maar dat bleek voor die patiënten te stressvol. Hellings en Dröge Wendel ontdekten dat de bejaarden het liefst helemaal niets deden. Daarop gooiden ze hun plannen drastisch om en ontwierpen De Coupé: een bijna echte treincoupé, waar bewoners van het tehuis in treinstoelen kunnen zitten en filmbeelden van een saai, Noordhollands landschap zien passeren. Een ‘kdoenk-kdoenk’ geluid maakt de reality-ervaring af. Na oplevering stond de telefoon bij SKOR roodgloeiend: verpleegtehuizen van Duitsland tot Italië wilden ook zo’n trein.

Het afgelopen jaar werd een hausse aan kunstwerken in zorginstellingen voltooid. SKOR leverde ongeveer elke maand een groot kunstwerk op in een ziekenhuis of een kliniek: een binnenplaats met kunstenaarspaviljoens, een stiltecentrum, foto- en video-installaties. Al deze projecten zijn het resultaat van subsidieaanvragen die eind 2005 nog zijn gehonoreerd, vlak voordat de VWS-subsidie ophield te bestaan. Het werk van de Kabakovs is het sluitstuk van de regeling: na vijftien miljoen euro en vijfhonderd kunstwerken. Voortaan moeten zorginstellingen zelf kiezen: besteden ze hun geld aan kunst, of aan extra rolstoelen?

Het is zeer de vraag of instellingen met het uitblijven van financiële steun nog prioriteit aan kunst zullen geven. Ook de veranderende bedrijfsvoering in de zorg brengt de kunst in het nauw. Instellingen zijn kritischer geworden tegenover kunst, als gevolg van nieuwe veiligheidseisen, kostenbesparingen, opgelegde targets en urenverantwoording.

Kunst lijkt niet te behoren tot de kerndoelen van de steeds strakkere bedrijfsvoering. Architecten krijgen per kliniek een eisenpakket op basis van onderzoek – ideeën over prikkels, hygiëne, rust, veiligheid, huiselijkheid. Voor beeldende kunst bestaat geen functionele omschrijving. En niet in alle gevallen lijkt kunst een logische keuze. Zwaar demente bejaarden reageren volgens sommige onderzoeken nauwelijks op kunst. „Richt de kunst dan op het personeel of de bezoekers”, adviseert SKOR soms. Of, als er echt geen publiek is, doe het dan voor de kunst. Tom van Gestel, artistiek leider van SKOR, hoopt dat de zorginstellingen kunstopdrachten blijven geven. „Denk aan literatuur, wat zijn de mooiste romans? Dat zijn boeken waar mensen moedige pogingen doen om het leven te leiden. Dood, ziekte en welzijn raken aan existentiële vraagstukken. Daarom biedt de zorg belangrijke thema’s voor de kunst.”

Om te laten zien wat kunst voor zorginstellingen kan betekenen, maakt SKOR de balans op van de beste ‘zorgkunst’ van de afgelopen jaren. SKOR brengt de topstukken in kaart, en presenteert daarvan eind dit jaar een overzicht. „Zo bieden we belangrijke kunstwerken bescherming. Ze kunnen worden uitgeleend aan musea, krijgen bekendheid. En een kliniek kan het werk niet zomaar verkopen.”

In de SKOR-collectie zullen in elk geval de kunstwerken van beroemde makers worden opgenomen. Vaak kunnen die worden gerealiseerd omdat de kunstenaar honorarium inlevert om ‘het goede te doen’. Mentrum is eigenaar van de Kabakov – dankzij subsidie en doordat de Kabakovs afzagen van een vergoeding. Juan Muñoz maakte voor een GGZ-instelling in Den Bosch een grote beeldengroep, die in galeries tonnen zou kosten. En Marlene Dumas werd ingeschakeld door een kliniek in Etten-Leur om psychiatrische patiënten te schilderen. Ze werd zo enthousiast dat het project veel groter werd dan bedoeld. Van Gestel: „Ze hebben daar de grootste collectie Dumas ter wereld.”

SKOR hanteert bij haar selectie een kunstopvatting die indruist tegen de dienstbaarheid van ‘healing art’. In die opvatting is kunst niet dienstbaar aan de zorg, maar de zorg dienstbaar aan de kunst: de instellingen zorgen voor kansen voor kunstenaars. De spannendste zorgkunst, aldus SKOR, overtreedt de regels, is tegendraads. De collectie van SKOR omvat al zulk werk. Zo maakte André van Bergen een scorebord voor de Pompekliniek met hoeveel TBS-ers binnen en buiten zijn. Ook de weinig zachtzinnige film van Erik van Lieshout over verstandelijk gehandicapten, eerder te zien in musea, past straks waarschijnlijk goed in de collectie.

Arnold Witte, universitair docent cultuurbeleid aan de UvA, is sceptisch over deze artistieke benadering van ‘zorgkunst’. „Altijd zeggen dat het goed is voor de kunst, dat is niet reëel naar opdrachtgevers en kunstenaars toe. De kunstsector houdt te veel vast aan het idee van artistieke autonomie en isoleert zich daarmee van alternatieve functies van de kunst in de maatschappij. Dit soort kunst zou juist veel meer moeten aansluiten bij de agenda van de zorginstellingen.” Toch gelooft Witte dat kunst in de zorg een functie kan vervullen, gezien het vertrouwen in ‘healing art’ in het buitenland. De kunstsector mag daar te weinig mee bezig zijn, in de zorg worden wel stappen gezet: „Medici hebben veel meer aandacht voor welzijn, voor de mens als geheel. Denk aan artistieke therapie. Misschien kan de medische wereld bewijzen dat kunst in de zorg wel nut heeft.”

Met het stoppen van de VWS-subsidie moeten zorginstellingen zich afvragen welke meerwaarde kunst voor hen heeft. Sommige instellingen, zoals de Mentrumkliniek, geloven wel al in het paramedisch nut van kunst. „Psychiatrie is meer dan medicijnen,” zegt Lodewijk van Grasstek, hoofd bedrijfsvoering van Mentrum. „Creativiteit en inspiratie helpen onze cliënten. Wij werken al decennia met kunst en kunnen zorgverzekeraars uitleggen waarom. De sculptuur van de Kabakovs past in dat verhaal.”

In december presenteert SKOR de collectie met de manifestatie Niet Normaal, over zorgkunst. „Daarmee tonen wij dat deze kunst interessant genoeg is om lós van de opdrachtgevers te bestaan, en in de openbare ruimte een kunstminnend publiek aan te spreken.” Boven dat alles staat het mannetje van de Kabakovs, dat op zijn zoektocht naar genezing een engel vindt.