Geldzorgen leiden af van strategie

Een korte recessie kunnen de grote AEX-fondsen wel aan. Maar hoe langer de inzinking duurt, hoe meer bedrijven niet meer aan hun bankconvenanten zullen kunnen voldoen.

De grote Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen zijn financieel kwetsbaarder in de huidige crisis dan veel van hun buitenlandse concurrenten. Bijna tweederde van de AEX-fondsen kan bij een blijvende recessie grotere moeite krijgen om aan hun leningverplichtingen te voldoen.

Dat blijkt uit een vergelijkend onderzoek dat adviesfirma Accenture heeft gedaan. Als gevolg van die lagere weerbaarheid, is het management van de bedrijven meer tijd en energie kwijt aan de financiële situatie van hun bedrijf en minder met de toekomst van hun bedrijf na de recessie „Je kunt als management maar een beperkt aantal zaken echt aandacht geven”, zegt Joost de Haas, die het onderzoek heeft gedaan.

Accenture vergelijkt in het onderzoek 21 AEX-fondsen (de vastgoedbedrijven en baggeraar BosKalis zijn in het onderzoek niet meegenomen) met buitenlandse concurrenten. „Op zich hoeven de AEX-fondsen niet in acute problemen te komen als de recessie niet nog veel langer duurt”, zegt De Haas. „De groei van 3,5 procent in het derde kwartaal in de VS die gisteren bekend werd gemaakt, is hoopgevend. Alleen als de recessie een serieuze W-vorm heeft en er dus een nieuwe dip komt, lopen AEX-fondsen meer risico.”

De Nederlandse bedrijven zijn door de crisis vooral minder in staat om hun schuldverplichtingen op korte termijn te betalen uit de kasstromen. Hun liquiditeit – het vermogen om snel geld vrij te maken – is bij driekwart van de AEX-fondsen minder dan bij hun concurrenten. Hun solvabiliteit – de mate waarin het bedrijf gefinancierd is met schulden – ligt in lijn met die van concurrenten. Wel constateert Accenture dat in 2008 de schuldenlast van de AEX-fondsen sneller is opgelopen, met een stijging van de schuldenratio (schulden ten opzichte van bezittingen) van 25 naar 31 procent. Dat kan ermee te maken hebben dat juist op de top van de markt, in 2007 en ook nog in crisisjaar 2008, Nederlandse bedrijven grote overnames hebben gedaan. Opmerkelijk, omdat ze in de jaren daarvoor juist schuchterder waren met overnames dan hun concurrenten.

Vijf AEX-fondsen hebben nu al problemen om niet door hun bankconvenanten te breken. Als winsten verder achterblijven, kan dat aantal snel oplopen. Bij een winstdaling van 20 tot 40 procent kunnen 8 bedrijven moeilijke gesprekken met hun bank tegemoet zien, als winsten met 40 tot 60 procent gaan achterblijven, komen 12 van de 21 AEX-fondsen in aanmerking voor herfinanciering. De Haas: „Dat betekent niet dat ik AEX-fondsen failliet zie gaan.”

De AEX-fondsen zijn minder flexibel in hun mogelijkheden om snel in te grijpen bij hun bedrijf, constateert het onderzoek. „Vooral Angelsaksische bedrijven zijn in staat om tijdens een neergang voortvarend in hun kosten te snijden”, zegt De Haas. „De arbeidsmarkt is flexibeler om sneller mensen te ontslaan en ook weer aan te nemen als het beter gaat. Ze hebben meer uitbesteed. Je ziet aan een bedrijf als Philips dat het goed kan werken, nu het zelf nagenoeg geen televisies meer produceert. Als Philips minder televisies verkoopt, zijn ze ook geen kosten kwijt aan de productie.”

Op de lange termijn hoeft de wat precaire financiële situatie nu geen belemmering te zijn. Integendeel, blijkt uit het onderzoek. Veel AEX-fondsen zijn winstgevender dan hun concurrenten, al zijn ze ook kapitaalintensiever. Ze worden bij een economisch herstel door Accenture goed in staat geacht om via emissies kapitaal uit de markt te halen, hebben nog een goede kredietbeoordeling (waardoor lenen ook mogelijk is) en ze hebben nog geld in kas. De Haas: „Dat is belangrijk, ze hebben het vermogen om te investeren in groei in opkomende markten, productontwikkeling of overnames.”

Op de factoren die Accenture ziet als essentieel om een winnaar in de toekomst te zijn, scoort ruim een op de drie AEX-fondsen beter dan buitenlandse sectorgenoten. Ze zijn vooral sterk in verzadigde westerse markten. De echte groei moet komen uit de opkomende markten, maar daar is 84 procent van de AEX-fondsen slechter gepositioneerd. Akzo Nobel, Unilever en Philips zijn de uitzonderingen.

Accenture ziet in het onderzoek ook Nederlandse bedrijven die hoog scoren in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten. KPN omdat het vroegtijdig in zijn kosten is gaan snijden en zijn opbrengsten gedurende de crisis beter op peil heeft gehouden. Randstad omdat het met Vedior een grote acquisitie pleegde en zijn marktpositie versterkte, maar ook activiteiten afstootte die niet tot de kern behoren. En Akzo Nobel is door zijn overname van de Britse concurrent ICI sterker geworden. „Akzo Nobel is voortvarend begonnen met de integratie van ICI”, stelt de Haas, „maar heeft er vooral een sterkere positie in opkomende landen mee gekocht.”