Geld moet staan voor emotie wil het drama opleveren

In The Power of Yes, het toneelstuk van David Hare over de kredietcrisis, zegt een ontslagen werknemer van Lehman Brothers dat in dezelfde week dat haar bank omviel, kunstenaar Damien Hirst zijn nieuwe werk in Londen veilde voor 70 miljoen euro. En nu, terwijl The Power Of Yes in het National Theatre in Londen speelt, staat een kilometer meter verderop Hirsts beeld False Idol: een kalf met gouden hoefjes. Het staat op de expositie Pop Life, over kunstenaars die flirten met geld, handel en massacultuur (zie ook pagina 3-4).

De kredietcrisis houdt de kunsten bezig. The Power of Yes – in februari haalt het Nationale Toneel het stuk naar Nederland – is het meest concrete voorbeeld. Hare maakt een nagespeelde reportage waarin de aanloop naar de crisis zeer inzichtelijk en onderhouden wordt getoond. Het drama schiet er wel bij in.

Toch is het een toonbeeld van drama vergeleken bij Underground ( De contracten van de koopman) van Elfriede Jelinek, opgevoerd door Johan Simons’ NTGent. Waar Hare streeft naar een heldere en toegankelijke uiteenzetting van moeilijke financiële stof, is Jelinek juist een schrijfster die wereldse thema’s eerst door haar eigen troebele binnenwereld sleept om haar gedachtenstroom vervolgens ongepolijst in het gezicht van de toeschouwer te smijten. Geen verhaal, geen personages.

Net als andere Jelinek-regisseurs probeert Johan Simons het moeizame essay aan te kleden met aantrekkelijke vormen uit de lage cultuur. Dit alles kan niet verhullen dat Jelinek met een teleurstellend platte boodschap komt. Hare komt met de prikkelende stelling dat de bankiers vooral zichzelf voor de gek hielden door te denken dat de kapitalistische hemel op aarde was aangebroken. Jelinek komt niet verder dan de oude gemeenplaats dat de doortrapte bankiers samenspanden om de kleine luiden van hun spaargeld te beroven.

„Bezit, geld, hebzucht en de overmoed van de machthebbers zijn altijd de thema’s van de dramakunst geweest”, relativeerde Jelinek vorige week in een e-mailinterview met deze krant. En inderdaad, theater over het gouden kalf, de aanbidding van het valse idool Geld, is niets nieuws. En als een stuk niet direct over de kredietcrisis gaat, legt de geest van de toeschouwer zelf wel het verband. Politiek theatermaker Eric de Vroedt voert bijvoorbeeld Glengarry Glen Ross op, een oud stuk van David Mamet over projectmakelaars dat in de nieuwe context als vanzelf over de kredietcrisis gaat. Het stuk is wat gewoontjes, de aanklacht die je van De Vroedt verwacht blijft uit. Bovendien staan de spelers in de schaduw van Fedja van Huêt, die een geweldige maar eenzame acteerprestatie levert.

Hare, Jelinek en Mamet blijven op kantoor, schrijver Rob de Graaf neemt het geld mee naar huis. In zijn nieuwe stuk Interest laat hij zien hoe ontwrichtend de aanbidding van geld en goed op een familie kan werken. Bij hem zie je ook dat geld op zichzelf niet zoveel dramatische mogelijkheden biedt. Het werkt alleen als het iets anders symboliseert: avontuur, boosheid, afhankelijkheid. Of de emancipatie van een weduwe die de erfenis dreigt weg te geven aan een nieuwe liefde.