Geen sollicitatiebrief

Geachte leden van de sollicitatiecommissie,

Laat mij om te beginnen met klem ontkennen dat ik solliciteer naar de vacerende functie van Eerste President van de Europese Unie. Vervolgens zou ik willen onderstrepen dat ik mijzelf op geen enkele manier als kandidaat beschouw. Dat mijn naam in de wandelgangen zou worden genoemd in verband met deze functie, is een gerucht dat wordt aangewakkerd door de Nederlandse pers en ik maak graag van deze gelegenheid gebruik om het te ontkrachten. Als mijn naam al zou worden genoemd, is dat zeker niet in de wandelgangen. En als het al in de wandelgangen zou zijn, dan zeker niet in de wandelgangen van de Europese regeringsleiders, die, zoals u weet, wel iets beters te doen hebben dan door gangen te wandelen. Bovendien wijs ik u erop dat het onmogelijk is dat mijn naam wordt genoemd, aangezien niemand in Europa mijn naam kan uitspreken.

De uitspraken van de EVP dat ik „een goede kandidaat” zou zijn, berusten op een misverstand. Ik hoop dat u mij wilt toestaan deze uitspraken van repliek te dienen en ten overvloede mijn volledige ongeschiktheid voor de functie nader toe te lichten. EVP-fractieleider Joseph Daul zei in verband met mijn niet-bestaande kandidatuur: „We zoeken een persoon die kan zorgen voor synthese en een goede Europeaan is.” Het moge duidelijk zijn dat hij daarmee bij mij volledig aan het verkeerde adres is. Ik ben een provinciale Zeeuw en derhalve alles behalve een Europeaan. Bovendien hebben de vier kabinetten waaraan ik mijn naam heb verleend bewezen dat ik op geen enkele manier in staat ben te zorgen voor synthese. In al mijn kabinetten zijn de coalitiepartners vechtend over straat gerold. Tijdens mijn eerste kabinet kwamen er zelfs bedreigingen en pistolen aan te pas.

Ik ben desgewenst bereid mijn ongeschiktheid en desinteresse voor de functie in een mondeling gesprek nader toe te lichten.

Op geen enkele manier in afwachting van enig antwoord, verblijf ik op mijn post zonder enige intentie die te verlaten, met de meeste hoogachting,

J.P. Balkenende

Ilja Leonard Pfeijffer