Een vraag voor Geert Wilders

Afgelopen woensdag diende de PVV-Kamerleden Geert Wilders en Martin Bosma schriftelijke vragen in bij minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) over een liedje van Kinderen voor Kinderen, getiteld ‘Baklava of rijstevla’. Dat liedje, over een klein meisje dat verscheurd wordt tussen liefde voor Nederland en Marokko, is volslagen onschuldig en bovendien zestien jaar oud, maar in de ogen van Bosma en Wilders het zoveelste teken aan de wand. Dus: „Is het u opgevallen dat er in het liedje maar liefst 27 keer ‘Allah Akbar’ wordt gezongen en dat zulks geschiedt in een tv-programma gericht op onze kinderen?’’ En: „Deelt u de mening dat dit opnieuw een indicatie is dat de staatsomroep vooral de belangen dient van een kleine multiculturele elite en niet van het Nederlandse volk, die (sic) echter wel de rekening mag betalen?”

Bij de PVV weet je nooit wat fanatisme is en wat ordinaire berekening, maar politiek gezien is het de derde blunder in korte tijd. Eerst de kopvoddentax, die zelfs de meest overtuigde PVV’er haastig probeerde af te doen als een grap, vervolgens de agressieve dronkelap Hero Brinkman die volgens getuigen een hardwerkende Nederlander een knal voor zijn kanis verkocht, en nu een hoop belastinggeld weggegooid aan een evidente onzinkwestie. De vragen van Bosma en Wilders werden massaal weggehoond op de website van De Telegraaf, wat me voor de PVV een veeg teken lijkt. De aanval van Kamerlid Bosma op Kinderen voor Kinderen doet in zijn retoriek denken aan de tandeloze clichés waarmee vroeger communisten het grootkapitaal te lijf gingen: „Nederlanders worden op deze manier vernederd. Wij moeten het islamitisch imperialisme accepteren en ons er weerloos tegenover opstellen. […]De multiculturalisten kennen geen enkele schaamte meer.”

Wat is hier aan de hand? Wie inspeelt op gevoelens van onvrede en onbehagen moet wel een beetje trefzeker te werk gaan. Ook rancune kent grenzen: Hollandse boosheid richt zich vooral op de ander die niet meedoet, die misbruik maakt van de goedheid van de meerderheid, die graait en grijpt en zichzelf eindeloos beloont met gemeenschapsgeld. Het liedje van Kinderen voor Kinderen is een jammerlijk slecht gekozen doelwit: dat meisje doet juist heel hard haar best om mee te doen. Ook dat gehamer op ‘de kleine multiculturele elite’ verliest snel aan kracht wanneer te vaak met een kanon op een mug wordt geschoten. Overkill is de grootste vijand van populisme.

Waarom hapert het instinct van Wilders? Tot dusver was hij in iedere kwestie de winnaar, en zoals dat gaat met winnaars in Nederland, sjokten de media bewonderend achter hem aan. Daardoor lukte het hem gemakkelijk zijn tegenstanders, die het vooral moesten hebben van heilige verontwaardiging, in het defensief te drukken. Daarbij speelde hij blufpoker met een bravoure die overal ontzag inboezemde, zeker in een politiek klimaat waarin bangigheid en aarzeling de toon aangeven.

Toch is het vreemd dat een belangrijke vraag aan Geert Wilders vrijwel nooit wordt gesteld: wie betaalt hem? Hijzelf weigert bij mijn weten openheid van zaken te geven over zijn financiers. Dat recht heeft hij, de PVV is een beweging met maar twee leden: Wilders zelf en de stichting waarvan Wilders enig bestuurder is. Er is een wet in de maak die het mogelijk maakt ook bewegingen als die van Wilders en Verdonk te subsidiëren, maar de kans dat Wilders die subsidie accepteert lijkt me klein, omdat hij dan ook opening van zaken moet geven over zijn buitenlandse geldschieters.

Dat die deels uit Amerika komen en behoren tot ultraconservatieve groepen, lijkt evident. Vooral tijdens zijn inzamelingsreizen in Amerika hamert Wilders er steeds op dat voor hem de islam geen geloof is, maar een fascistoïde ideologie, die te vuur en te zwaar bestreden moet worden. De tweede vijand bestaat uit de ‘linkse’ elites, die de deur wijd openzetten voor het groene gevaar en de vrijheid van meningsuiting achteloos verkwanselen in naam van de wederzijdse multiculturele welwillendheid, die natuurlijk niets anders is dan laffe capitulatie. In zijn komende rechtszaak naar aanleiding van zijn internetproductie Fitna wordt Wilders onder meer gesteund door het Legal Project van de neoconservatief Daniel Pipes. Tegenover de Volkskrant ontkende een woordvoerder van die organisatie afgelopen zomer dat er rechtstreeks geld in de kas van de PVV is gestort: „We hebben geen geld ingezameld voor zijn politieke partij. We hebben hem wel voorzien van juridisch en tactisch advies.”

De omzichtigheid van dat commentaar zegt genoeg: men wil niet de indruk wekken dat de politieke beweging die in sommige polls als grootste partij van Nederland genoteerd staat, met buitenlands geld wordt gefinancierd. Met andere woorden: Wilders is geen stroman van buitenlandse belangen, geen marionet. Waar het geld dan wel vandaan komt, blijft een raadsel. Een beetje vreemd is wel dat de Nederlandse journalistiek met dat raadsel genoegen blijft nemen in een tijd waarin overal transparantie wordt geëist.

Wie betaalt Wilders? De afgelopen weken heb ik die vraag her en der aan journalisten van allerlei media gesteld. Er was er geen een die me antwoord kon geven. Niemand wist het. Dat is eigenaardig. Wilders is vast van plan de volgende minister-president van Nederland te worden; nu Balkenende waarschijnlijk naar Europa gaat en er wellicht nieuwe verkiezingen komen, wordt het tijd dat hij openheid van zaken geeft. Je kunt geen transparantie van de financiering van moskeeën blijven eisen, wanneer je eigen financiële achtergrond zo duister is. En wanneer Wilders zelf blijft weigeren om open kaart te spelen, dan lijkt me het een waardevolle journalistieke taak om klaarheid te brengen – ook als er helemaal niets aan de hand blijkt te zijn, is het goed dat het is uitgezocht. Dat de achterban van de PVV zo’n onderzoek ziet als „een stok om een hond te slaan’’, zoals een van de journalisten aan wie ik mijn vraag stelde opmerkte – jammer dan.

Ondertussen komen die maffe Kamervragen over Kinderen voor Kinderen wel in een ander licht te staan, wanneer je de ultrarechtse Angelsaksische kringen waarin Wilders verkeert in gedachten hebt. Het koortje dat op een huppelende Hollandse discobeat zo vrolijk ‘Allah Akbar’ zingt om de verscheurdheid van het Nederlands-Marokkaanse meisje (anno 1993) aan te geven, is voor zulke ideologisch bezetenen het zoveelste bewijs van het sluipend gif dat islamisering heet en de elite die meteen op zijn rug gaat liggen wanneer de baardman zijn bebloede kromzwaard heft. Die idiote Kamervragen van Wilders zijn, ben ik bang, bloedserieus. De vraag is nu of het wel zijn eigen vragen zijn.