Een feestprogramma waar grijstinten overheersen

Het Nederlands Dans Theater bestaat vijftig jaar, en vierde dat met een galapremière in Den Haag.

Toch wilde het maar geen vrolijke boel worden.

Bij de galapremière ter viering van het vijftigjarig bestaan van het Nederlands Dans Theater, tevens opening van het twaalfde Holland Dance Festival, waren woensdagavond alle ingrediënten voor een goed feest aanwezig. Drie wereldpremières, koninklijke gasten, vele excellenties, een feestelijk uitgedost publiek, hapjes en drankjes in overvloed. Toch wilde het maar geen vrolijke boel worden – alsof iedereen zijn adem inhield voor de slotspeech van choreograaf en voormalig artistiek directeur Jirí Kylián, die het gezelschap na ruim vijfendertig jaar verlaat.

De entree van de koninklijke familie had al iets droefs: een doodse stilte viel over de zaal. Daarna volgde een fantasieloos reclamefilmpje van het Holland Dance Festival en gaf minister Plasterk een speech die meer van een beleidspraatje weg had. Aan de nieuwe artistiek leider Jim Vincent de ondankbare taak alle sponsors te noemen. Hij bedankte zelfs voor de bloemen. Maar hij was ook degene die oprichters Carel Birnie en Benjamin Harkarvy memoreerde, en de eerste generatie dansers van de rebellenclub die zich in 1959 afscheidde van het toenmalige Nederlands Ballet.

Hans van Manen, die tijdens de jaren zestig artistiek leider was, scoorde zelfs een hattrick. Voor zijn bijdrage aan de groei en artistieke kwaliteit van het gezelschap werd hij in totaal driemaal luid toegejuicht. Het publiek wilde dus wel. Maar het kreeg een feestprogramma in grijstinten.

Jirí Kyliáns ‘laatste’ werk voor NDT, Mémoires d’Oubliettes (herinneringen uit vergeetputten), is gezet op een bewerking van Charles Ives’ meditatieve The Unanswered Question. Gefluisterde teksten van Samuel Beckett versterken de muzikale suggestie van oneindigheid.

In een vloed van voortgaande, soms stokkende, dan weer versnellende bewegingen heeft de choreografie het karakter van een beschouwing van het leven. Het theaterleven in dit geval: het achterdoek van elastische slierten biedt de zes dansers de mogelijkheid steeds opnieuw op te komen en te verdwijnen, in verschillende hoedanigheden.

Dat het leven in de spotlights wel degelijk eindig is, wordt gesymboliseerd door de glimmende blikjes die nu en dan met een toneelveger worden weggewerkt. Vlak voor het einde krijgt de laatste danser gezelschap van zijn gefilmde beeltenis, maar het materiaal van de (analoge) film veroudert vrijwel direct en zelf wordt hij bedolven onder een berg schroot. Sic transit gloria mundi (zo vergaat ’s werelds roem), lijkt Kylián te zeggen, overigens zonder veel spijt maar mét zijn onverwoestbare gevoel voor schoonheid.

Paul Lightfoot en Sol León kijken in Studio 2 terug op het leven in de studio, de plaats waar hun partnerschap en hun choreografieën zijn geboren. Ook over dit werk hangt een melancholieke waas: de watervlugge bewegingen van de jeugd maken plaats voor gedragen bewegingen, verhoudingen wijzigen, de dood waart rond. Bij Johan Inger overheerst vooral een gevoel van futiliteit, vertaald naar een oeverloos op en neer, en heen en weer.

Na alle gedanste filosofische en weemoedige bespiegelingen kregen de toeschouwers eindelijk de gelegenheid de vertrekkende Jirí Kylián uitgebreid toe te juichen. Zijn recente kritiek op de Nederlandse dansprijzen indachtig, eerde het Nederlands Dans Theater hem met de instelling van de Kylián Fund for Innovative Collaboration. Kylián spoorde tot slot iedereen aan zijn gevoel voor humor te bewaren. Of dat met het jubileumprogramma te maken had, liet hij in het midden.

NDT I en II: 50 Years of Challenging Dance speelt nog tot en met morgen in Den Haag, Het Holland Dance Festival is in Den Haag t/m 15/11, www.hollanddancefestival.com