Dorpsbewoners zijn bang voor de feestberg

De Bavelse Berg, ooit vuilstort, moet skiërs, feest- en congresgangers gaan trekken. Tot afschuw van omwonenden. Maar met de plannen vlot het niet zo.

Ze moeten er vooral van af blijven. De berg lekker met rust laten.

Vraag je oudere bewoners van Bavel naar de plannen met de voormalige vuilstortplaats, dan is dit kortweg hun antwoord. Tegenwoordig is alleen nog een 25 meter hoge bult te zien, begroeid met vergeeld gras, maar de meeste Bavelaars kennen de plek nog uit de tijd dat er werd gestort. Bedrijfsafval. Huishoudelijk afval. Eerst in een leemput van tien hectare groot en zo’n vijftien meter diep, later boven de grond. Tot de sluiting in 1992 is er zes miljoen ton afval verzameld.

Oudere bewoners herinneren zich de stank. En later de vlammen, toen er pijpen uit de berg staken om de ondergrondse gassen te verbranden. Nee, wie weet wat daar allemaal ligt. Laat maar met rust.

Maar Breda, waar Bavel toe behoort, heeft andere plannen. De gemeente tekende in 2007 een samenwerkingsovereenkomst met projectontwikkelaars Grontmij en ING Real Estate. Ze zouden van deze Bavelse Berg en het omliggende terrein, 65 hectare, een ‘leisurecomplex’ maken, gericht op ‘wellness en sport’. Compleet met winkels, horeca, evenementenhal, helihaven en skihal. Goed voor meer dan twee miljoen bezoekers per jaar en 750 nieuwe banen. In 2015 zou het klaar moeten zijn. Geschatte investering: 150 miljoen euro.

Zo’n complex past totaal niet in de landelijke omgeving van Bavel, zegt Ben Akkermans, voorzitter van Dorpsraad Bavel. De raad vertegenwoordigt de 6.500 dorpsinwoners bij de gemeente, en samen met buurdorp Dorst protesteert hij hardnekkig tegen de ontwikkeling van de Bavelse Berg. „Zo worden we opgeslokt. Bavelaars hechten aan de landelijke omgeving. We worden al ingeklemd tussen de snelwegen A58 en A27.”

Bewoners maken zich vooral zorgen over de verkeersoverlast. Akkermans: „Vanaf Breda moeten er bussen gaan rijden naar de Bavelse Berg, maar dat werkt niet. Iedereen heeft tegenwoordig een tomtom en rijdt direct naar de festivallocatie. Dan worden we een doorvoerroute en parkeerplaats.”

Dan het geluid. „In de milieurapportage staat dat er twaalf dagen per jaar evenementen mogen worden gehouden die de geluidsnorm overschrijden. Dat vind ik nogal wat.”

Over de overlast van de helihaven wil Akkermans het niet eens hebben. „Dat is helemáál een ramp.”

De economische crisis zou de Bavelaars wel eens een handje kunnen helpen. Na jaren enthousiast plannen maken hebben investeerder ING en Grontmij, verantwoordelijk voor de ‘eeuwigdurende nazorg’ van de oude vuilstort, begin deze maand een nieuw en vooral bescheidener plan ingeleverd.

Volgende week dinsdagavond praten burgemeester en wethouders van Breda daarover. Als het niet aan de eisen in de oorspronkelijke overeenkomst voldoet, bestaat de kans dat de gemeente uit het project stapt.

Want het gaat Breda vooral om de komst van een nieuwe evenementenhal, die in 2012 open zou moeten gaan. Sinds de sluiting van Het Turfschip, in 1998, heeft de stad geen plek meer voor congressen en andere massale bijeenkomsten. In een eerder plan voor de Bavelse Berg beperkten de ontwikkelaars zich echter tot een tijdelijke evenementenhal. Dat idee veegde de gemeente deze zomer direct van tafel.

Ook andere projecten voor de Bavelse Berg kampen met tegenslag. Zo heeft Nicky Broos, eigenaar van een skihal in Rucphen, zich teruggetrokken als kandidaat voor het Bavelse skicomplex. Voor de huur van sportlocaties, horeca-faciliteiten en winkels lijken de kandidaten evenmin in de rij te staan.

Verantwoordelijk wethouder André Adank (economische zaken, CDA) wil nog niets wil loslaten over het nieuwe voorstel. In de stad wordt al wel steeds nadrukkelijker gespeculeerd over alternatieve locaties voor een evenementenhal. Bij het voetbalstadion van NAC, bijvoorbeeld, aan de andere kant van de stad, zou een hal kunnen worden ontwikkeld. Of op het terrein van de voormalige suikerfabriek CSM, dichtbij het stationsgebied.

Deze alternatieven lijken D66-raadslid Bart Vos beter dan de Bavelse Berg. De plannen daar waren volgens hem vanaf het begin al te ambitieus. Hij trekt een vergelijking met de shoppingmall in Tilburg, die er niet kwam. „Allebei ambitieuze en risicovolle projecten die zijn bedacht in een tijd dat geld nog goedkoop was en de ontwikkelingskosten laag waren.”

Naast de lastige financiering ziet Pé Kohnstamm, emeritus hoogleraar vastgoedkunde aan de Universiteit van Amsterdam, nog een probleem met de Bavelse Berg. Kohnstamm, die niet bij het project betrokken is, woont in Breda en volgt het project nauwgezet via de lokale pers. „De Bavelse Berg is een locatie die honderd procent gericht is op automobiliteit. Er is geen openbaar vervoer aanwezig. Dat past niet in het beeld van de toekomst van de openbare ruimte in Nederland. Vooral niet als de stad Breda zich inzet om van het HSL-station het belangrijkste openbaarvervoerknooppunt van Noord-Brabant te maken.”