Ciudad Juárez bijna knock-out

De Mexicaanse stad Ciudad Juárez voelt de crisis. „Ik kan nog tortilla’s kopen, maar veel is het niet”, zegt een winkelier.

Maria Parra (71) spreidt haar armen wijd in een dramatisch gebaar. Zooooo slecht gaan de zaken. Het is verschrikkelijk. Nog nooit heeft zij zo’n crisis meegemaakt. Geen peso komt haar schoenwinkel bijna meer binnen. „Deze week heb ik drie paar schoenen verkocht. Kan je je het voorstellen? Drie paar schoenen!”

Haar winkel ligt aan de Avenida Vicente Guerrero, in het centrum van de Mexicaanse stad Ciudad Juárez. Deze winkelstraat ademt vergane glorie, al is het verval een jaar geleden pas goed begonnen. Veel winkels hebben op klaarlichte dag de rolluiken naar beneden en zijn gesloten. Op de ramen van lege restaurants prijken bordjes ‘te huur’ op de ramen. Het schaarse winkelpubliek heeft weinig meer om uit te geven.

Zapataria La Violeta, zoals de schoenenzaak van Maria Parra heet, is zo’n winkel waar de Mexicaanse familie naar toe gaat om schoenen te kopen voor gelegenheden als de eerste communie, een bruiloft of de verjaardag van opa of oma. In de etalage liggen de glimmende schoenen uitgestald, de winkel zelf dient als opslagruimte. Langs de wanden staan oude, tot aan het plafond reikende houten stellages, gevuld met schoenendozen onder het stof. Een kassa van een halve eeuw oud staat op een hoge toonbank. Tl-buizen verlichten de zaak.

In 1943 opende La Violeta voor het eerst de deuren. Verschillende crises, waaronder de beruchte tequilacrisis in 1994, overleefde de winkel. Maar nu staat het water Parra aan de lippen. Het is dat de winkel eigendom van de familie is, want anders was ze al lang op de fles. Zij kruist haar vingers: „Ik kan nog tortilla’s kopen, maar veel is het niet.”

De Amerikaanse kredietcrisis, die in september 2008 met de ineenstorting van Lehman Brothers mondiaal in volle hevigheid losbarstte, heeft Ciudad Juárez, grenzend aan Texas, bijna knock-out geslagen, zegt zij. „Er zijn zoveel bedrijven over de kop gegaan. Er lijkt geen einde aan te komen”, zegt zij.

Parra weet net als de meesten van de 1,5 miljoen inwoners maar al te goed waarom haar stad lijdt. Natuurlijk, de gewelddadige strijd tussen de drugsbendes in de stad is niet goed voor de lokale economie. Het zijn vooral de maquiladores, de internationale fabrieken die hier produceren voor de Amerikaanse markt, die door de crisis ongenadig harde klappen krijgen.

Ciudad Juárez, een soort satellietstad van het Texaanse El Paso, barst van de maquiladores, 320 in totaal, gelokt met aantrekkelijke belastingvrijstellingen. Philips, Osram, Electrolux Home Products, Ford, Toyota, veel bekende merken hebben hier hun productiefaciliteiten voor de Amerikaanse markt.

In deze stad wordt op pijnlijke wijze de innige economische en eenzijdige band van Mexico (111 miljoen inwoners) met de VS blootgelegd. Sinds Mexico (12de economie van de wereld) in 1994 tot de NAFTA (Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst) is toegetreden, is zijn economie alleen maar afhankelijker geworden van het grote buurland. Ruim 70 procent van de export gaat naar de VS.

Hoe hard de economie geraakt is, liet de krimp van ruim 10 procent in het tweede kwartaal zien (ten opzichte van dezelfde periode in 2008). Deze krimp was ook het gevolg van de Mexicaanse griep die in april toesloeg, het land vervolgens deels lam legde en toeristen weghield. Voor heel 2009 verwacht de Mexicaanse staat een krimp van 7 procent.

Grensstad Ciudad Juárez voelt, net als de rest van Mexico, bovendien de geslonken stroom aan dollars, die de immigranten maandelijks opsturen naar de achterblijvers. Veel inwoners van Ciudad Juárez zijn de grens met de VS overgestoken. De grootste financiële instelling van Mexico, BBVA Bancomer, schat dat de migrantendollars met 4 miljard dollar slinken (van 25,1 miljard dollar in 2008 tot 21 miljard in 2009).

Jorge Pedroza is directeur van Amac, de belangenclub van de maquiladores in Ciudad Juárez. In zijn kantoor staat een massagestoel. Op zijn bureau liggen een golfbal en een Iphone. Sinds het begin van de crisis zijn er volgens Pedroza al zeven fabrieken gesloten. Veel fabrieken draaien op halve kracht. „De werknemers zijn nog wel in dienst, maar werken korter en verdienen minder”, zegt hij.

De overgrote meerderheid van de fabrieken in Juárez produceert voor de auto-industrie. Het auto-interieur en de elektrische bekabeling van grote automerken komen onder meer hier vandaan. Logisch dat er nu zware tijden zijn aangebroken. De Amerikaanse autosector gaat door een diep dal. General Motors en Chrysler vroegen surseance van betaling aan, terwijl andere autoconcerns hun verkoop alleen maar hebben zien inzakken.

„In totaal hebben de fabrieken hier sinds begin 2008 125.000 banen geschrapt”, zegt Pedroza. Aangezien de maquiladores weer werk verschaffen aan lokale ondernemers, is de indirecte schade nog groter. Pedroza schat het verlies van banen door de malaise van de maquiladores in totaal op 300.000. Hij zegt: „Zeker 6.000 bedrijven in Ciudad Juárez zijn failliet gegaan.”

Een verzoek voor bezoek aan een van de maquiladores wordt door Amac beleefd afgewimpeld. En een onaangekondigde stop bij een van de fabrieken blijft beperkt tot een gesprekje bij de slagboom van het bedrijfsterrein. Een medewerkster maakt vriendelijk kenbaar dat de pers niet welkom is. Achteraf blijkt dat deze maquiladores een wat ongemakkelijke relatie hebben met de pers. Reden: de terugkerende kritische verhalen over slechte arbeidsomstandigheden en de magere lonen van de werknemers.

De crisis is voor de Mexicaanse fabrieksarbeider een hard gelag, zegt César Fuentes. Hij is verbonden aan het onderzoeksinstituut Colef in Ciudad Juárez en gespecialiseerd in de Mexicaans-Amerikaans grenseconomie. „De crisis is als een donderslag aangekomen. We hadden in deze regio bijna altijd volledige werkgelegenheid. Mensen uit andere delen van het land kwamen hier naar toe voor werk”, zegt hij.

De Mexicaanse regering zou lering kunnen trekken uit de crisis, vindt Fuentes. „De Mexicaanse industrie heeft behoefte aan meer diversiteit”, zegt hij. Zo zouden de maquiladores anders te werk moeten gaan, meer inzetten op producten van hoogwaardige techniek. Wat de Mexicaanse industrie verder doorgaans doet, is het ruwe materiaal voor de productie importeren uit de VS, hier assembleren en vervolgens weer naar de VS exporteren. „Waarom kan Mexico zelf dat materiaal niet aanleveren”, vraagt Fuentes zich af.

Nog belangrijker is volgens hem méér bilaterale handelsverdragen afsluiten met andere landen en daar dan ook prioriteit aan geven. Hoewel de Mexicaanse overheid de laatste vijf jaar meer overeenkomsten heeft afgesloten, heeft dat bijna niet geleid tot minder afhankelijkheid van de VS. „Je ziet nu dat China als markt belangrijker aan het worden is, daar moet Mexico meer werk van maken. We merken nu al dat Japanse producenten, die ook hier fabrieken hebben, steeds meer naar China kijken”, constateert Fuentes.

Wat de regionale malaise erger maakt is de drugsoorlog. Het oplopende geweld in de afgelopen twee jaar in de stad heeft de toeristenindustrie in Ciudad Juárez om zeep geholpen. Amerikaanse tieners die hier graag bier kwamen drinken, omdat ze in Texas 21 jaar moeten zijn, blijven weg. Volgens Fuentes, die zelf in El Paso woont, hakt bovendien de slinkende dollarstroom zo in op de koopkracht, dat steeds meer Mexicanen besluiten zelf hun geluk in de VS te beproeven. Dagelijks gaan er rijen Mexicaanse auto’s de zesbaansbrug over, vanuit Ciudad Juárez, naar El Paso. Daarnaast steken er ook nog duizenden voetgangers de grens over, eveneens voor werk of om boodschappen te doen. Maar in El Paso woedt de crisis ook en draait de economie ook niet lekker, al is Amerika voor het eerst sinds een jaar uit de recessie geklommen.

Taxichauffeur Daniel Flores, afkomstig uit Ciudad Juárez, woont er al jaren. Tot vorig jaar stuurde hij regelmatig geld op naar zijn moeder. Maar nu moet zijn vrouw ook werken, anders redden ze het in de familie niet. „In El Paso is het net als in Mexico op dit moment afzien.” Maar de hervatte groei in de VS biedt ook voor Ciudad Juárez hoop.